Gedragscode moet integriteit wetenschappers bewaken

Hoogleraar Bax werd betrapt op leugens. Voor hem gingen meer wetenschappers in de fout.

Sinds de invoering van de gedragscode voor wetenschapsbeoefening in 2005 hebben integriteitscommissies van universiteiten en universitaire medische centra een kleine veertig klachten gegrond verklaard. Dat zijn er vier à vijf per jaar, uiteenlopend van verzonnen of vervalste data tot plagiaat of onaanvaardbare belangenverstrengeling.

Vorige week maakte de Vrije Universiteit bekend dat hoogleraar antropologie Mart Bax verzinsels publiceerde in studies over een Brabants klooster en over de Bosnische bedevaartsplaats Medjugorje. Ook zette Bax 64 niet-bestaande studies op zijn publicatielijst en voerde in zijn cv verzonnen prijzen, beurzen en nevenwerkzaamheden op.

De grootste Nederlandse wetenschapsfraude staat op naam van Diederik Stapel, voormalig hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Van zijn 137 wetenschappelijke publicaties bleken er 55 frauduleus. Als onderzoeksleider begeleidde Stapel tot zijn ontslag in 2011 in totaal 21 promovendi, die hij voorzag van (verzonnen) datasets.

Internist Don Poldermans moest in 2011 het veld ruimen bij het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam nadat hij de wetenschappelijke integriteit had geschonden (ontbrekende brondocumenten, onzorgvuldige dataverzameling, gebruik van fictieve gegevens). Een commissie onderzoekt een deel van Poldermans’ 600 artikelen op nog meer onregelmatigheden. Poldermans ontkent data te hebben vervalst.

Lager op de schaal van wetenschapsfraude staat het plegen van plagiaat: overschrijven van anderen zonder bronvermelding. Daarvan zijn talloze voorbeelden, in de (populair-)wetenschappelijke literatuur. De longartsen Dirkje Postma, Huib Kerstjens en Nick ten Hacken van het UMC Groningen werden in 2009 betrapt op plagiaat in een artikel over astma. Oudere voorbeelden zijn die van hersenwetenschapper Margriet Sitskoorn (Utrecht) en psycholoog René Diekstra (Leiden).

Een integriteitscommissie van het UMC Utrecht oordeelde in 2009 dat hoogleraar vaatchirurgie dr. Frans Moll de schijn van belangenverstrengeling had gewekt door mee te werken aan een mailing over een geneesmiddel van een farmaceutisch bedrijf. Hierdoor konden patiënten gaan twijfelen aan de onafhankelijkheid van het wetenschappelijk onderzoek van het ziekenhuis.