Een pauselijk rondje per wit-gele bus

‘We hadden Messi al, de beste voetballer ter wereld. En dit jaar hebben we er ook een koningin en een paus bij gekregen. Wat kun je je nog meer wensen als Argentijn?”

Speciaal voor de Nederlandse deelnemer stopt Daniel Vega een verwijzing naar koningin Máxima in zijn openingspraatje. De gids doet zijn best, kijkt olijk uit zijn ogen, maar veel gelachen wordt er niet. Het is druilerig weer, het staartje van de winter in Buenos Aires. „Waarvoor wij zijn gekomen? Voor de paus natuurlijk, om te zien waar hij heeft gewoond en geleefd”, vertellen twee Braziliaanse studentes op de stoelen achter me.

Vrij snel nadat Jorge Bergoglio, de aartsbisschop van Buenos Aires, in maart tot paus werd gekozen, bedacht iemand op het gemeentehuis dat er misschien mensen waren die wilden zien waar de eerste Latijns-Amerikaanse paus vandaan komt. Er werd een wandeling uitgezet in de volkswijk Flores, waar hij is opgegroeid, en in het weekeinde en op feestdagen is er twee keer per dag een busrit van drie uur langs plaatsen die voor hem belangrijk zijn geweest. Het loopt storm voor dit gratis Circuito Papal, het pauselijke rondje Buenos Aires.

Vertrekpunt is de basiliek San José de Flores. Bij een biecht in deze kerk, aan een drukke winkelstraat, heeft de toen 17-jarige Bergoglio zijn priesterroeping gekregen, weet gids Vega. In de officiële pauselijke biografie staat ook de dag vermeld: 21 september 1953. Er hoort een veel geciteerd zinnetje bij over hoe de latere paus toen de stem van God hoorde: „Hij keek mij met erbarmen aan en verkoos mij.”

De bus is geel en wit gespoten, de pauselijke kleuren. In hoog tempo gaat het naar rommelige wijken van Buenos Aires waar geen toerist te vinden is. We komen langs de kleuterschool van de paus; zijn lagere school; een huis waar het gezin van Italiaanse emigranten een tijdje heeft gewoond; de gevangenis die hij vaak heeft bezocht; de vervolgschool waar hij zijn diploma als chemicus heeft gehaald; het college van de jezuïeten waar hij docent is geweest; en de plaats waar vroeger het stadion stond van San Lorenzo, de voetbalclub waar de paus nog steeds lid van is (nummer 88.235) – er zit nu een Carrefour.

Visueel is het niet zo bijster spannend. Veel goedkope laagbouw – deze wijk was opgezet voor spoorwegarbeiders. Onderweg mogen we er één keer uit, bij de kerk van Maria met de knopen. Daar hangt een schilderij dat een kopie is van een bidprentje dat Bergoglio in de jaren zeventig heeft meegenomen uit Augsburg. Maria die knopen haalt uit een lint, symbool voor problemen binnen een huwelijk. Het schilderij is indertijd, op basis van het bidprentje, in vier kopieën nagemaakt door een Argentijnse schilderes. Omdat zij het origineel nooit heeft gezien, zijn de kopieën een stuk groter dan het oorspronkelijke schilderij.

Het eindpunt is de beroemde Plaza de Mayo. Aan dit plein staan de kathedraal en het aartsbisschoppelijk ‘paleis’ – niet meer dan een groezelig kantoorgebouw waar Bergoglio op de tweede verdieping zijn simpele onderkomen had, met weinig meer dan een tafel en een bed. „De kamer van zijn secretaris was groter”, vertelt Vega. Iets verderop is zijn kapper, maar daar gaan we niet naar toe, want die is toch dicht aan het einde van deze zaterdagmiddag. Vega wijst nog wel even op een dicht krantenstalletje, aan de andere kant van het plein. De eigenaar bracht Bergoglio altijd zijn kranten. Toen Bergoglio net tot paus was gekozen, belde hij even op, om te vertellen dat hij die kranten niet meer nodig had. „Hij kreeg de zoon aan de lijn, die eerst dacht dat er een grap met hem werd uitgehaald”, vertelt Vega. „Maar het was echt de paus zelf. Dat hij daar aan dacht, met alles wat er in Rome gebeurde. Menselijk, betrokken bij anderen. Zo’n man is het.”