De Nederlandse Filmweek: klinkt best goed eigenlijk

Een mens zou er somber van worden, zo’n opening. Nadat directeur Willemien van Aalst haar Nederlands Film Festival als een volle etalage voor een leeg gehaalde winkel had omschreven in een speech met steekwoorden als „uitgekleed”, „onder druk” en „opheffing”, was daar gelukkig voorzitter Jeltje van Nieuwenhoven om weer een glimlach op ons gelaat te toveren. Op rode powerpumps stampte ze naar het katheder om in prachtige Groningse oneliners te debiteren: „We moeten echt werken aan de toekomst, anders gaat het niet goed.” „Vraag u af: wat kan ik doen aan het trots zijn op de Nederlandse film?”

In zijn huidige vorm kan het NFF zelf daar weinig aan doen. Zelfs als Den Haag het festival niet had gekort, lijkt de oude formule van film en feest sleets, vooral door gebrek aan film. Van Nieuwenhoven legde de vinger op de zere plek toen ze de filmbonzen die in hun zondagse pak naar Hoe duur was de suiker waren gekomen, verzocht om wat meer speelfilms op het festival in première te laten gaan. Want men mag zich in Utrecht tien dagen vrolijk van borrel via prijsuitreiking langs ronde tafel naar etentje spoeden, zonder premières krijgt dat iets hols en zinloos.

Het NFF heeft een ironische verhouding met zijn rode loper. Het maakte recentelijk reclame met sterren die per fiets en streekbus arriveren, en dit jaar met anonieme naamgenoten van BN'ers op de rode loper staan. Maar op veel meer dan dat hoeft Utrecht dit jaar ook niet te rekenen: naast Hoe duur was de suiker, A Long Story en Chez Nous gaat er vooral televisiewerk in première. Gangsterfilm Wolf beleefde, bijna provocerend, zijn première een week vóór het NFF. Regisseur Jim Taihuttu: „Alleen de openingsfilm telt qua publiciteit, de rest zit elkaar in de weg.” Dat lijkt communis opinio, want de groots opgezette natuurfilm De Nieuwe Wildernis hield zijn galapremière ook al drie dagen vóór Utrecht.

Tot overmaat van ramp lieten de bijna gepensioneerde helden van Doe Maar het zaterdag afweten bij de première van documentaire Dit is Alles; men zette de tegenstribbelende Nederwiedewiedewiet-zanger Joost Belinfante dus maar in de bloemen. Met zelfs geen ironische glamour in zicht, mag het NFF zich bijna in de handen knijpen met de leden van een motorbende die puur op dreigende aanwezigheid de vertoning van de documentaire Fever (van TV Rijnmond) blokkeerden. Toch wat reuring.

Het Nederlands Film Festival wordt zo het Nederlands Televisie Festival, met tv-documentaires, tv-series, One Night Stands en Kort! Als dat aanbod nog verder verschraalt, en alles wijst daarop, is het misschien beter de huidige tien dagen in te dikken tot een week.

Klinkt eigenlijk best goed: Nederlandse Filmweek.