De Chinees die abstracten vervalste

Amerikaanse kunsthandelaren verkochten valse Rothko's en Pollocks voor miljoenen, bleek deze zomer. Een Chinese immigrant schilderde de doeken. Wie is hij? En de discussie laait weer op: zijn abstracte meesters niet te duur?

Het abstracte schilderij The She-Wolf, verkocht als een Jackson Pollock, geschilderd door Pei-Shen Qian. foto AP

Knoedler sloot in 2011 na 165 jaar, vanwege aanhoudende geruchten over vervalsingen. Bewijs voor grootscheepse fraude kwam onlangs, toen tussenpersoon Glafira Rosales aan justitie vertelde dat ze de werken van Pei-Shen Qian had aangeboden als nieuw ontdekte moderne meesters. Ze bekende, in ruil voor strafvermindering: haar wacht maximaal 99 jaar cel.

Sinds de onthulling is vooral op internet een discussie begonnen over de vraag of de bescheiden prijs die Qian per schilderij kreeg, niet eigenlijk de „eerlijke” prijs voor deze werken is, welke signatuur ze ook dragen. In die discussie toont zich de weerzin die de Amerikaanse moderne meesters oproepen onder een groot publiek. Die lijkt te worden gevoed door de miljoenen dollars die voor de schilderijen worden neergeteld: moderne abstracten zijn erg gewild bij een groep vermogende kunstkopers. Oké, hun neefje van vijf kan deze werken misschien niet namaken, redeneren abstract-haters, maar een 73-jarige Chinese immigrant in Queens duidelijk wel.

De kunstwereld reageerde geschokt op de fraude. En met ongeloof. Kopers waren afgegaan op de reputatie van een van de oudste galeries van New York, Knoedler. Nog sterker dan bij Hollandse meesters uit de 17de eeuw of impressionisten uit de 19de, is bij abstracte kunst de maker cruciaal voor de waarde. Die van een vals onbekend abstract werk overstijgt amper de waarde van de materiaalkosten. Niet voor niets eist een sjeik uit Koeweit miljoenen dollars van de curatoren van Knoedler, ter compensatie van geleden schade.

De Chinese vervalser is inmiddels spoorloos is verdwenen. Waarschijnlijk voorgoed terug naar China, al kunnen Chinese autoriteiten dat niet bevestigen. Hij ging in de jaren tachtig naar Amerika, nadat hij in eigen land enige naam had gemaakt als kunstenaar. In Amerika lukte dat niet. Hij verkocht zijn werk niet via een galerie, maar op straat. Hij voorzag in zijn levensonderhoud met kleine baantjes. In 2006 schreef hij in een Chinees kunsttijdschrift gedesillusioneerd over eigen werk en dat van Chinese geestverwanten. Zijn kwalificatie: „dust in the wind”. Tegen zijn buren in Queens sprak hij vaak over het gebrek aan bewondering voor zijn werk.

In de rechtszaak tegen kunsthandelaar Rosales, beweerde de aanklager dat Qian in 1994 is begonnen met het vervaardigen van de werken. Hoe goed was hij? Volgens de tegenstanders van abstracte kunst was hij niet beter dan hun neefjes van vijf. De gevestigde machten in de kunstwereld van New York zien het anders. Richard Grant, de schoonzoon van kunstenaar Diebenkorn en directeur van de Diebenkornstichting, zei tegen The New York Times, met enige bewondering: „Wie dit ook heeft gedaan, hij is bijzonder goed in wat hij doet.” Dat betekent niet dat liefhebbers ooit de bedragen voor zijn werk willen neertellen die ze nu over hebben voor een Pollock of een Motherwell. Want bij de waardering voor abstracte kunst blijkt meer te komen kijken dan bewondering voor de vaardigheid van de maker. Tegelijk weet je het nooit. De ontmaskering van Pei-Shen als vervalser heeft de kans op een doorbraak in ieder geval vergroot, niet verkleind. Hij heeft zijn naam gevestigd.

    • Pieter van Os