Dat rapport over 100-jarigen deugt niet

De voorspelling over meer honderdjarigen wordt misbruikt om de pensioenleeftijd verder omhoog te krikken, meent Kartika Liotard

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

De kans om honderd jaar te worden is groter dan ooit, stond afgelopen donderdag in nrc.next. Op het eerste gezicht een positief bericht, naar aanleiding van een onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Maar dat onze oudedagsvoorziening een prominent thema vormt in het demografische onderzoek, wekte mijn achterdocht. Wanneer je het hele ‘onderzoek’ leest, blijkt die achterdocht terecht. Het rapport is slechts een doorzichtige en vooral slecht onderbouwde poging om de deur open te zetten voor verdere verhogingen van de pensioenleeftijd.

Allereerst geeft het gemak waarmee het NIDI de levensverwachting tot twintig jaar hoger inschat dan het CBS te denken. Het heeft een liniaal gelegd tussen sterftecijfers uit het verleden en daarlangs een rechte streep doorgetrokken naar de toekomst. Daarbij is geen rekening gehouden met veranderende omgevingsfactoren, de sterke toename van mensen met overgewicht en met het explosief stijgende aantal gevallen van kanker, diabetes, alzheimer en andere aan de moderne samenleving gerelateerde ziektes.

In het tweede deel van het onderzoek komt het ware motief van het NIDI aan het licht. Meermaals adviseert het instituut om de pensioenleeftijd voor jongeren van nu te verhogen tot 75 jaar. Dit advies is vreemd. De vraag hierbij is namelijk niet hoe oud we kunnen worden, maar hoe lang we gezond genoeg zijn om te werken. Deze vraag blijft vrijwel onbeantwoord.

Het onderzoek houdt totaal geen rekening met de verscheidenheid van oudere generaties. Hoe ouder we worden, hoe minder we met elkaar gemeen hebben. Kinderen, jongeren en mensen van middelbare leeftijd vormen vrij homogene groepen; zij scoren qua gezondheid en overlevingskansen vaak even goed als hun leeftijdsgenoten. Voor oudere generaties blijkt dat helemaal niet zo te zijn. Senioren vormen een zeer heterogene groep waarin de gezondheidsverschillen erg uiteenlopen. Denk aan het verschil tussen een 80-jarige die noodgedwongen in een ouderentehuis verblijft en een tachtigjarige die nog elke dag gaat fietsen of zelfs nog werkt.

Ook sociaal-economische verschillen blijven buiten beschouwing. Volgens het NIDI haalt 89 procent van alle baby’s de leeftijd van 75 jaar. Dat mensen met een lager inkomen gemiddeld vijf jaar korter leven is niet meegewogen. Laat staan de gevolgen voor deze groep als de pensioenleeftijd daadwerkelijk tot 75 jaar wordt verhoogd.

En wat doet tien jaar langer werken eigenlijk met de gezondheid en levensverwachting van mensen? Het NIDI zwijgt erover in alle talen.

Het advies van het NIDI om de pensioenleeftijd te verhogen tot 75 jaar is daarmee flinterdun onderbouwd.

Los daarvan is het gevaarlijk dat een objectief geacht demografisch instituut politieke beleidsadviezen geeft. De wetenschap wordt daarmee misbruikt als politiek instrument. Dat in dit geval dient om jongeren van nu te laten werken tot ze erbij neervallen.