‘Dat fanatieke herken ik’

De 47-jarige Deen, nu te zien in het historische drama ‘Michael Kohlhaas’, is een van de meestgevraagde acteurs. „Ik moet selectief zijn. Dat is goed voor mijn marktwaarde.”

Michael Kohlhaas (Mads Mikkelsen) gaat zijn troepen voor in de strijd tegen een corrupte edelman.

Een ideale pokerface, dat langgerekte gezicht met uitstekende jukbeenderen, brede, wrede mond en diep liggende ogen. De Deense acteur Mads Mikkelsen heeft dat onpeilbare dat zowel tragische helden als monsters kan opleveren. Wat daarbij helpt, is zijn soepele, slangachtige manier van bewegen. Die deelt hij met twee andere acteurs die geschoold zijn in ballet: de acteurs Christopher Walken en Vincent Cassel.

En net als die twee fameuze creeps, laat de Deense acteur zijn pokerface en gravitas op de filmset achter. In het echt is Mikkelsen een opgewekte, open kerel van gemiddeld postuur. Hij praat razendsnel, met die vrolijke zelfspot en het sarcasme dat zoveel Denen eigen is.

In Cannes is Mikkelsen in mei minstens zo geanimeerd over de komende Champions League-finale („Ik denk dat Borussia Dortmund gaat stunten”) als over zijn rol als rebel Michael Kohlhaas in de gelijknamige film van Arnaud des Pallières. Hij haalt zijn schouders op over charisma: voor hem is acteren een kwestie van hard werken en ambitie. Niet zozeer ambitie om carrière te maken, maar fanatieke inzet voor elke rol. Zo ging hij voor Michael Kohlhaas vijf weken op paardenkamp, waar hij tegelijk goed Frans leerde.

Mikkelsen speelt in deze bewerking van een novelle van Heinrich von Kleist een 16de-eeuwse Franse paardenhandelaar die om zijn recht te halen een kleine burgeroorlog ontketent. Hoewel hij in 2009 in Jan Kounens Coco Chanel & Igor Stravinsky Frans sprak, was dat als Rus, dus met accent. Hoe leerde hij accentloos Frans? „Volledig onderdompelen”, zegt hij. „Op paardenkamp sprak niemand een woord Engels. Wat het ingewikkeld maakt, is dat de Fransen zo dol zijn op hun taal. Zelfs als je het best oké spreekt, klinkt het voor hen als shit. Maar ik denk dat het me redelijk is gelukt, ik kom over alsof ik vrijuit acteer.”

U moest ook nog paard leren rijden?

„Nee, dat kon ik al, maar als paardhandelaar moet ik extreem op mijn gemak zijn tussen paarden, en hun ziektes, karakter of stemming kunnen lezen. In de film help ik een paard bevallen, dat was een echte bevalling. Bizar om zoiets voor heet eerst te doen en dan te pretenderen dat het business as usual voor je is. Want dat is het voor mijn personage, Michael Kohlhaas.”

Wat trok u in het personage?

„Ik vond het een nogal radicaal script. Regisseur Arnaud des Pallières kwam naar Kopenhagen. Ik had suggesties, en normaliter zegt een regisseur dan ‘interessant’ en doet er niks mee. Arnaud zei meteen: nee, dat doe ik niet. Dat beviel me ook heel goed.

„Kohlhaas is een extreem personage. Een fantastische man, minnaar en vader met één fatale fout: hij is volledig geobsedeerd door rechtvaardigheid. Dat absolutisme maakt hem blind voor de realiteit. Hij graaft zo zijn eigen graf en dat van een heleboel anderen en beschadigt zijn kinderen. Het is een fanatiek trekje dat ik ook wel een beetje in mezelf herken.”

Hoe rebels bent u zelf?

„Ik heb moeite met autoriteit, niet met regels. Als een dokter tegen mij praat alsof ik een idioot ben, hang ik zo tegen het plafond. Maar daarin ben ik niet zo anders dan andere Denen. Het probleem met het idee van rechtvaardigheid is: sta je links van iemand als Kohlhaas dan is hij een held, sta je rechts dan is hij een terrorist. En sta je in het midden, dan is hij een heel, heel egoïstische vent.”

Is Kohlhaas vergelijkbaar met de van pedofilie betichte leraar in ‘Jagten’?

„Nee. Die confronteert het dorp dat hem ten onrechte uitsluit in de kerk pas als er echt niets anders meer opzit. Hij heeft gewoon geen leven meer.”

Waarom doet u zo weinig Hollywoodfilms?

„Ik ben niet graag van huis, maar heb niets tegen blockbusters. Ik liet een rol in de superheldenfilm Thor alleen schieten omdat ik al had getekend als Hannibal Lecter. Maar ik deed wel ooit een auditie voor Rubber Man in de Fantastic Four. Eerst moest ik twee zinnen zeggen, daarna moest ik spelen dat mijn arm enorm lang werd om iets uit de kamer daarnaast te pakken. Hoe speel je zoiets? Het voelde vaag vernederend.”

Rollen als Michael Kohlhaas maken u niet rijk.

„Maar je moet selectief zijn. Ik ben waar ik nu ben omdat ik interessante rollen speelde, en zelfs een paar goede. Als ik alles maar aanpak, daalt mijn marktwaarde.”

Welke films hebben uw voorkeur?

„Ik ga al jaren niet meer naar de film. Het is erg moeilijk om van drama te genieten als je zelf in de business zit, je zit dan steeds het acteren te beoordelen. Daarom kijk ik liever naar een stupide actiefilm. Een ander probleem is dat je brein verstopt raakt door referenties. Ik heb collega’s die zeggen: doe dat maar niet zo, dat deed die en die daar ook al. Voor je het weet, word je niet geïnspireerd door het echte leven, maar door film. Maak je films over films over films.”

Waar kijkt u dan wel naar?

„Voetbal.”

Helpt de Gouden Palm voor ‘Jagten’ u?

„Op een regenachtige dag kijk ik er altijd even naar. Hij staat in de keuken, boven het fornuis. Dan denk ik: tsjonge, kijk mij eens. Ze vonden mij toen best goed.”

    • Coen van Zwol