‘Artsen moeten veel vaker lef tonen’

De medische zorg kan bijna alles tegenwoordig. Dat levert soms schokkende voorbeelden van onnodige behandelingen op.

Een demente man van 84 kreeg in het verpleeghuis sondevoeding. Maar hij trok de sonde voortdurend uit zijn neus en daardoor kreeg hij geen voedsel meer binnen. En dus eisten zijn kinderen van de verpleeghuisdokter dat vader naar het ziekenhuis zou gaan en er een sonde in zijn darm zou worden gebracht. De dokter weigerde: de man zou te zwak zijn. Maar de kinderen hielden vol. De operatie ging door en vier weken later overleed hij.

Het is één van de 28 voorbeelden van ‘overbehandeling’ die oud-medisch directeur van het AMC Dirk-Jan Bakker, filosoof Maarten Verkerk en ethicus Theo Boer afgelopen jaar verzamelden. Ze beschrijven die in het boekje Overbehandelen dat deze week verscheen en waarvoor ze vijftig artsen en verpleegkundigen interviewden. Zelf vinden ze sommige voorbeelden, zoals dat van de darmsonde, „schokkend”.

De medische behandeling bij ouderen doorzetten of staken is één van de belangrijkste thema’s in de zorg de komende jaren. Vorige week verscheen een studie uit het Zwolse Isalaziekenhuis waaruit bleek dat longkankerpatiënten steeds langer worden behandeld met chemokuren die niets meer opleveren dan pijn en ongemak. Telkens blijkt dat arts en patiënt almaar doorgaan om zo de hoop op overleving te houden.

De auteurs van het boek wilden een ethische leidraad opstellen waar iedereen die in de zorg werkt (1,5 miljoen mensen) iets aan kan hebben.

De kosten worden steeds relevanter, zegt filosoof Maarten Verkerk, omdat geld voor de zorg de komende jaren schaarser wordt. „Elke behandeling die je de één geeft, kun je dus niet aan een ander geven.” Daar moeten artsen rekening mee houden.

Toch zijn kosten niet altijd doorslaggevend, vertelt Bakker. Toen hij nog arts was, lag in het AMC een oude Turkse vrouw op de intensive care, wier longen onder de abcessen zaten. „Verder beademen was zinloos. Maar haar familie wilde, koste wat het kost, dat ze in leven werd gehouden. Ze dreigden met donder en bliksem. We hebben haar toen nog twee dagen, zinloos, aan de beademing gelaten. En toen kon ik de familie tonen: kijk, ze wordt niet beter. Ik vind dat dat een goede beslissing was, maar wel een dure: twee dagen IC is kostbaar.”

Artsen, zeggen de auteurs van het boek, moeten lef hebben. Verkerk: „Soms moeten ze niet curatief bezig zijn, wat ze gewend zijn, maar louter zorgen.” De oude man die alsnog een darmoperatie kreeg, had de laatste weken van zijn leven meer pijn dan nodig. „Alle betrokken hulpverleners vonden achteraf dat die operatie niet had moeten gebeuren.”

Aan de andere kant zijn er ouderen van 85 die nog heel vitaal zijn en die baat hebben bij een operatie of andere kankerbehandeling. Het gaat dus niet om leeftijd, maar om kwetsbaarheid.

Patiënten en familie zouden zelf in een vroeg stadium moeten nadenken over wat ze willen als het einde nadert, zegt Verkerk. „Wil je nog wel een hartoperatie als de conditie van de patiënt slecht is? Wil je dat iemand thuis kan sterven? Moet je moeder überhaupt nog wel een chemokuur ondergaan als ze boven de 80 is?”

En als de dokter weet wat patiënt en familie willen, dan moeten ze dat goed overdragen op collega’s. Verkerk: „Het gebeurt regelmatig dat iemand die absoluut niet meer gereanimeerd wil worden of naar het ziekenhuis wil, alsnog wordt binnengebracht omdat het personeel in die dienst dat niet wist.”

    • Frederiek Weeda