Wat doe ik mijzelf aan in dat Nederlands?

Op haar tweede cd Het Is blijkt Eefje de Visser gegroeid als schrijver en muzikant Ze is rustiger geworden, wat minder correct „Eigenlijk ben ik best dominant en eigenwijs.”

Redacteur muziek

Ze zijn onnadrukkelijk. Rijmen niet. Associatief. Fragmentarisch. De teksten van singer-songwriter Eefje de Visser (27) zijn als mozaïeken van gedachten, gevoelens en dromen. Ze pende ze neer met een soort achteloosheid. Vindingrijk, wars van ritme, metrum of vorm. Maar het stroomt in haar teksten. En altijd weer gevangen in een melodielijn.

De Visser is groot in het kleine, in zowel haar originele aaneengeregen teksten als haar muziek. Wie haar ziet optreden sluit haar snel in de armen. Eerst als debutante met poppengezichtje, het scheve staartje, het broekpak en de ontwapenende buurmeisjesuitstraling. Nu, de charmante zangeres die zich met een nieuw gevonden vertrouwen meer kan laten gaan op het podium. Dansend, zich minder verschuilend achter haar gitaar, met de Eefje de Visser-band op drums, bas, toetsen, gitaar en zij zingend met gitaar.

In 2009 won ze de Grote Prijs van Nederland. Haar debuut-cd De Koek verscheen in 2011 bij Eefjes Platenmaatschappijtje. En nu is er de „moeilijke tweede”, Het Is. Daarop heeft ze zich meer vrijheid gepermitteerd dan op haar debuut. „Nu ik echt omarmd heb dat ik doe wat ik doe, word ik rustig”, zegt Eefje de Visser in een Utrechts café. „Die ‘sorry dat ik besta’-houding op het podium, dat onschuldige gedoe, heb ik overboord gegooid. Het rare was dat het altijd precies het tegenovergestelde was van hoe ik eigenlijk ben: dominant en best eigenwijs.”

Thuis was er stilte

De cd Het is tekent groei. Tekstueel en muzikaal. Op persoonlijk vlak waren er groeispurten, momenten van zelfreflectie na het opbreken van haar relatie en het moeten herijken van vriendschappen. Het succes van De Koek zorgde voor een nieuw, anders ingevuld leven, onderweg in de tourbus. Thuis was er stilte. „Onderweg zijn hield mij staande in deze moeilijke tijd. Het leidde me af van de dingen waarmee ik eigenlijk moest dealen. Mijn relatie ging stuk, ik was een soulmate kwijt in periode van succes en dat maakte veel indruk. De hele wereld zat in mijn hoofd. In rust kwam het hard binnen. Even denk je dat het nooit meer overgaat. Maar ik vond het heel geruststellend dat ik op een bepaald moment toch weer blij werd, vooral van muziek maken.

Sinds deze zomer werkt ze in een cafeetje. „Singer-songwriter zijn is soms een vreemd idee. Koffie maken en bier tappen zet je met beide benen op de grond.” De Visser, opgegroeid in een muzikale en kunstzinnige familie in Moordrecht, is rustiger geworden. Wat minder correct, stelt ze vast. „Ik was best een moraalridder. Kon aardig vastzitten in vastomlijnde, principiële denkbeelden; altijd de behoefte iets te zeggen over wat een ideale wereld zou zijn. Dat deel ik met mijn tweelingbroer, een slimme, geëngageerde filosoof die graag en veel vertelt. Mijn ideeën en grenzen zijn wat minder radicaal dan hij. Ik ben wat nuchterder, ik sta de realiteit wat meer toe.” Het liedje ‘Nu Af Aan’ zegt daar wat over. „Laat me maar mijn gang gaan, vanaf nu af aan”, zingt ze.

Een vreemde in mijn hoofd

Andere liedjes zijn meer melancholisch. In ‘De Bedoeling’ zingt ze: „Er zit een vreemde in mijn hoofd, en ik wil hem eruit. Ik verander nog steeds, Ik verander door, en in cirkels rond.” Het album heeft stof tot diepere gedachten, maar zocht ook naar iets sussends, iets warms. Eefje de Visser wil ‘nooit’ iets maken wat schuurt, moeilijk of dramatisch is. „Ik wil vriendelijkheid in de muziek.”

Het is heeft fijnzinnige arrangementen. Kaal soms, met enkel het ritme van een woodblock, aangezet met synthesizer. Of enkel gitaar. De koortjes brengen kleur, gooien de liedjes open. De Visser zingt dicht op de huid.

De Visser heeft een „hak op de tak manier van denken”. Versplinterd, zegt ze. „Ik hou er niet van als dingen letterlijk worden gezegd.” Op De Koek was ze letterlijker. Maar, zegt ze, dat was meer een ‘maskertje’, een concept. „Ik was minder intuïtief, schreef vanuit een concept. Er wordt vaak ingezoomd op mijn teksten. Ik doe iets bijzonders, schijnt. Maar ik weet ook niet hoe ik er allemaal op kom. Wat doe ik mijzelf aan in dat Nederlands, denk ik weleens. Maar in het Engels kon ik helemaal niet persoonlijk worden. In mijn eigen taal kan ik meer fantasie toelaten.” Maar, ze moet goed filteren om het mooi te laten zijn. „En ik weet niet of ik mijn teksten wel zo goed vind. Zolang ze maar niet tenenkrommend zijn.”

    • Amanda Kuyper