Vijf vragen over De paus en de Raad van Kardinalen

Buona sera.’ Met deze alledaagse begroeting vanaf het balkon van de Sint Pieter zette de kersverse paus Franciscus op de avond van 13 maart de toon: hier stond een man die het anders ging doen. Zijn stijl is sober, menselijk. Sympathiek, vinden veel gelovigen en niet-katholieken hem. Maar verandert er ook echt wat? De oogst tot nu toe is bescheiden, maar relevant. De top van de bank van het Vaticaan is vervangen. Er is een nieuwe Secretaris van Staat benoemd, een soort tweede man. Maar het echte werk is pas begonnen. Vandaag begint de paus een driedaags overleg met acht kardinalen dat, zo wordt verwacht, een hele reeks veranderingen in gang zal zetten.

Wat moet je hiervan verwachten?

De woordvoerder van de paus waarschuwde gisteren dat je niet meteen een lijst ingrijpende besluiten moet verwachten. „Dit is een eerste bijeenkomst”, zei hij. Maar toch. Alleen al het bestaan van die Raad van Kardinalen, zoals de commissie nu officieel heet, is nieuw. Taak van die raad, zo schreef Franciscus zaterdag in een soort pauselijk decreet, is „mij bij te staan in het bestuur van de universele Kerk en een project op te stellen voor de herziening van de Apostolische Constitutie Pastor Bonus” – deze constitutie, een soort wet, regelt hoe de curie functioneert. Dus: de paus wil de curie, die inefficiënte bureaucratie van het Vaticaan, dat broeinest van intriges en machtsspelletjes, hervormen. En hij wil dat doen in nauw overleg met anderen.

Wie zitten er in die groep?

Om te beginnen: het is opvallend wie er niet in zitten. Hotshots van de Romeinse curie ontbreken. De enige Italiaan is kardinaal Giuseppe Bertello, de gouverneur van Vaticaanstad. De raad is zo ingericht dat alle continenten vertegenwoordigd zijn, en de betrokken kardinalen hebben veelal een goede naam. De raad is een afspiegeling van de Katholieke Kerk als wereldkerk, en alle betrokkenen hebben de afgelopen maanden uitgebreid gesproken met de mensen uit hun regio.

Heeft de paus zelf al iets gezegd over hervormingen?

Twee weken geleden is er een interview met hem gepubliceerd waarin Franciscus een nieuwe koers uitzet. Minder Rome, meer gewone gelovigen. Minder voorschriften, meer ruimte voor twijfel. Minder orders, meer overleg. Meer ruimte ook voor de wensen en noden van de Katholieke Kerk in Latijns-Amerika, Azië en Afrika. Laten we meer over God praten, en minder over regeltjes, is zijn boodschap. Het interview staat vol zinnen die als zweepslagen in Rome aankomen: „De Kerk heeft zich soms opgesloten in kleine zaken, in kleingeestige regels. […] We kunnen niet alleen maar de nadruk leggen op kwesties die verbonden zijn aan abortus, het homohuwelijk, en het gebruik van anticonceptiemethodes. […] De pastorale missie van de Kerk moet niet geobsedeerd zijn door het overdragen en opleggen van een onsamenhangende veelheid van doctrines. […] We moeten een nieuw evenwicht vinden, anders loopt het morele gebouw van de Kerk het risico in te storten als een kaartenhuis.”

Dus er komt een einde aan het celibaat en vrouwen mogen priester worden?

Zo snel zal het zeker niet gaan. Maar de paus lijkt de discussie hierover niet bij voorbaat af te willen kappen. Er wordt gespeculeerd dat op kortere termijn een minder afwijzende houding van Rome te verwachten is ten opzichte van gescheiden gelovigen.

Waar is dan verandering te verwachten?

De grote schoonmaak binnen de Vaticaanse financiële instellingen (niet alleen de bank) is nog maar net begonnen. Aan te nemen valt dat de Raad van Kardinalen met verdere voorstellen hiervoor komt. Het belangrijkste concrete punt lijkt nu hervorming van de curie. In zijn interview zei de paus dat er veel te veel zaken in Rome worden besloten die veel beter op lokaal niveau kunnen worden geregeld. De curie moet een dienstverlenend orgaan worden voor de lokale kerken, zei hij, niet een politieagent. De coördinator van de Raad, kardinaal Oscar Maradiaga Rodriguez uit Honduras, heeft in een tv-interview gezegd dat het niet de bedoeling is om alleen maar „hier en daar” wat te veranderen. „Het is nu tijd voor iets anders.”

    • Marc Leijendekker