Verzopen peloton

De bondscoach was tevreden, zo las ik maandag in mijn ochtendblad. Johan Lammerts had zijn renners als doelstelling een toptienklassering meegegeven, maar met de elfde plaats van Bauke Mollema kon hij leven omdat hij finishte in een groepje met andere geklopte favorieten. Een vreemde reden om tevreden te zijn. Net als Bauke waren die andere geklopte favorieten niet één seconde in de wedstrijd geweest. Ze doofden uit als hongerstakers voor de goede zaak.

De bondscoach kon niet leven met het functioneren van enkele andere renners. „Sommige afgesproken dingen gingen goed, andere niet”. Lammers noemde geen namen: „Dat bespreek ik tijdens de evaluatie met de betreffende jongens zelf.” Het klonk zo geheimzinnig dat ik over heel erge dingen begon te speculeren. Maar wanneer zouden die dan hebben plaatsgevonden? Op een tempoversnelling van de Italiaanse ploeg na, ergens half koers, was de strijd om de regenboogtrui zo gesloten als een graf.

Zondagochtend stuurde een kennis me een berichtje uit Florence. Dat het er regende. „Veel plezier onder de paraplu”, antwoordde ik. De televisie stond intussen aan. Een kopgroep had zich losgemaakt; het op de cameralens spattende water vertroebelde het beeld. Het vijftal leek me voor meer dan een halve dag vertrokken. Koud was het niet in Toscane. Bijna niemand droeg een regenjasje.

Ik zag me voor een dilemma geplaatst. Of blijven zitten en onafgebroken naar het scherm turen tot ik mezelf tegen een uur of zes in de avond zo gaar als een stoofkuiken naar het frietkot zou slepen, of buiten in het zonnetje verheffende lichaamsbeweging zoeken. Ik koos voor het laatste.

Iets na drieën was ik terug op mijn post. Monter, van zuurstof voorzien. Het regende nog steeds in Toscane, sterker nog, het onweerde. Van de vijf gevluchten waren er nog twee over. Een paar minuten daarachter een peloton van een man of tachtig, zonder haast. De commentatoren praatten me bij: ik had wat gemist. Honderd valpartijen, de Italianen hadden twee ronden lang de kussens opgeschud. Helaas was de koers weer terug op standby.

„Ik heb de hele dag op de limiet gereden”, zei kopman Bauke gisteren in deze krant. De hele dag? Omdat Bauke zich op verbaal terrein nooit of te nimmer dramaturgische ingrepen veroorlooft, moet hij op zijn woord worden geloofd. En als Bauke de hele dag op de limiet zat, wie dan niet.

Tijdens het wereldkampioenschap sleepte een verzopen peloton zich naar het einde van het wielerseizoen. Iedereen was moe in benen, hoofd en nieren. En iedereen die van werk verzekerd is zat met zijn hoofd al bij de lente. Pas in de allerlaatste ronde weekten vijf dode vogeltjes zich los van de rest. De Portugees Rui Costa was de leepste. Hem wacht volgend jaar de welbekende vloek van de regenboogtrui.

Peter Winnen is oud-wielerprof en schrijver

    • Peter Winnen