Van de Nacht van Wiegel naar de Nacht van De Graaf

Komt er een Nacht van de Graaf over de omstreden pensioenplannen, nu hij in de eerste kamer zit, vraagt Hans Wiegel zich af.

Voorspeld was dat de Algemene Politieke Beschouwingen van vorige week ‘historisch’ zouden worden. Met alle respect, dat waren ze niet. Hoogstens een tussenstap in de dans om de macht. Premier Rutte wilde wel openingen richting de oppositie maken, maar de PvdA stond dat niet toe. Nu trekt de karavaan verder. Hier en daar zal het beleid straks wellicht wat worden bijgesteld.

Alle gedoe is veroorzaakt omdat tijdens de kabinetsformatie PvdA en VVD de grondfout hebben gemaakt de Eerste Kamer te veronachtzamen. Men kon toch op voorhand weten dat het afwezig zijn van een regeringsmeerderheid in de senaat, het kabinet voor problemen zou gaan plaatsen. Dat is de crux van alle machteloosheid. Het één-tweetje van onderzoeker Henk Kamp en Eerste Kamervoorzitter Fred de Graaff was al te simpel.

De toenmalige senaatsvoorzitter had verkenner Kamp meegedeeld dat het in de Eerste Kamer wel los zou lopen. De senaat zou zich terughoudend opstellen en alleen letten op de techniek en uitvoerbaarheid van de wetgeving die ter tafel zou komen. Namens wie sprak de Kamervoorzitter toen? Niet anders dan namens zichzelf. Mooier kan ik het niet maken. Een dag of tien terug schreven de D66-senatoren Thom de Graaf en Hans Engels een glashelder artikel in deze krant over plaats, bevoegdheden en macht van de Eerste Kamer. Dat Thom de Graaf dat deed had nog een extra dimensie. Hij was het die aan de vooravond van het debat in de Eerste Kamer over het wetgevend referendum publiekelijk geëist had dat alle VVD-senatoren voor dat voorstel zouden stemmen. Daarop bevraagd, heb ik toen geantwoord dat ik nog nooit geweken was voor dreigementen en dat ik dit ook nu niet zou doen.

Na de verwerping van het wetsontwerp, bood het kabinet-Kok zijn ontslag aan. En het debat over het wetsvoorstel de burgemeestersbenoeming uit de Grondwet te halen leidde eveneens tot een nederlaag voor de regering omdat onder andere de PvdA-fractie onder aanvoering van Ed van Thijn en Erik Jurgens (!) tegen stemde. De Graaf trad toen af als minister. Deze precedenten laten zien dat, als de Eerste Kamer een voor het kabinet niet aanvaardbaar besluit neemt, er staatsrechtelijk de opening is voor een reshuffle van de coalitie. Een echte doorbraak dus. Een tussenformatie? Met spanning wordt uitgekeken naar het debat binnenkort in de Eerste Kamer over de omstreden pensioenplannen. De Nacht van De Graaf? Dat de top van de fractie van D66 in de Eerste Kamer nog eens in alle scherpte noteert dat de positie van de senaat staatsrechtelijk glashelder is en dat er geen reden voor de gedachte is dat de senaat „slechts een politieke ja-knikker” is, is good sport, van de kant van De Graaf. Mij deed het ook bijzonder goed dat de beide D66–senatoren de minister, die aan het begin van de jaren tachtig verantwoordelijk was voor de Grondwet, citeerden: „De Eerste Kamer heeft politieke tanden en moet die ook behouden. Hoe zij die tanden gebruikt is in de eerste plaats aan de Kamer zelf ter beoordeling”. Waarvan akte.

    • Hans Wiegel