Pas met ruiters te paard kan Marini vlammen

Marino Marini: ‘30:Orfeo/Orpheus’, 1956, olieverf op papier op doek. Museo Marino Marini, Florence

Argwanend kijkt de nog jonge Marino Marini (1901-1980) ons aan, vanaf zijn zelfportret uit 1929. Zijn ogen staan ernstig, in een wat week gezicht met zachte rode lippen. Hij doemt op uit het donker, geschilderd volgens de licht-donkerwetten van het ‘chiaroscuro’.Marini schilderde zijn serene mensfiguren naar voorbeeld van de vroege Italiaanse Renaissance, waarvan de precisie bij hem soms sereen en soms houterig uitpakte.

Misschien lijkt hij daarom in zijn zelfportret zo op zijn hoede, de last van de kunstgeschiedenis woog zwaar. Er waren Italiaanse kunstenaars die pleitten voor het bombarderen van al die oude meesters, maar Marini niet. Hij besloot de tradities te omarmen met klassieke thema’s zoals godinnen en ruiters – zo kunsthistorisch bekend dat hij moet hebben gevoeld hoe oude meesters nauwlettend over zijn schouder meekeken.

In zijn werk had hij een lange weg te gaan, blijkt in Museum de Fundatie. In een expositie met dertig sculpturen en honderdtwintig schilderijen en tekeningen, uit zes decennia, wil het museum laten zien dat Marini onterecht enkel als beeldhouwer bekendstaat. Inderdaad blijken de beelden en platte werken eenzelfde beeldtaal te hebben. Maar ook blijkt zijn talent er wisselvallig. Zijn eerste grote onderwerp was naakte vruchtbaarheidsgodinnen. In brons pasten ze met hun brede heupen bij het massieve materiaal en ook geschilderd zijn ze kloek – meer oermoeders dan bevallige muzen. Want hoe Marini ze ook benaderde, lineair, in grote vlakken, met rulle verf, oplichtende contouren, nooit worden zijn vrouwen sensueel. Als ze wijdbeens zitten is het niet om te verleiden, maar omdat ze er wat onderuitgezakt bij hangen.

Maar bij zijn tweede grote thema, ruiter te paard, weet ook Marini eindelijk te vlammen. In 1956 schildert hij het monumentale Orpheus. Daar wordt het paard een strijdros, rood en angstig, met op zijn rug een getormenteerde Orpheus overschaduwd door vlakken. In die jaren begon hij paarden te schilderen die hun ruiters afwerpen, naar Picasso, wél zo’n woest wonderkind. De ruiters van Marini zijn beelden van scheuring, strijd, tragiek. Zijn voorheen soms kokette lijnen worden hier krachtig en grimmig, tot de dampende flanken oplossen in abstractie.

    • Sandra Smets