Met hervormingen stelt Erdogan iedereen teleur

Premier Erdogan kondigde gisteren hervormingen aan die tien jaar geleden indruk hadden gemaakt, maar nu niet.

De scepsis overheerste gisteren, nog voor de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan überhaupt aan zijn langverwachte toespraak was begonnen over de maatregelen waarmee hij Turkije denkt te democratiseren. Kranten die de regering niet welgezind zijn, waren niet uitgenodigd voor de persconferentie. Journalisten mochten geen vragen stellen.

Toen hij klaar was, bleven velen ongelukkig. Turkse nationalisten omdat de premier te veel concessies aan de Koerden had gedaan. De Koerden omdat de concessies niet ver genoeg gingen. De seculiere Turken vanwege het afschaffen van het verbod op het dragen van een hoofddoek in openbare ruimten. De gelovigen omdat het verbod in rechtbanken en kazernes blijft bestaan. En de alevieten bleven ongelukkig omdat hun gebedshuizen niet worden erkend.

Erdogan is premier van een land dat verkeert in een schemerzone: het afscheid van het oude Turkije doet velen nog pijn, terwijl het omarmen van het nieuwe Turkije aarzelend gebeurt.

Zeker, hij maakte een eind aan het verplicht reciteren van de woorden van de grondlegger van de republiek, Kemal Atatürk. „Gelukkig is hij die kan zeggen: ik ben een Turk”, dat alle kinderen aan het begin van de schoolweek moeten oplepelen, ook al voelen ze zich Koerd, Griek of Armeniër.

Zeker, het afschaffen van het verbod op het gebruik van de letters q, x en w, die niet in het Turks maar wel in het Koerdisch voorkomen, betekent vooruitgang in het denken over wie Turkije toebehoort.

Zelfs mogen privéscholen nu in een niet-Turkse taal als het Koerdisch les gaan geven. Het is beslist een ommekeer in het land waar Koerden decennialang als berg-Turken werden aangeduid. Voorheen werden tal van burgemeesters en politici opgesloten voor campagnes in het Koerdisch. Ook het verbod daarop verdwijnt. Koerdische dorpen die na de coup in 1980 Turkse namen kregen, mogen de oude plaatsnaam weer gebruiken.

Maar veel veranderingen werden al eerder aangekondigd. „Tien jaar geleden was dit pakket verwelkomd, maar nu is het slechts uitstel van het onvermijdelijke”, zei Aliza Marcus, toonaangevend schrijver over de Koerdische kwestie. Erdogan hield zijn kruit droog in het debat over de echte struikelblokken. Zoals de torenhoge kiesdrempel van 10 procent, die het voor Koerdische en andere etnische partijen vrijwel onmogelijk maakt het parlement in te komen. Daar moet over gesproken worden, vond Erdogan.

Duizenden Koerdische activisten blijven vastzitten in de Turkse gevangenissen. Decentralisatie van de macht van Ankara, waar veel Koerden in het zuidoosten van het land op hopen, blijft een brug te ver. „Dit pakket kan niet de stilstand in het vredesproces doorbreken”, concludeerde Gülten Kisanak, van de Koerdische BDP.

Erdogan deed wel net genoeg om een herstart van de oorlog met de PKK te voorkomen. De gevangen leider van de Koerdische militanten, Abdullah Öcalan, legde afgelopen maand de terugtrekking van de naar schatting 7.000 PKK-strijders van Turks grondgebied stil nadat een tegenprestatie zes maanden na het staakt-het-vuren was uitgebleven. Een herstart van de Koerdische oorlog kan Turkije zich niet veroorloven met zoveel instabiliteit in de buurlanden Syrië en Irak.

Erdogan begon gisteren stiekem al aan de campagne voor de gemeenteraads- en presidentsverkiezingen volgend jaar. Hij veinsde lering te hebben getrokken uit de massale protesten rond het Gezi-park. Het recht op vergadering en openbare bijeenkomsten werd verruimd. Dat recht bestond al, maar werd in de praktijk week na week ingeperkt. De problemen van de Turkse democratie zitten vaak niet in de wet maar in de manier waarop hij wordt uitgevoerd.