‘Ik ben in aanleg nogal bang’

‘Zwarte zwaan’ van Gideon Samson is genomineerd voor een Gouden Griffel: „Ik schrijf vanuit kinderlijke puurheid.”

Gideon Samson: „Dat Rifka inZwarte zwaan een gemeen karakter heeft, was een bewuste keuze.” Foto Andreas Terlaak

Gideon Samson haalt zijn schouders op. Hij denkt niet dat zijn boek Zwarte zwaan vanavond op het Kinderboekenbal bekroond wordt met de Gouden Griffel. Ja, het wordt genoemd als grote kanshebber. Maar de jury sprak over „twee ultieme jeugdromans”, Spinder van Simon van der Geest en Zwarte zwaan, „die stellig in de canon van de Nederlandse jeugdliteratuur terecht zullen komen”. Maar, zegt Samson (1985): „Mijn lezer wordt volgens de jury ‘beroofd van alle hoop’. Toen ik dat las dacht ik: oké, dan win ik niet.”

Alle hoop gaat misschien wat ver, maar het brak ferm met de kinderboekengewoontes dat hoofdpersonen sympathieke kinderen zijn én dat ze niet doodgaan. Sterker nog: in de vijfde, realistische roman van Samson doodt een kind een ander kind. Zwarte zwaan gaat over een manipulatief meisje, Rifka, dat haar eigen begrafenis in scène wil zetten, de ultieme daad van macht en het ultieme moment van aandacht.

Samson: „Aanvankelijk maakte ik me druk of ik kinderen van tien niet aan het huilen zou maken. Die zorgen moest ik opzijzetten voor ik kon gaan schrijven. Er was wel weerstand bij mijn uitgeverij, maar minder dan ik verwachtte. Het leek hen moeilijk voor kinderen om zich met Rifka te identificeren, omdat ik geen verklaring gaf voor haar gemene karakter. Dat was een bewuste keuze. Ik was benieuwd of ik kon schrijven over een rotkind zonder reden – eigenlijk niet dus. Maar vaak is zoiets niet eenduidig te verklaren. Rifka is ook vast komen te zitten in een patroon: ze is manipulatief en blijft dat, omdat de buitenwereld haar zo kent. Ik vind haar een slachtoffer. Misschien is ze diep vanbinnen lief. Maar daarover gaat Zwarte zwaan voor mij niet.”

Toch nog even: er is altijd een reden voor slechtheid?

„Ik geloof niet in het pure kwaad.”

Gaat het voor u over Rifka’s wens om de dood te verslaan?

„Wat ik schrijf heeft wortels in mijn eigen angsten en fantasieën, het is bijna therapeutisch. Ik ben in aanleg nogal bang, ik kon als kind in bed liggen huilen om het feit dat alle mensen ooit sterven. Mijn moeder kon me dan proberen te troosten, maar ik hád gelijk. Nog steeds praat en denk ik niet graag over de dood, maar in mijn boeken kan ik uiting geven aan die gevoelens. Tijdens het schrijven ben ik daar niet mee bezig: dan gaat het om personages creëren, om waarachtige zinnen schrijven.”

Waarom schrijft u kinderboeken?

„Ik vind het mooi om vanuit de kinderlijke puurheid te schrijven. Ik laat mijn hoofdpersonen aan het woord en daardoor wordt de toon kinderlijk, en waarachtig, volgens mij. Maar Zwarte zwaan is niet uitsluitend gereserveerd voor kinderen: het is fantastisch als iemand van 48 mijn boek óók leest. Goede kinderboeken kun je op meerdere niveaus lezen, wat mij betreft: als spannend verhaal voor kinderen en als literatuur.”

U schrijft wel voor kinderen?

„Ik wil geen kunst maken over de hoofden van kinderen heen. Het zit zo: over het algemeen hebben kinderen wansmaak. Dat is niet zo erg. Ze mogen m’n boek raar vinden of niet volledig begrijpen, maar het is wel extreem belangrijk dat het voor kinderen lekker leest. Die wansmaak is geen verwijt – smaak moet je ontwikkelen. Maar ik wil geen knieval maken door die wansmaak in stand te houden, met platte, futloze boeken.”

    • Thomas de Veen