Het absolute elders

Schrijfster Pia de Jong verhuisde met haar gezin van Amsterdam naar Princeton, in de Verenigde Staten. Ze schrijft wekelijks over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

In 1930 publiceerde het Engelse satirische tijdschrift Punch een cartoon van een jongetje dat een boek over Einsteins relativiteitstheorie leest. Als hem wordt gevraagd waar zijn zusje is, antwoordt hij: „Ergens in het absolute elders.” Dat jongetje was de zevenjarige Freeman Dyson. Hij begreep niet waarom zijn vader deze opmerking naar Punch had gestuurd. Het was immers technisch correct. Wat was daar nou grappig aan?

Nu is Dyson een wereldberoemde wis-, natuur- en sterrenkundige en veelgelezen schrijver. Vandaag viert hij zijn negentigste verjaardag. Zestig jaar is hij verbonden aan het Institute for Advanced Study in Princeton. De elfachtige verschijning met puntige oren en ondeugende grijze ogen, wandelt nog elke ochtend naar zijn werkkamer. Steevast gekleed als de Britse kostschooljongen die hij ooit was: een sleets jasje met een das.

De conferentie die te zijner eer is georganiseerd heeft hij zelf Dreams of Earth and Sky gedoopt. Het programma, eveneens door hem samengesteld, is net zo spannend als de boeken van Jules Verne waar hij als kind door werd gegrepen, tot hij begreep dat het slechts sciencefiction was.

Een weekendlang word ik ondergedompeld in zijn fascinerende wereld. Hoor ik hem zelf vertellen over andere universums. Zie ik een kaart van de dichtstbijzijnde sterren waar buitenaards leven te verwachten is.

Ik hoor ook andere eigenzinnige mensen vertellen over magische formules, het binnenste van de aarde, nucleaire ontwapening en leven op Mars. Hun ideeën zijn vaak even omstreden als die van Dyson zelf, maar ze spreken vooral met een even aanstekelijk enthousiasme als de jarige over alles wat er nog te ontdekken valt. Als ik dit als kind allemaal had gehoord, was Dyson mijn held geweest en had ik sterrenkundige willen worden. Gelukkig zitten er veel kinderen in de zaal.

In het programmaboekje staat de titelpagina afgebeeld van het boek dat Dyson op negenjarige leeftijd schreef. Sir Phillip Roberts’s Erolunar Collision beschrijft de expeditie naar de maan om een botsing met de planeet Eros van dichtbij waar te nemen. Daarnaast zie ik een foto van de oudere Dyson bij de lancering van een Russische raket. Zijn dochter Esther was de reserveastronaut. Hoe graag was hij zelf de ruimte in gegaan.

Voorop het boekje staat een schilderij van Dyson. We zien hem op de rug, boven op de planeet aarde staand, en kijken over zijn schouder mee naar het heelal. Hij doet me denken aan De Kleine Prins, op zijn eenpersoonsastroïde B-612. Denkend en fantaserend. Ergens in het absolute elders.

Tijdens het diner, waar hij mijn tafelheer is, vertelt hij hoe hij in de jaren vijftig naar San Diego ging om met zijn vrienden atoomraketten te ontwerpen. In 1970 zouden ze Saturnus hebben bereikt. Ze wilden niet langer naar het heelal kijken door een sleutelgat, maar de deur naar de kosmos wagenwijd openzetten. Hij vindt het nog altijd jammer dat de regering besloot niet verder dan de maan te gaan.

Aan het eind van de avond neemt zijn zoon, schrijver George Dyson, het woord. „Ik zal je zeggen hoe je een genie herkent”, zegt hij, met een blik op zijn vader die te midden van zijn zes kinderen en zestien kleinkinderen een planeetje van zijn verjaardagstaart snoept. „Een genie is als kind een volwassene en als volwassene een kind.”