Herfstonderhandelaar

Als het kabinet consequent is, sluit Jeroen Dijsselbloem deze week geen veelomvattend akkoord met oppositiepartijen. Toch voert de minister van Financiën sinds gisteren een nogal breed opgezet overleg met vijf oppositiepartijen. Behalve over de extra bezuinigingen van zes miljard euro voor 2014 kan er ook gesproken worden over lastenverlichting, sociaal akkoord, koopkracht, onderwijs, zei hij na het eerste overleg met de financieel woordvoerders van zeven partijen.

Premier Rutte toonde zich optimistisch. Dijsselbloem kan volgens hem in de achterkamer in een week bereiken wat hem zelf bij de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer niet lukte: zaken doen met de ‘constructieve’ oppositie van CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks en SGP. Het zou niet voor het eerst zijn dat een onderaannemer Rutte redt: zo ging het al na de val van Rutte I, toen de vorige minister van Financiën, Jan-Kees de Jager, met de oppositie het Lenteakkoord sloot.

Als opvolger Dijsselbloem nu een nieuw Herfstakkoord zou smeden, breekt het kabinet-Rutte II met de ‘mootjesmethode’ die het tot nu toe volgt: voor elk plan apart een meerderheid zoeken in de senaat. Nu eens met het CDA, soms met de SP en anders via een combinatie van D66 met GroenLinks of met de ChristenUnie en SGP. Deze aanpak voelt lekker voor de uitruilcoalitie van VVD en PvdA: nu eens steun van rechts, dan van links. De ene keer feest voor de VVD (en CDA en D66), dan een ‘links’ resultaat voor de PvdA. Iedereen krijgt wat en iedereen kan klagen, dus: opvallen.

Nog steeds zeggen de voorstanders: dat werkt. Kijk maar naar wat de Eerste Kamer tot nu toe heeft geblokkeerd: niets van importantie. Maar het kan ook elk moment misgaan, en met flinke gevolgen. Volgende week behandelt de senaat het wetsvoorstel dat de mogelijkheid om belastingvrij te sparen voor pensioen beperkt. Er is een bezuiniging van drie miljard euro mee gemoeid. Rutte heeft zelf al heel wat afgebeld, maar steun lijkt nog ver weg.

De nervositeit in de coalitie groeit. VVD-fractieleider Zijlstra haakte vorige week opzichtig naar steun van CDA en D66. Eerder sprak hij al met D66-leider Pechtold over kabinetsdeelname. Maar eigenlijk is het CDA interessanter, want die partij levert in zijn eentje voldoende steun op in de senaat. CDA-leider Buma drijft de prijs op. Zover, dat het kabinet twijfelt: wil de oude bestuurderspartij zich wel ‘verantwoordelijk gedragen’? In de Kamer beantwoordde Buma die vraag vorige week met ja. „Het CDA voelt zich verantwoordelijk.” Maar: „Het roer moet om. Anders moet het kabinet op zoek naar steun elders.” Anders gezegd: het CDA wil niet meewerken aan de verdeel- een heersstrategie van de coalitie. Het eist meer. Zoals ze bij het CDA zeggen: geen koehandel, het moet „fundamenteel anders”.

Nu de partijen in groepsgesprek zijn geraakt met minister Dijsselbloem over alles wat ze willen agenderen, nadert voor het CDA (en ook voor D66) het uur van de waarheid. Sommigen spreken al van een sluipende tussenformatie. Een breed akkoord zou Buma dwingen kleur te bekennen: wil het CDA echt ‘verantwoordelijk’ zijn en toch wat inleveren, of liever gokken op electoraal profijt door harde oppositie? De uiterste consequentie van een breed akkoord is dat de christen-democraten toetreden tot het kabinet. De VVD kan dan een directe electorale concurrent aan het kabinetsbeleid binden. Lastiger is dat voor de PvdA: de wensen van het CDA – lastenverlichting, kleinere overheid, werk boven ‘een evenwichtige inkomensverdeling’ – liggen dichter bij de VVD. Dat geldt ook voor de wensen van een andere kandidaat-partner, D66. Bij die partij is nog frustratie over de ‘snelle’ formatie van 55 dagen waarin VVD en PvdA elkaar vorig jaar al vonden voordat de kansen van de anderen netjes waren geëlimineerd. Maar ook wanneer dat nu alsnog gebeurt, is Ruttes onderaannemer Dijsselbloem de facto de informateur van de losse eindjes.

René Moerland is chef van de politieke redactie in Den Haag.

    • René Moerland