Haal een blanke voor je lens!

Tanzaniaanse studenten fotograferen westerlingen in Arusha. Kunstenaar Jan Hoek, initiatiefnemer van het project, vertelt erover. Eindelijk, de eerste goede foto.

In Arusha wordt veel gefotografeerd. Door westerlingen. Die zijn hier in overvloed. Tanzania ontvangt meer dan een miljoen toeristen per jaar en Arusha is de toeristenhoofdstad van het land. Ook buitenlandse hulpverleners komen op het fijne klimaat en de mooie natuur af.

Toeristen maken foto’s van exotische Masaikrijgers, de hulpverleners van schattige kindjes. De journalisten gaan op zoek naar lijmsnuivende straatkinderen. Deze foto’s gaan de wereld over en bepalen het beeld van de mensen hier. Representatief is dat niet: zakenmannen, Masai in blingbling hiphop-outfits en mensen die in gewone bakstenen huizen wonen, willen we in het Westen niet zien.

Zelf maken de Tanzanianen heel wat minder foto’s. En zeker niet van westerlingen.

In een klas van het Kilimanjaro Film Institute (KFI), net buiten Arusha, zitten zeventien beteuterde studenten op de bankjes. Het blijkt heel wat moeilijker dan ze dachten om Wazungu (blanken, westerlingen) te fotograferen.

Het filminstituut is opgericht om jongeren uit arme gezinnen op te leiden tot mediamaker. Straks maken zij zelf films, documentaires, televisieprogramma’s. Hiervoor worden nu nog vaak westerse journalisten ingevlogen, maar dat zal veranderen. Deze jonge mediamakers willen laten zien hoe zíj Afrika zien. En in dit geval: hoe zij de blanken in Afrika zien.

Toen we begonnen met het project – ‘we maken een expositie over Wazungu’ – was de opwinding groot. Iedereen wilde zijn zegje doen. „Veel van die meisjes gaan bijna naakt over straat. Ze denken dat ze een korte broek aan hebben, maar voor ons is dat gewoon ondergoed”, zei er een. Een meisje vertelt: „Toen ik jong was, zag ik een zombiefilm. Alle zombies waren blank, dus dacht ik dat blanken en zombies hetzelfde waren.” Lachen.

Ik krijg ook dingen te horen die aan het denken zetten. Zo menen de studenten dat in Europa ook iedereen enkel gekleed gaat in kaki outfits vol praktische zakjes. Een Masai-jongen vertelt dat door de toeristen de prijs van de rode Masaidoeken zo is gestegen dat Masai die zelf niet meer kunnen betalen. Zelf draagt hij sportschoenen en een spijkerbroek.

In Nederland heb ik zeventien digitale camera’s verzameld en daarmee zijn de studenten de stad in gerend om ‘blanken te bespringen’. Na terugkeer is het enthousiasme wat getemperd. Veel vage foto’s, die allemaal op elkaar lijken. Ik denk terug aan de waarschuwingen die ik kreeg. ‘Ze zijn allemaal heel welwillend, die Tanzaniaanse studenten, maar verwacht niet dat ze zelf met allemaal origineel conceptueel werk aan komen zetten.’ Ook denk ik aan de film Enjoy Poverty van Renzo Martens. Hij probeert twee bruiloftsfotografen in Congo op te leiden tot oorlogsfotograaf. Zo valt veel meer geld te verdienen. Stuntelig maken ze foto’s van gewonde Afrikanen. Ze blijken onscherp en geen enkele westerse krant wil ervoor betalen.

Mijn studenten merken dat de Wazungu niet gefotografeerd willen worden. „Waarom?”, vragen ze. „Zij maken toch ook foto’s van iedereen?”

Ik probeer uit te leggen dat je hier op straat als westerling continu belaagd wordt door allerlei grimmige types die uit zijn op je geld. Dus moeten ze heel duidelijk maken dat het hun daar niet om te doen is.

Een jongen laat een foto zien van een mollig blank meisje in een flodderige Afrikaanse broek, die krampachtig haar handen voor haar gezicht houdt om niet te worden gefotografeerd. De eerste goede foto.

Twee weken later opent de expositie in de enige galerie van Arusha. Er hangt een foto van een blanke jongen die aan een enorme bout vlees knabbelt. Zijn gezicht is bewerkt, zodat hij op een zombie lijkt. Mkamba, de maakster, geeft uitleg aan twee verbaasde toeristen. Ook is er een foto van bleke bio-industriekippen in een loods. Kippen die naar westers model worden geproduceerd heten Kuku Mzungu (kip van de blanken).

Er is gephotoshopt, er zijn collages gemaakt, decors gebouwd, blanken aangekleed als Tanzanianen en andersom. Iemand heeft enkel de huizen van expats vol clichématige Afrika-attributen gefotografeerd. Een wereld van verschil na de foto’s van de eerste dag. Mama Si, een buitenlandse prominent uit Arusha die al zo lang in Tanzania woont dat ze Afrikaanser lijkt dan de Afrikanen, vat het bondig samen: „Zoveel beter dan alle foto’s die de westerlingen hier zelf maken!”

Verder is veel bij het oude gebleven. We hebben de foto’s op ansichtkaarten laten drukken, maar niemand wil een kaart met een blanke. Dan liever een exotische Masai uit de toeristenwinkel.

    • Jan Hoek