Grote meerderheid van Britse bedrijven is tegen een ‘Brixit’

Werkgevers roeren zich in het debat over een mogelijk Brits vertrek uit de EU. De meesten zien een ‘Brixit’ niet zitten.

Alle Britten tegen Europa? Soms lijkt het er misschien op. Premier Cameron heeft beloofd in 2017 een referendum te houden over het Britse lidmaatschap van de Europese Unie. En door de opmars van de eurosceptische UK Independence Party wint een ‘Brixit’ nog altijd aan stootkracht: 43 procent van de Britten wil de EU verlaten.

Maar uit een peiling van werkgeversorganisatie Confederation of British Business (CBI) bleek eerder deze maand dat 78 procent van de Britse bedrijven juist lid wil blijven. De regelgeving, die lastig wordt genoemd, neemt men op de koop toe. Van de werknemers meent 71 procent dat het EU-lidmaatschap een positief effect op het eigen bedrijf heeft gehad. En 86 procent gelooft dat het beëindigen van het lidmaatschap negatieve gevolgen voor investeringen zal hebben.

„Bedrijven menen dat het lidmaatschap meer invloed geeft in de wereld”, zegt Katja Hall, beleidsdirecteur van de CBI. De werkgeversorganisatie vertegenwoordigt ruim 240.000 Britse bedrijven met 1,5 miljoen werknemers, waaronder een groot aantal beursgenoteerde bedrijven maar ook het midden- en kleinbedrijf. „Bedrijven geloven dat Groot-Brittannië het beste af is in de EU, gezien de wereldeconomie en de handelspatronen.”

Pro-Europese politici klagen dat het bedrijfsleven zich stilhoudt in de discussie over een Brixit. Hall noemt die kritiek onterecht. De CBI wil op dit moment vooral „de feiten inbrengen” in „een emotionele discussie”, zegt Hall. Bewust laat ze zich niet uit over een referendum over het Britse lidmaatschap.

Bovendien is de CBI volgens haar niet de enige die zich uitspreekt. Begint dit jaar waarschuwden onder anderen Virgin-topman Richard Branson en de bestuursvoorzitter van de London Stock Exchange, Chris Gibson-Smith in een open brief dat grootschalige heronderhandelen onzekerheid zou creëren. Begin vorige maand gaf de top van Goldman Sachs aan dat de bank zou verhuizen als het Verenigd Koninkrijk de EU verlaat.

Dit werd door eurosceptici weggehoond met het argument dat grote bedrijven als Virgin en Goldman Sachs genoeg geld en personeel hebben om zich te weren of zich aan te passen aan Europese regelgeving. „Wij vertegenwoordigen ook het midden- en kleinbedrijf, waaronder een aantal snelgroeiende bedrijven", zegt Hall. „Voor veel van hen, ook al richten ze zich uiteindelijk op opkomende markten, is export naar Europa een begin. Natuurlijk zijn er zorgen over veel Europese regels; die zijn lastig om in te voeren, maar bedrijven realiseren zich dat er een bepaalde maatstaf moet zijn.”

Dat betekent niet dat de leden van de CBI tevreden zijn: 46 procent wil een einde aan het zogenoemde ‘gold plating’, waarbij de Britse regering extra’s toevoegt aan EU-regels. En 40 procent van de werkgevers wil dat de regels in alle lidstaten evenredig worden toegepast. Zorgen zijn er ook, bijvoorbeeld over pogingen om arbeidsregels gelijk te schakelen.

Hall: „We hebben een flexibele arbeidsmarkt; het is makkelijk parttime te werken, of te reorganiseren. Dat heeft er volgens ons toe bijgedragen dat er banen zijn gecreëerd.”

Het gevoel bestaat, zegt Hall, dat Brussel daar verandering in wil brengen. „Neem de arbeidstijdenrichtlijn. We hebben nu nog een opt out. Het gaat niet om het aanpassen van recht op vakantie of om werknemers te dwingen meer uren per dag te laten werken. Maar wel om hen de keuze te geven.”

    • Titia Ketelaar