Geschenk is flauwe rommel

Stel: je schrijft een parodie op een kinderboek. Dan begin je met een gewoon jochie, dat zijn ouders verloor en terechtkomt in een internaat. Daar treft hij een pinnige directrice, strenge leraren en een mysterieus geheim. In nood krijgt het jochie magische gaven en zo wordt het raadsel opgelost. Z’n ouders blijken tóch in leven.

Dit is de verhaallijn van Je bent super… Jan, het Kinderboekenweekgeschenk dat helaas geen parodie is, maar van gemakzucht en flauwiteiten aan elkaar hangt. Het is het vierde Super Jan-boek en daarmee niet verrassend slecht, want de serie was nooit het beste wat veelschrijver Harmen van Straaten kan.

Wie Jan nog niet kent, hoopt nog dat hij zich z’n magische krachten inbeeldt: dat die magie een metafoor voor zelfvertrouwen is. Maar nee, Jan kan echt vliegen. Een vallende ster werkt ook tweemaal mee. Ja, zo kan álles wel – desondanks beperken de gebeurtenissen zich tot het voorspelbare. De vraag wie er achter de gebeurtenissen op het internaat zit, maakt het nog even spannend, maar dat eindigt met een anticlimax.

Je bent super… Jan is Van Straaten kwalijk te nemen, die ongeïnspireerd maakwerk leverde, maar ook de Stichting CPNB, die er honderdduizenden gratis boekjes van drukt. Het geschenkboekje mikte in recente jaren al meer op het simpele leesplezier en niet op iets weerbarstigers, maar zelfs met dat beleid mag je sprankeling en toewijding verwachten? Terwijl de Nederlandse kinderliteratuur genoeg leesplezier en kwaliteit te bieden heeft, krijgen we rommel.

    • Thomas de Veen