Gemeente beslist over verkoop van kunst

Rotterdamse musea die werken uit de collectie willen verkopen, moeten dit eerst voorleggen aan de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur, het college van burgemeesters en wethouders, en een onafhankelijke commissie met „wijze mensen”. Dit heeft wethouder Antoinette Laan (cultuur) laten vastleggen in een protocol dat zij gisteren naar de gemeenteraad heeft gestuurd.

Het protocol is het antwoord op de commotie die is ontstaan nadat de directeur van het Rotterdamse Wereldmuseum, Stanley Bremer, de Afrikacollectie wilde afstoten. Hij wilde zich toeleggen op de grotere collectie Aziatische kunst in het museum en met de opbrengst van de verkoop wilde hij minder afhankelijk zijn van de gemeentelijke subsidie. Op korte termijn zou zijn „ontzameling” het ontslag van 28 van de 37 museummedewerkers moeten voorkomen.

Als de raad het protocol aanneemt, zal het Wereldmuseum dit plan niet kunnen uitvoeren. Ontzamelen mag, zo stelt het protocol, maar niet om de eigen financiële situatie te verbeteren. De opbrengst van verkoop gaat naar een fonds waarover de gemeente beslist. Het verkopende museum mag wel als eerste een bestedingsplan indienen, maar de gemeente beslist.

B en W zal per geval afwegen hoe de gehele gemeentelijke collectie het beste is gediend. Dat betekent niet dat er nooit mag worden verkocht. Als voorbeeld noemt een woordvoerder van de wethouder een collectie landbouwwerktuigen. „De stad heeft natuurlijk geen landbouwgeschiedenis, dus het ligt voor de hand dat een museum een dergelijke collectie wil verkopen.”