Een nerd kan ook prijzen winnen

Het is helemaal niet erg om doelloos te surfen op internet, vindt Stephane Kaas. Hij maakte er een film over, die de Jan Hanlo Essayprijs kreeg.

Stephane Kaas (29) weet als geen ander hoezeer mensen te beïnvloeden zijn door labels. In het jaar van zijn afstuderen aan de Rietveld Academie was hij een van de zeshonderd leerlingen die zijn eindexamenwerk tentoonstelde. Op zijn deur werd echter een briefje geplakt, omdat hij was genomineerd voor de Rietveld Award. Bezoekers bleven vervolgens nét iets langer bij zijn werken staan, in plaats van er vluchtig langs te lopen.

Sinds Kaas in mei ook de prestigieuze Jan Hanlo Essayprijs ontving voor zijn korte film To Do Lijst, openen de deuren zich nog een beetje sneller. Het juryrapport prijst het filmessay van Kaas als ‘een dynamische donderspeech. Het lijkt op een pleidooi om je stuurloos te begeven in een onbekende wereld die dankzij sociale media aan je voeten ligt’. Eind deze maand mag Kaas over zijn film spreken op TEDxBreda.

Een oud-filmdocent zei ooit tegen zijn leerlingen van de Rietveld Academie: jongens, het maakt niet uit wat voor prijzen je wint, laat staan dat ze bestaan, maar zorg in godsnaam dat ze op je cv staan. „Heel bizar”, vindt Kaas (29) die redenering nog steeds. „Moet je dan van jezelf zeggen dat je de beste bent, om succesvol te zijn? Ik kan mezelf moeilijk verkopen. Ik ben er eigenlijk heel echt slecht in, omdat ik veel te bescheiden ben. Té arrogant is dan ook weer niet goed. Soms weet ik echt niet hoe ik mezelf moet gedragen.”

Feit is wel dat je veelgeprezen korte films maakt voor bijvoorbeeld het online magazine Hard//Hoofd en voor de satirisch site De Speld. Hoe verklaar je dat?

„Ik was zo’n clichéstudiebol met een dikke, ronde bril die naar het gymnasium ging. Toch kon ik het daarna niet laten om naar de Rietveld Academie te gaan. Maar eens een nerd, altijd een nerd, dus keek ik daar de hele tijd diehardklassiekers van Godard, Herzog of Polanski. Die inspireerden me om naar de Filmacademie te gaan, waar ik documentaires ben gaan maken.

„Die nieuwsgierigheid heeft me daar ook niet losgelaten en ik maakte een film over een jongen zonder kortetermijngeheugen of een doofblind meisje. Ik vroeg me af of ik hun leefwereld kon begrijpen, ondanks dat die zo ver van me af stond. Ik wilde die verhalen op een zo oprecht mogelijke manier vertellen. Ik heb een aversie tegen alles wat saai en voorspelbaar is, dus hoop ik dat mijn eigen leven dat niet is. Ik krijg ook de kriebels van mensen die zeggen ‘dat het nou eenmaal zo gaat’.”

Is de afkeer tegen het voorspelbare ook terug te vinden in je korte film To Do Lijst waarmee je de prestigieuze Jan Hanlo Essayprijs won?

„Ergens wel. De opdracht was, naar een quote van Jan Hanlo: maak een film over ‘benul’. Het onderwerp zei me uiteraard niets, totaal geen inspiratie. Ik heb een week vrijgenomen, ging zitten en zag op m’n to do-lijst staan: werken aan Jan Hanlo. Ik werk altijd met lijstjes, het werkt goed, maar ik kom er nooit toe om alles te doen wat erop staat. Ook toen heb ik twee dagen verspeeld aan surfen op het internet dat niets met de opdracht te maken had. De veel geciteerde schrijver Nicolas Carr zegt dat internet je brein verandert en dat je concentratie afneemt doordat je aan al die oppervlakkige impulsen wordt blootgesteld. Heel veel mensen praten hem na maar ik wilde een tegengeluid produceren.”

Waarom?

„Ik vind internet fantastisch. Ik ben nieuwsgierig van aard en op internet kan ik mijn geluk niet op. Er staat zo ontzettend veel moois op. Ik wilde met m’n korte film To Do Lijst die passie delen. Ik heb meer contact met mensen dan ooit en m’n vrienden wijzen me dagelijks op nieuwe dingen waar ik me heel erg over kan verbazen, lachen of huilen. Als ik meer vrije tijd had, zou ik de godganse dag op internet surfen. De film raakt een gevoelige snaar denk ik, want hij werd heel vaak geretweet en gedeeld op Facebook en op blogs. Ik denk dat veel mensen er een rechtvaardiging, een bevestiging van hun uitstelgedrag in zagen. Nadeel is wel dat je altijd wat onbevredigd en gefrustreerd achterblijft, want ook ik moet deadlines halen en mijn werk tijdig afmaken.”

Je wordt nu ook uitgenodigd als spreker. Wat is jouw verhaal?

„Het thema van die TEDx is ‘Time to Wonder’ en daar sluit mijn film perfect bij aan. Ik ga vertellen over het dagelijkse banale to do-lijstje en hoe het afwerken daarvan verbleekt met wat voor wonderlijks je op het internet allemaal kan vinden. Het is helemaal niet erg om doelloos rond te surfen op het net. Het kan net heel inspirerend werken. Laat je verwonderen. Het probleem is alleen dat ik eigenlijk alleen in beelden kan denken, en helemaal geen goed spreker ben. Jammer, want ik ben best jaloers op mensen die heel erg welbespraakt zijn. Het lijkt me heerlijk om iemand direct van repliek te kunnen dienen als hij mij beledigt op straat. Ik heb nu een coach, een spreektrainer om de perfecte Steve Jobs te worden, dus er wordt aan gesleuteld.”

Wat doet dat met een jonge filmmaker?

„Ik voel me vereerd. Sinds ik die aankondiging van TEDx op Facebook plaatste, ben ik opeens een inspirerend persoon. Het lijkt wel een soort van statussymbool, een mijlpaal. Nu mag ik de moed niet laten zakken. Sinds mijn afstuderen probeer ik m’n eigen films te financieren. Dit lukt lang niet altijd – want het is één van de lastigste dingen die er zijn – maar ik blijf wel graag aan het werk, ook al verdien ik er nauwelijks iets mee.

„Wat moeilijk is aan filmmaker zijn in Nederland is dat er voor beginnende makers één pad is uitgestippeld dat je móét volgen. Dat begrijp ik ergens wel, maar sommige briljante ideeën passen niet in een vastgelegd format. Mijn uitgangspunt is dat je wel degelijk je brood kunt verdienen als filmmaker, maar je moet wel hard werken, de commercie niet altijd schuwen, tegen heel veel teleurstellingen kunnen en weten hoe je oud en droog brood nog lekker kunt maken met een beetje olie en zout.”