De arts duikt niet onder

De Moslimbroederschap en zusterorganisaties zijn sinds een week verboden Kantoortjes zijn op slot, maar veel van hun ziekenhuizen draaien door Ze zijn belangrijk voor de zorg aan armen

Als deze Morsi-aanhangers in de wijk Maadi onverhoopt van het hekje vallen, kunnen ze nog met een gerust hart naar het ziekenhuis van Al-Farooq. Foto Reuters

Correspondent Egypte

„Moslimbroeders? Nee, hier zijn geen Moslimbroeders.” De man die zijn hoofd over de muur van het balkon op de tweede verdieping steekt, is nerveus.

Aan het balkon zit een groot houten bord vast. Het is leeg, maar tot voor kort hing daar een spandoek van de partij van de Moslimbroederschap. De buren zeggen allemaal dat dit het plaatselijk kantoor was van de Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid.

Het kantoortje in een arme wijk in Giza is de uitzondering. Bij drie andere kantoren in Kairo of Giza geeft helemaal niemand thuis. Navraag leert dat ze allen haastig zijn ontruimd, daags nadat een rechtbank vorige week de Moslimbroederschap en alles wat er met te maken heeft illegaal verklaarde. De Egyptische interim-regering, die aan de macht kwam na de afzetting van president Morsi op 3 juli, was zelf verrast door het vonnis.

Hoewel het juridisch gesproken meteen moest worden uitgevoerd, liet de regering weten dat ze liever afwacht tot alle beroepsmogelijkheden zijn uitgeput. De Moslimbroeders hebben het zekere voor het onzekere genomen: zij zijn nog verder in de schaduw verdwenen. De weinige leiders die nog op vrije voeten zijn, houden zich koest.

Telefoons zijn buiten werking, rinkelen in het ijle, of er wordt ingehaakt zodra men weet dat een journalist aan de lijn is. De persdienst van de Moslimbroederschap houdt nu, zoals vanouds, kantoor in Londen. Nieuw aan het vonnis is dat het ook „alle activiteiten waaraan de Moslimbroederschap deelneemt en alle organisaties die hun oorsprong hebben in de Moslimbroederschap” verbiedt.

En dat zijn er heel wat. Sinds de oprichting in 1928 heeft de Moslimbroederschap altijd haar religieuze en politieke activiteiten gecombineerd met liefdadigheid, met eigen scholen, ziekenhuizen en weeshuizen. Het was de basis van de populariteit van de beweging, en het liet de Moslimbroederschap toe voort te bestaan in tijden waarin zij politiek werd onderdrukt, wat in mindere of meerdere mate het geval was van 1954 tot de revolutie van 2011.

Een ziekenhuis als Al-Farooq in de wijk Maadi kan niet zomaar onderduiken. Hier komen elke maand zo’n 60.000 mensen op consultatie omdat zij weten dat de zorgverlening hier beter en goedkoper is dan in de staatsziekenhuizen, waar hij in principe gratis is maar je in de praktijk vaak dollars moet neertellen om voorbij de wachtkamer te geraken.

„Ja, wij zijn een islamitische instelling”, zegt dokter Ahmed Morsi (geen familie), de directeur van het ziekenhuis. „Maar veel mensen die hier komen weten dat niet eens. Wij zijn er in de eerste plaats om de armen te helpen, ongeacht hun religie of politieke overtuiging.”

Al-Farooq is een van de 27 faciliteiten in Egypte die worden gerund door de Islamitische Medische Vereniging. Samen behandelen zij op jaarbasis zo’n twee miljoen patiënten. De groep werd in 1977 opgericht door wijlen dokter Ahmed El-Malt, ooit de nummer twee van de Moslimbroederschap. „Wij zijn complementair aan de gezondheidszorg van de overheid die gewoon niet voldoende is”, zegt dokter Medhat Assem, de voorzitter van de vereniging.

Assem en Morsi benadrukken dat er in hun ziekenhuizen niet aan propaganda wordt gedaan. „Het is altijd ons uitgangspunt geweest dat wij geneeskunde en politiek niet mengen.”

Dat lijkt wel te kloppen: in het Farooq-ziekenhuis zijn er geen uiterlijke kenmerken van de islamitische inslag. Maar beiden geven wel zonder schroom toe lid te zijn van de Moslimbroederschap.

Dokter Morsi heeft zijn Facebook openstaan op een foto van president Morsi. Hij zegt dat hij bijna elke dag op Rab’a was, de zitactie van de Moslimbroederschap die op 14 augustus met bruut geweld werd beëindigd. „Die dag was ik er jammer genoeg niet.” De ziekenhuizen van de vereniging zijn tot dusver nog niet lastiggevallen. Wel zijn leger en politie in een aantal andere islamitische ziekenhuizen binnengevallen, naar verluidt op zoek naar wapens.

Maar de propaganda tegen de Moslimbroederschap heeft al wel gevolgen gehad. „Wij draaien voor een groot deel op schenkingen. Die zijn met 60 procent teruggevallen. Ons ziekenhuis in Nasr City heeft een uitbreiding van 150 miljoen pond moeten uitstellen.” Wat de toekomst zal brengen is een vraag. „De ‘coup-autoriteiten’ kunnen mensen beschuldigen zonder bewijs.”

Dat een ziekenhuis als Farooq zonder meer zou worden gesloten lijkt weinig waarschijnlijk. „Zo dom zullen ze niet zijn”, zegt Morsi. „Maar er is de vrees dat men ons niet langer voor de mensen zal laten zorgen.”

Eén mogelijk scenario is dat instellingen die banden hebben met de Moslimbroederschap onder staatscontrole worden gebracht. „Dat zou heel erg dom zijn”, zegt Assem. „Ze moeten eerst maar eens zelf betere gezondheidszorg regelen. Ons stokken in de wielen steken zal hen meer schaden dan ons. Het gaat de islamitische beweging juist sympathieker maken in de ogen van de mensen.”

    • Gert Van Langendonck