Advies: abortus ook na 24 weken toestaan

Vrouwen moeten ook later dan 24 weken de zwangerschap kunnen afbreken als de foetus een heel ernstige afwijking blijkt te hebben. Nu mag dat niet, tenzij de arts de afbreking meldt bij de (juridische) commissie-Hubben. Dit bepleiten onderzoekers van het Erasmus MC in Rotterdam en het Amsterdamse AMC die meldingen van late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen sinds 2007 onderzochten.

De commissie-Hubben kreeg vorig jaar zeven meldingen, terwijl de onderzoekers van het Erasmus MC afgelopen jaar van artsen hoorden dat er meer late afbrekingen plaatsvinden. Die worden echter niet gemeld omdat artsen de criteria ervoor te vaag vinden en bang zijn voor vervolging.

Gisteren verscheen de studie waaruit blijkt dat de invoering van de 20-wekenecho voor alle zwangere vrouwen, in 2007, ertoe heeft geleid dat meer vrouwen de zwangerschap laten afbreken tussen 20 en 24 weken. Dat komt doordat foetussen met een ernstige afwijking, zoals een open rug, eerder worden opgespoord. Vroeger werd zo’n afwijking pas ontdekt bij de geboorte. Het leven van pasgeboren baby’s die ondraaglijk leden, of zouden lijden, werd dan geregeld actief door de arts beëindigd.

De onderzoekers vinden dat het kabinet moet kiezen: óf de abortuswetgeving wordt veranderd, zodat abortus op medische gronden wordt toegestaan na 24 weken. Of de criteria voor ‘levensvatbaarheid’ en ‘levensbeëindiging’ worden verhelderd, waardoor gynaecologen en neonatologen niet meer bang hoeven te zijn om een late afbreking te melden bij de commissie-Hubben.