Achtergrond Velen van ons zijn het een beetje

Voel je je weleens eenzaam? Dan ben je niet de enige, verre van zelfs. Ruim 30 procent van de Nederlandse bevolking is ‘matig’ eenzaam. Wel 8,4 procent is dat zelfs ‘ernstig’ of ‘zeer ernstig’. Dat blijkt uit gegevens die het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gisteren gepubliceerde.

Voor wie het nog niet wist: het RIVM kwam met de cijfers omdat het tot en met 5 oktober de ‘Week tegen eenzaamheid’ is. Dat is een initiatief van maatschappelijke organisaties, waaronder Humanitas en het Leger des Heils. In het hele land worden workshops en ‘eettafels’ georganiseerd waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

Is dat nodig?

Maar eerst de vraag: wat is eenzaam?

RIVM-onderzoeker Carolien van den Brink maakte voor haar analyse gebruik van de zogeheten gezondheidsmonitor. Dat is een vierjaarlijks onderzoek van GGD’s naar gezondheid van burgers in brede zin. Veel van de uitkomsten had ze wel min of meer verwacht, zegt van den Brink. Maar de omvang van het probleem, die heeft haar wel verrast.

In haar analyse maakt ze een onderscheid tussen emotionele eenzaamheid (het ontbreken van een hechte emotionele band met anderen) en sociale eenzaamheid (je hebt minder contact met anderen dan je zou willen).

Om de emotionele eenzaamheid te meten, moesten mensen antwoord geven op zes vragen:

Ik mis een echt goede vriend of vriendin.

Ik ervaar een leegte om mij heen.

Ik mis gezelligheid om mij heen.

Ik vind mijn kring van kennissen te beperkt.

Ik mis mensen om mij heen.

Vaak voel ik me in de steek gelaten.

Om de sociale eenzaamheid te meten, kregen mensen nog eens vijf vragen:

Er is altijd wel iemand in mijn omgeving bij wie ik met mijn dagelijkse probleempjes terechtkan.

Er zijn genoeg mensen op wie ik in geval van narigheid kan terugvallen.

Ik heb veel mensen op wie ik volledig kan vertrouwen.

Er zijn voldoende mensen met wie ik me nauw verbonden voel.

Wanneer ik daar behoefte aan heb, kan ik altijd bij mijn vrienden terecht.

De ondervraagden (370.000 mensen) konden antwoorden met ‘ja’, ‘min of meer’ of ‘nee’. „Enige mate van eenzaamheid heb je vrij snel”, zegt Van den Brink. Wie drie tot acht keer ‘ja’ zegt, of ‘min of meer’, geldt als ‘matig eenzaam’. Maar die 8,5 procent die ‘ernstig’ tot ‘zeer ernstig eenzaam’ is, vindt ze wel fors. Dat gaat om mensen die negen tot elf keer ‘ja’ of ‘min of meer’ hebben geantwoord. Op een totaal van elf vragen dus.

Het is de eerste keer dat het RIVM deze analyse heeft uitgevoerd. Daarom is niet te zeggen of de eenzaamheid toeneemt. Toch kun je dat op basis van deze cijfers wel verwachten.

Werklozen zijn vaker eenzaam dan mensen met een baan. Van de werklozen heeft 58 procent last van eenzaamheid, 20 procent van hen zelfs in ernstige of zeer ernstige mate. De werkloosheid neemt toe, dus de eenzaamheid vermoedelijk ook.

Als je kijkt naar leeftijden dan blijkt dat de eenzaamheid onder alle leeftijdsgroepen lange tijd gelijk blijft. Totdat mensen een jaar of zeventig worden: dan neemt de eenzaamheid flink toe. Het ligt misschien voor de hand, maar ook dat is geen goed nieuws: we worden immers steeds ouder. Geen wonder dat ook ouderenorganisaties meedoen aan de ‘Week tegen eenzaamheid’.

Tijd voor actie kortom?

Eenzaamheid is natuurlijk in de eerste plaats een probleem voor degenen die het treft. En dat in een tijd waarin de politiek zegt dat mensen vaker een beroep moeten doen op hun eigen netwerk. Maar er zijn ook maatschappelijke kosten verbonden aan eenzaamheid. „Uit eerdere onderzoeken weten we dat eenzame mensen sneller last krijgen van fysieke of psychische klachten.”

    • Jeroen van der Kris