Zoet maar aards en tegelijk ook hartig

Jaren geleden at ik het bij Moro, een van mijn favoriete restaurants in Londen. Wat op papier als een weinig voor de hand liggend en maar matig aantrekkelijk concept klonk – zeker voor mensen zoals ik die niet al te kien zijn op fruit in hun warme maaltijd – bleek in een kom fantastisch te werken. De soep was zoet, maar tegelijk ook hartig en had dankzij een royale dosis komijn een diepe, aardse smaak die je zelden in tomatensoep proeft. Het recept staat in Moro East, een van de drie kookboeken die de eigenaren van het restaurant schreven. Ik maak hem ieder jaar aan het einde van de zomer, als de tomaten op z’n best zijn en de vijgen een beetje betaalbaar. Het kan nu nog net.

Verhit de olie in een soeppan op matig vuur en fruit hierin de ui en paprika met een flinke snuf zout 15 minuten, af en toe roerend, tot de groenten zacht zijn. Fruit de knoflook mee tot hij goudbruin is. Fruit tweederde van de komijn nog 1 minuut mee. Voeg de gepelde tomaten en gedroogde vijgen toe en laat zachtjes 50 – 60 minuten stoven terwijl je af en toe roert. Voeg dan de verse tomaten toe en zet het vuur iets hoger. Laat nog een kwartier stoven. Pureer alles glad met een staafmixer of in een blender en voeg zoveel water toe als nodig is voor een dikvloeibare soep. Maak op smaak met zout, versgemalen peper en zo nodig een snuf suiker. Roer de helft van de in blokjes gesneden verse vijgen door de soep en gebruik de rest om elke kom soep mee te garneren, samen met nog een snuf komijn en een straaltje extra vergine olijfolie.