Wildernis

Ja, prachtige natuurfilm, die De Nieuwe Wildernis, u moet er zeker even heen, zelfs als u iemand bent als ik, die bij het kijken naar natuurfilms, ook bij de prachtigste, juist bij de prachtigste, vaak een lichte slaperigheid voelt opkomen. Misschien omdat er dan net iets te veel edelhertkitsch in zit.

Een andere kwestie is of u na het zien van deze documentaire ook naar het gebied moet waar hij zich afspeelt: de Oostvaardersplassen bij Lelystad. De argeloze bioscoopganger zal denken: ha, dat wil ik ook wel in levenden lijve zien, die stervende hinde met dat schitterend bevroren oog, zo alert vastgelegd door de ondergesneeuwde cameraman, dat sneue veulentje dat op zo’n ontroerende manier crepeert van de honger, die vervloekte vos die onder begeleiding van het Metropole Orkest al die arme gansjes naar De Finale Wildernis helpt.

Dergelijke hooggestemde verwachtingen moet ik temperen. Ik ben zelf naar Lelystad getogen, weliswaar noch met cameraman, noch met het Metropole Orkest, maar met echtgenote, die ook wel eens „die koningspaarden” van nabij wilde zien; dat ze „konikpaarden” heten, wilde ze liever niet van mij aannemen.

We wilden eerst de natuur zien en dan pas de verfilming ervan; dit uit vrees dat de natuur snel overspoeld zou worden door bioscoopbezoekers. Deze filmtoeristen moet ik waarschuwen als ze met het openbaar vervoer naar Lelystad willen. Daar is men allerminst voorbereid op zo’n invasie.

De stad is per trein nog wel bereikbaar, maar daar beginnen de moeilijkheden. De Oostvaardersplassen liggen op ongeveer 40 minuten fietsen (met echtgenote) van Lelystad.

Op de eerste plaats: hoe kom je aan een huurfiets? In de fietswinkel van de NS hadden wij net een akkoord bereikt met de fietshandelaar, toen bleek dat wij voor zijn afzichtelijke blauwgele OV-fietsjes geen abonnement hadden afgesloten. „Dan houdt alles op”, zei hij bestraffend. Konden we ons niet ter plekke abonneren? Het bleek tegen alle regels te zijn. Hij verwees ons naar Halfords, een fietsbedrijf in Lelystad, „op de tweede etage boven de Albert Heijn”. Een fietszaak op de tweede etage? Het is niet de minste bezienswaardigheid van Lelystad.

We hadden geluk. Halfords bleek maar vijf fietsen in de verhuur te hebben, toevallig had hij er op deze dag nog twee over. Hoe moet dat als duizenden filmliefhebbers zich van heinde en verre per trein naar Lelystad spoeden? De vechtenden zullen elkaar van die tweede etage afgooien.

Héb je zo’n fiets, dan ben je nog lang niet bij de Oostvaardersplassen. De verkeersautoriteiten van Lelystad hebben het zó verrassend druk, dat ze nog geen tijd hadden voor het aanbrengen van richtingbordjes naar de Oostervaardersplassen. Ik telde er één – maar toen waren we, na een kwartier gezoek, Lelystad al praktisch uit.

In het bezoekerscentrum van de Oostvaardersplassen werden we hartelijk ontvangen door een receptioniste. Ze ontvouwde een gedetailleerde kaart waarop we konden zien wat we niet mochten zien: ongeveer 95 procent van het gebied. In de resterende 5 procent wildernis konden we een uurtje wandelen; het mocht langer, maar in dat uurtje had je alles gezien. In ons geval betekende dat: twaalf konikpaarden, drie hinden (omringd door vier fotograferende toeristen) en een plas met vadsige karpers.

„Toch fijn dat we morgen in de bioscoop de rest van die koningspaarden kunnen zien’’, zei mijn vrouw.