Vos kan alles, als ze maar uitrust

De grote favoriete Marianne Vos werd wereldkampioen op de weg. Daar is niets ongewoon aan. Maar zelfs een toprenster als Vos kan aanlopen tegen haar fysieke beperkingen.

Marianne Vos, na haar derde wereldtitel op de weg, afgelopen zaterdag in Florence: „Ik heb dit jaar geleerd dat je wel degelijk alles kunt combineren.” Foto ANP

Kan die vrouw dan echt alles? Het lijkt er wel op. Marianne Vos werd zaterdag voor de derde keer wereldkampioen op de weg en eindigde voor de achtste keer op rij op het podium. Eerder was ze al twee keer de beste van de wereld op de baan en zes keer in het veldrijden. Dit seizoen begon ze ook nog eens met mountainbiken – en ook daar won ze meteen een aantal koersen.

Toch moet zelfs een groot kampioene als Vos af en toe pas op de plaats maken. Ook dit jaar waren haar prestaties weer fenomenaal – zo won ze in het paasweekend op zondag de Ronde van Vlaanderen op de weg en op maandag een mountainbikewedstrijd in Nieuwkuijk. Geen enkele renner of renster doet dat haar na.

Maar in de zomer merkte ze dat het te veel aan het worden was. Door pijn in haar rug verliep haar voorbereiding op de WK van deze week niet optimaal. „Ik maakte me halverwege het seizoen wel zorgen”, vertelde ze zaterdag na afloop van haar gewonnen race.

Het was niet voor het eerst dat het trainingsbeest Vos aanliep tegen de grenzen van haar fysieke vermogens. In aanloop naar de Olympische Spelen van Londen van vorig jaar had ze zo fanatiek getraind dat ze op het randje van anorexia zat. Weliswaar at ze drie maaltijden per dag, maar dat was niet voldoende om haar enorme trainingsarbeid te compenseren. Ze was structureel zes kilo lichter dan haar ideale gewicht van 56 kilo.

Net als dit weekend hervond Vos zichzelf ook vorig jaar op tijd. In Londen behaalde ze olympisch goud in de wegwedstrijd, zoals ze zaterdag iedereen de baas was in Florence.

Het Toscaanse parcours, uitgetekend door de Italiaanse oud-renner Andrea Tafi, leek haar goed te liggen. Het finalerondje, dat de rensters vijf keer moesten afleggen, bevatte een kort, steil klimmetje, de Via Salviati, op zo’n tien kilometer van de finish. Van tevoren had Tafi een putdeksel op die klim aangewezen als het ideale punt om een beslissende demarrage te plaatsen. Te vroeg aangaan zou geen zin hebben, omdat de klim daar net iets te lang voor is. En te laat wegspringen zou evenmin voordelig zijn, omdat er dan niet voldoende verschil kan worden gemaakt.

Inderdaad reed Vos precies op dat putdeksel weg bij de Zweedse Emma Johansson, die zilver zou winnen, en de Italiaanse Rossella Ratto, uiteindelijk winnares van het brons. „Tafi had me heel goed aangevoeld”, zei de Nederlandse na afloop. „Ik heb ook goed gekeken naar Matej Mohoric, die vrijdag op hetzelfde rondje wereldkampioen werd in de categorie mannen tot 23 jaar. Daar droop de klasse wel van af.”

Mohoric, een Sloveen van achttien jaar, kan worden gezien als een megatalent. Vorig jaar was hij al wereldkampioen geworden bij de junioren. Die titel ging nu naar de eveneens achttienjarige Nederlander Mathieu van der Poel, die ook al de beslissende jump plaatste op de Via Salviati.

Ondanks het advies van Tafi zei Vos dat ze het niet zou hebben gered als ze „ook maar een procentje minder dan 100” was geweest. „Ik voelde me niet al te zelfverzekerd tot de laatste ronde. Op die lange klim in het finalerondje, de Fiesole, was ik zeker niet de beste. Ik hield het wel voor mogelijk dat ik zou winnen, maar ik was er niet zo zeker van als vorig jaar.”

Op de wereldkampioenschappen in Valkenburg, vorig jaar, was Vos oppermachtig geweest op een vergelijkbaar parcours.

Het mountainbike-experiment zet Vos volgend jaar gewoon door. Ze hoopt over drie jaar op dat onderdeel in actie te komen op de Olympische Spelen van Rio de Janeiro. Vreest ze dan niet voor overbelasting? Vos: „Ik moet wel uitkijken. Maar ik heb dit jaar geleerd dat je wel degelijk alles kunt combineren. Als je maar op tijd rust neemt.”