‘Voor mij is muziek een spirituele bezigheid’

Tot nu toe was alles wat klassiek pianist Hannes Minnaar (28) deed extreem succesvol. Zijn Van Baerle Trio won net een concours en een Edison. Deze week verschijnt zijn tweede solo-cd, Bach Inspirations.

Hannes Minnaar gaf gisteravond een recital in de Rotterdamse Doelen bij de presentatie van zijn nieuwe cd. Foto David van Dam

In één week verschijnen twee belangrijke nieuwe cd’s van jonge, Nederlandse klassieke pianisten. Het album Jeux van de pianobroers Arthur en Lucas Jussen voor Deutsche Grammophon trekt de meeste aandacht. Van hun laatste cd (2011) werden er ruim tienduizend verkocht. Van de debuut-cd van pianist Hannes Minnaar op het kleinere label Etcetera, met een Edison bekroond en door de vakpers minstens zo lovend ontvangen, is de eerste oplage (3000 exemplaren) nog niet uitverkocht.

„Pas op hoor, ik ben niet immuun voor jaloezie”, lacht Minnaar (28) in de lobby van het Amsterdamse Conservatorium Hotel – ooit de plaats waar hij zelf studeerde. „Als een groot label me zou benaderen, zou ik daar serieus over nadenken. Ze hebben meer budget en dat creëert kansen. Anderzijds: media-optredens zijn niet mijn ding. En de vrijheid in repertoirekeus op een kleiner label is ook prettig.”

Uit zijn tas komt de cd tevoorschijn, net van de pers. „Tot het laatst heb ik me ermee bemoeid. Je neemt drie dagen op, daarvan verschijnt één uur op cd. Dat moet dan wel het beste uur zijn. Ik heb eindeloos lopen wikken en wegen over de samenstelling. Ik ben een perfectionist maar ook een twijfelaar. Dat hoort bij elkaar, maar het is ook een lastige combinatie.”

Hannes Minnaar is een van de interessantste, verrassendste en meest authentieke nieuwkomers in het Nederlands muziekleven. Omdat hij onweerstaanbaar fantasievol, helder, dichterlijk en integer piano speelt. Omdat hij weet wat hij wil – en daarin een hoogst ongewone koers vaart. En omdat hij menselijk is, en dus zo langzamerhand dus knettergek wordt van het eeuwige predicaat “integer”.

Minnaars biografie is a-typisch. Zijn jeugd: synodaal gereformeerd in het Zeeuwse Yerseke, later Emmeloord. Muziek? Interesseerde eigenlijk alleen Hannes. Zijn jongere broer heeft nog wel even gedrumd, maar staat nu op het punt naar Afrika te verhuizen, voor de handel in exotische groentesoorten. Zelf woont Minnaar met zijn vrouw in Amsterdam IJburg – in een studiootje van 40m2 dat ‘door een concertvleugel en plastic tasjes met boeken wordt gedomineerd’. „We zijn zoekende, maar onze wensen zijn lastig. Ik wil vrij musiceren én dichtbij de stad zijn.”

Gisteren werd in De Doelen zijn tweede cd officieel gepresenteerd. Bach Inspirations bevat transcripties van werken van J.S. Bach; van de virtuoze maar tekstgetrouwe Liszt tot een vrije parafrase van Percy Grainger. „Ik ben dol op Bach”, zegt hij. „Maar zijn klavierwerken zijn niet gecomponeerd voor de moderne piano, die je ook verleidt dingen te doen die in Bach niet horen. Daarom is het leuk Bach te spelen in muziek wél echt vanuit de piano is gedacht, die pianistisch iets toevoegt.”

Waarom Bach?

,,Bach is perfect. Net als Mozart en Ravel overigens. Maar dat zijn ze dan ook wel. Bach is voor mij de perfectste, maar dat kan ik niet hardmaken. Er is in elk geval geen andere muziek die zoveel uitdrukt.”

Je maakt jezelf als uitvoerende dienstbaar aan de componist. Wat vind je dan van de Bach van Glenn Gould?

„Gould was een groot artiest, maar naar zijn Bach kan ik inderdaad niet luisteren. Precies het omgekeerde heb ik bij Bach-recitals door Willem Brons. Hij weet de muzikale karakters in Das Wohltemperierte Klavier zo prachtig te treffen – daar kan ik geen genoeg van krijgen.”

Je bent zelf gelovig. Sommigen zeggen: dan snap en speel je Bach toch beter.

„Het lijkt me onzin. Speel je muziek van Henriëtte Bosmans beter als je lesbisch bent? Als je als mens heel tweedimensionaal in het leven staat, wordt muziek sowieso lastig. En ik denk: het interpreteren van alle grote kunst. Muziek maken is voor mij een spirituele bezigheid. Maar om de schoonheid van Bach te ondergaan, hoef je niet naar de kerk. Die is universeel.”

Heeft je gereformeerde achtergrond überhaupt geen invloed gehad op je ontwikkeling als pianist?

„Ik vind mezelf nog steeds niet gedisciplineerd genoeg. Daar zit iets calvinistisch in. Ik wil mezelf steeds verbeteren, en daarvoor is hard werken heel belangrijk. Maar dat lukt alleen als je gemotiveerd bent. En wanneer ben je gemotiveerd? Alleen als je het pianospelen ook écht ontzettend leuk vindt. Is dat dan nog calvinistisch?

,,Ik heb mazzel gehad met mijn leraren. Via via belandde ik toen ik twaalf was bij Marien van Nieukerken in Monnikendam, en op school leende de conrector me zijn Sjostakovitsj-cd’s uit. Naar concerten ging ik niet. Die waren er in de polder ook alleen op zondag, in het kerkje van Schokland. Dat was in mijn milieu net een stap te ver. Dus luisterde ik veel naar Radio 4. Dat muziek mijn leven zou worden, was me wel duidelijk. Maar wat dat betekende? Dat was vrij abstract. Ik studeerde veel, begeleidde kerkkoren en deed aan wat concoursen mee.”

Zoals 99 procent van de goede Nederlandse pianisten studeerde je bij Jan Wijn. Wat is diens geheime formule?

„Hij werkt keihard aan techniek en ontspanning en is trouw. Je mag hem altijd bellen. Hij begeleidt meer dan hij stuurt; zijn leerlingen zijn heel verschillend. En dan zijn er de leerlingenavonden voor publiek; ontzettend leerzaam. En de zenuwslopende groepslessen, waarin alle studenten elkaar om beurten voorspelen en becommentariëren. Oh, dat vond ik zó eng. Mijn Engels was ook vreselijk. Eén keer heb ik aan de deur staan luisteren – en ben toen gevlucht. Maar ik kijk er nu met plezier op terug.”

Je spel oogt heel relaxed. Alsof je elke dag begint met 100 baantjes zwemmen.

„Ik heb – net als ieder ander mens – zenuwen. Meestal heb ik die aardig onder controle, maar soms slaan ze opeens toe. Dan moet ik alles op alles zetten om ze tot bedaren te brengen en te ontspannen. Soms krijg ik na afloop dan te horen dat het er allemaal zo rustig uitzag, terwijl ik met knikkende knietjes zat te spelen. Die focus op ontspanning heb ik bij Jan Wijn geleerd.”

Met je solocarrière gaat het uitstekend, toch kies je ervoor óók door te gaan met het Van Baerle Pianotrio. Waarom?

„Het conservatorium had ik na zes jaar wel gezien, maar dat betekent niet dat je de behoefte verliest om over muziek van gedachte te wisselen. Kamermuziek maken met vaste partners houdt je scherp.

„Met het trio speel ik in de serie Rising Stars van de ECHO (verbond van toonaangevende Europese concertpodia) komend voorjaar in de mooiste zalen; de Musikverein in Wenen, de Barbican in Londen. De concurrentie als pianist is veel zwaarder; dáár is mijn carrière nog niet op dat niveau. Maar ik kan er wel vast van proeven. Anderzijds kost het ook offers. Om met het trio te kunnen meedoen aan het ARD concours in München deze maand, moest ik twee soloconcerten in het Concertgebouw weigeren. De balans tussen solo- en triospelen vereist wel steeds meer bijsturen.”

Je gaat de Beethoven-concerten opnemen met Jan Willem de Vriend. Waarom? Beethoven is niet volmaakt....

„Nou, wel minder dan Bach, ja. Maar de essentie van zijn muziek zit in andere aspecten. Enorme wilskracht, maar ook extreme verinnerlijking. Mijn affiniteit met hem is nog steeds groeiende. De pianoconcerten, de sonates – als pianist zijn dat hoogtepunten van het repertoire. En De Vriend is een soort wandelende encyclopedie, ik kan van hem leren.”

Zijn Beethovens zijn zeer eigenzinnig.

„Ja, lekker ruig en direct. Maar daar houd ik wel van, een eerdere samenwerking ging in elk geval heel goed. En ik ben de solist, ik heb ook wat in te brengen! Alleen is dat zelfbewustzijn wel iets dat ik heb moeten leren.”

Concertdata en info: hannesminnaar.com