Theatermenu: insecten en onkruid

Voormalig O.T.-theater nu podium voor Rotterdams jeugdtheatergezelschap ‘Maas’

Sprinkhanen proeven bij de opening van het nieuwe Maas-podium voor jeugdtheater in RotterdamFoto Robin Utrecht

‘Dat ziet er wel eng uit”, zegt Hamit Karakus, de Rotterdamse wethouder van wonen, ruimtelijke ordening, vastgoed en stedelijke economie. Op het dienblaadje voor hem ligt een gefrituurde sprinkhaan. Hij aarzelt. „Jullie eten allemaal al anderhalve kilo insecten per jaar”, moedigt Moniek Merkx, artistiek leider van Maas theater en dans, hem aan. „Sprinkhanen heten ook wel E120 en worden gebruikt als rode kleurstof in snoep.” Als Karakus vervolgens het insect doorslikt, is het voormalige theater van het Onafhankelijk Toneel officieel heropend als Maaspodium.

Maas theater en dans ontstond in januari 2013 uit een fusie tussen drie Rotterdamse jeugdgezelschappen: Theatergroep Max, jeugddansgezelschap Meekers en Theatergroep Siberia. Toen het O.T. zijn subsidie verloor en hun pand vrijkwam, kon het nieuwe Rotterdamse jeugdgezelschap er zijn intrek nemen. In februari 2014 zal architect Franz Ziegler, die in 2001 het O.T.-theater voorzag van een extra nieuwe zaal, het gebouw aanpassen aan de wensen van Maas. De nieuwe zaal wordt opgesplitst in twee zalen, één met 100 stoelen en één met 200 stoelen. Het puntdak met ingebouwde spots die perfect functioneerden bij het belichten van de O.T.-opera’s wordt vervangen door een plat dak, dat ruimte biedt aan een grid voor een meer flexibele theaterbelichting. De oude zaal gaat dan voornamelijk dienst doen als repetitieruimte voor de 6 tot 8 voorstellingen die Maas jaarlijks zal uitbrengen.

„Wij zijn hier in een nieuwe ruimte, een nieuwe bladzijde in de tijd”, opent actrice Romana Vrede in de glazen foyer de openingsvoorstelling City of dreams. Samen met Jolanda Spoel en elf studenten van de MBO Theaterschool (die aan de overkant is gehuisvest) neemt zij het publiek mee door de droomstad die is vormgegeven in de krochten van het gebouw. In de laad- en losruimte wordt geoefend in ‘moeiteloos denken’. Daarin bestaat geen goed en fout. Tijdens een wandeling om het gebouw worden we uitgenodigd om de dingen die er al zijn te bekijken met een ‘nieuwe blik’. Twee shagrollende tieners werken ’s nachts misschien wel aan manieren om hersenen te laten groeien. De MBO-studenten zingen – begeleid door muzikant Luc van Loo – pop- en soulnummers uit de jaren zeventig en tachtig en mijmeren over ‘gewoon een beetje zijn’, complimenten geven, het eten van brandnetels en sprinkhanen (in het ‘restaurant’ mag het hele publiek een gefrituurd exemplaar proberen) en het belang van recyclen.

De voorstelling propageert vooral de positieve wil om te veranderen, die kinderen en jongeren vanzelfsprekend hebben. Volgens Moniek Merkx is die houding niet alleen noodzakelijk voor de stad van de toekomst, maar bovendien voor het theater van de toekomst: „De combinatie van een gezelschap met een eigen theater en bescheiden programmeringbudget voor jeugd, is uniek. De nieuwe tijd gaat over experimenteren, verduurzamen en anders denken. Deze voorstelling is een intentieverklaring voor hoe wij met ons pand en ons publiek willen omgaan.’

Behalve duurzaamheid (voor City of dreams worden kostuums uit eerdere voorstellingen gerecycled en wordt de verlichting gedaan met LED lampen), heeft Maas’ theater van de toekomst ook talentontwikkeling hoog in het vaandel. De elf Rotterdamse studenten in City of dreams zijn geen toeval: bij Maas werken verspreid over alle afdelingen 14 stagiaires op 25 vaste medewerkers. Om jongvolwassenen aan te trekken, krijgen Rotterdamse clubs van talentvolle twintigers (zoals de Biechtvaders) op speciale avonden symbolisch de sleutel van het pand om hun publiek uit te nodigen.

Door de week spelen op het Maaspodium overdag de eigen Maas-voorstellingen voor Rotterdamse schoolkinderen. In de weekenden staan er gastvoorstellingen voor jongeren. Op zondagochtenden worden er ‘Buggy mee’-voorstellingen geprogrammeerd: voorstellingen waarbij het is toegestaan je baby of peuter mee te nemen. Families vormen het middelpunt tijdens de schoolvakanties. Het nieuwe podium moet een bijenkorf worden voor de hele schoolgaande Rotterdamse jeugd ‘van 2 tot 25’, aldus Jolanda Spoel, die behalve actrice in City of dreams ook verantwoordelijk is voor de programmering. Zij buigt zich bovendien over de randprogrammering, gericht op ‘openbare, praktische educatie’: „Wij willen dat gezinnen die hier komen minimaal een halve dag onder de pannen zijn. Dus naast een voorstelling van een uur of anderhalf uur, kunnen kinderen bijvoorbeeld ook op het grasveld hutten bouwen of een biologische lunch klaarmaken in het kinderkookcafé.” Het is waarschijnlijk niet ondenkbaar dat daar dan onkruid en insecten op het menu komen te staan.