Stuur die hoge bazen nou eens de straat op

Vanachter de bureaus schrijft de Nederlandse politietop stapels beleidsstukken om problemen in multiculturele wijken aan te pakken. Die plannen stroken niet met de praktijk op straat. Criminologe Lianne Kleijer-Kool (1981) liep in twee achterstandswijken mee met de politie om te zien hoe zij omgaat met de multiculturele samenleving.

Hoe kijken straatagenten tegen allochtonen aan?

„De politie heeft in achterstandswijken altijd te maken gehad met een gevarieerd publiek en een andere aanpak. Agenten zijn sneller fysiek, hebben een wat directer taalgebruik. Je hoeft daar niet met ‘u’ aan te komen. De instroom van buitenlanders heeft extra problemen opgeleverd, zoals taalverschillen en culturele botsingen. Maar etniciteit speelt niet de hoofdrol, dat zijn de psychiatrische problemen, asociaal gedrag, overlast door drank of drugs. Agenten scharen lastige migranten onder dezelfde doelgroep die ze in andere tijden ook al hadden, ‘gajes en gekken’.”

Snapt de top hoe het op straat gaat?

„Het zijn gescheiden werkelijkheden. Beleidsmakers verklaren alle problemen door de culturele achtergrond. Ze standaardiseren de aanpak, terwijl de werkelijkheid gevarieerd is. Bij vechtpartijen op straat moeten agenten in een halve tel beslissingen nemen en tot actie overgaan. Dan hebben ze niets aan regels die voorschrijven dat ze rekening moeten houden met bepaalde culturele gebruiken. Dat je bijvoorbeeld je schoenen uit moet doen bij de voordeur.”

Heeft u tips voor de politie?

„Ik hoorde vaak dat de hoge bazen dertig jaar geleden voor het laatst op straat liepen. Het zou helpen als de korpschef en de beleidsmakers een keer een dienst zouden meedraaien. Dan zien ze dat etniciteit niet de boventoon voert. En dat cursussen over landen van herkomst geen zin hebben in een wijk met meer dan honderd nationaliteiten en grotendeels derde generatie-migranten. Gelukkig wordt er al steeds meer uitgegaan van het politievakmanschap op straat.”

En, nog iets spannends meegemaakt?

„Uit mijn gesprekken met 65 agenten had ik een sensationeel beeld van het politiewerk gekregen. Toen heb ik twee keer een half jaar diensten meegedraaid, in de auto, op de fiets, of lopend. Natuurlijk ook die waarbij je hoopt dat er iets gebeurt, de weekend- en nachtdiensten. Meestal gebeurde er niets. Het was niet zo dat je van de ene 112-melding na de andere door de stad scheurde. Ik hoorde vaak: ‘je had hier gisteren moeten zijn’, en dan een heel spannend verhaal. In het begin had ik het idee dat ik er steeds niet op het goede moment was. Tot ik merkte dat agenten vooral graag het beeld hooghouden dat er veel spanning en sensatie is.”

Lianne Kleijer-Kool verdedigt haar proefschrift ‘Multicultureel politiewerk’ op maandag 30 september 2013 om 12.45 uur aan de Universiteit Utrecht. Op dezelfde dag verschijnt haar boek bij Boom Lemma Uitgevers.