‘Staatsgaranties Nederland meer dan vertienvoudigd tijdens kredietcrisis’

De staatsgaranties die Nederland afgeeft zijn sinds 2008 meer dan vertienvoudigd. Vóór de kredietcrisis werd er voor 18 miljard aan garanties verstrekt, eind vorig jaar was dat 201 miljard. Het grote verschil zit in de garanties die werden afgegeven om de in moeilijkheden gekomen landen, zoals Griekenland, Ierland en Portugal, te steunen.

Dat schrijft het Financieele Dagblad vandaag op basis van een rapport van de Algemene Rekenkamer dat later vandaag wordt gepubliceerd.

Het gaat om garanties die aan Europese instellingen werden afgegeven om de financiële crisis te kunnen bedwingen. Sinds 2008 kwamen meerdere landen in de problemen en om die overeind te houden gaf ook Nederland flinke staatsgaranties af. De rekenkamer heeft het Nederlandse risico bij acht van die instellingen onderzocht, waaronder de Europese Investeringsbank en het noodfonds EFSF.

De rekenkamer doet naar aanleiding daarvan een oproep: het ministerie van Financiën moet de Tweede Kamer voortaan beter informeren over de risico’s die Nederland loopt met het afgeven van die garanties. Vijf van de acht onderzochte instellingen bleken in het jaarverslag niet te vermelden welke risico’s deelnemers lopen. Drie ervan hebben bovendien vrijwel geen geld in kas om tegenvallers op te vangen.

Naar aanleiding van de oproep zegde minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) toe meer algemene informatie te geven. Hij is echter niet van plan om per instelling een oordeel te geven over de financiële stabiliteit, omdat dat de kredietwaardigheid negatief zou kunnen beïnvloeden.