Politie voor de poes

Het leek een typisch verjaardagsfeestverhaal, maar het klopte: toen Sandra Bakker (50) uit Alkmaar zelf voor haar zieke kat wilde zorgen, stuurde haar dierenarts de politie op haar af. De kat in kwestie heet Moos: zwart met witte pootjes, twaalf jaar oud. Ik aaide Moos bij Bakker thuis. Hij keek wat zorgelijk, maar zag er verder niet ontevreden uit.

Bakker, werkzaam als psychiatrisch verpleegkundige, ging met Moos naar haar dierenarts toen de kat lamlendig was. Suikerziekte, constateerde dierenarts Carmen Creupeling uit Alkmaar: voortaan twee maal daags insuline spuiten en hij zou weer opknappen. Sandra Bakker twijfelde: „Moos is best oud. En hij vond zijn hele leven zelfs een pilletje al een crime.” Creupeling zag dat anders, bevestigde de dierenarts zelf aan de telefoon. „Mevrouw is verpleegkundige. Ze wéét hoe goed insuline werkt.”

Dit had Sandra Bakker geërgerd: wat deed haar beroep ertoe? Ze voelde zich voor het blok gezet en ging naar wat geheen-en-weer naar huis. Vijf dagen later belde de dierenarts: wist Bakker al wat ze ging doen? „Maar mevrouw deed beledigd.” Sandra Bakker: „Ja, ik voelde me erg onder druk gezet en zei dat ik naar een andere dierenarts zou gaan.”

Toen stond dus op een zondagmorgen plotseling een strenge politieagent voor de deur: „Heeft u een kat die Moos heet? Onhoudt u uw kat behandeling?”

Inderdaad, bevestigde dierenarts Creupeling aan de telefoon: ze belde zelf 114 ‘Red een dier’: „Ik wil zo’n dier beter maken.” Al ging het, beaamde ze, „niet om een acuut probleem”. En kan een kat met suikerziekte van speciaal voedsel opknappen.

Helaas was de agent net het intimiderende type. Hij volgde Bakker onaangenaam dichtbij door haar kleine woonkamer: zó dichtbij, wees ze, haar arm een centimeter of dertig van zich vandaan. Zette zij een stapje achteruit, deed hij een pas voorwaarts, terwijl zij probeerde haar verhaal te doen.

De agent ging uiteindelijk akkoord: mevrouw „mocht voer proberen”. Hij zou bellen ter controle. Dit gebeurde ook.

Ik belde de Nationale Politie, waar woordvoerder Charlotte Menten het telefoontje van de dierenarts „niet in de geest van de wet” noemde. Maar ja, zei Menten: „We móéten iedere aangifte serieus nemen.”

Terwijl zoveel andere aangiftes blijven liggen? Dat, zei de cynicus, kan een dierenarts in crisistijd best leuk uitkomen. Hoe vaak bellen dierenartsen eigenlijk naar 114? Woordvoerder Menten zei het niet te weten: wie precies aangifte doet, houden ze niet bij. Dierenarts Creupeling zei dat het voor haar de eerste keer was. „Omdat het gesprek met mevrouw zo vervelend verliep.” Alsof een vervelend gesprek een goede reden is om de politie te bellen.

„Het ging me niet om de kosten of de moeite”, zei Sandra Bakker. Moos was intussen kuchend op haar schoot gesprongen, maar zat nu hartstochtelijk te spinnen. „Ik heb ook een oud paard. Kost me 150 euro per maand om hem fijn oud te laten worden in een weiland.”

Wat Bakker graag wil weten: „Hoe lang behandelen we zieke dieren? En wordt dat echt een plicht?”