Nog altijd vóór Israël, maar wel minder

De Israëlische president is op bezoek in Nederland. Hij zal ontdekken dat de historische ‘bijzondere relatie’ de Nederlandse politiek verdeelt.

De Israëlische president Shimon Peres bezocht gisteren in Amsterdam de Portugese Synagoge, die in de zeventiende eeuw is gebouwd. Foto Olivier Middendorp

Begin jaren zeventig had premier Joop den Uyl in zijn werkkamer thuis niet alleen een foto van zijn vrouw en dochter staan, maar ook één van Golda Meir, premier van Israël. Dries van Agt, die Den Uyl in 1977 opvolgde, koos de andere kant. Hij liet zich dertig jaar later bij een manifestatie de bekende geblokte Palestijnen sjaal omhangen. Inmiddels is de eerste CDA-premier van Nederland het gezicht van de Palestijnse zaak. Vlak voor de zomer sprak hij als buitenstaander de Tweede Kamer toe over de Muur die Israël tussen zichzelf en de bezette gebieden heeft gebouwd. „Het internationaal recht gebiedt ons actie te nemen tegen de vergrijpen die Israël pleegt en blijft plegen”, zei Van Agt. Het leidde tot een geëmotioneerd debat – zoals altijd in Nederland over de Israëlisch-Palestijnse kwestie.

Morgen treedt de Israëlische president Shimon Peres op aan het Binnenhof. Hij spreekt er de Tweede en Eerste Kamer toe. Gisteren was Peres onder meer in het Anne Frankhuis in Amsterdam, morgen wordt hij ontvangen door premier Rutte en, als eerste buitenlandse staatshoofd, door koning Willem-Alexander.

Nederland staat nog steeds achter Israël. Toch is die steun minder vanzelfsprekend dan vroeger. De Tweede Wereldoorlog, een belangrijke verklaring voor het pro-Israëlsentiment, is steeds langer geleden. Het conflict in het Midden-Oosten is uitzichtloos.

„Het nederzettingenbeleid en de eenzijdige focus van de media daarop doen Israël geen goed”, zegt Esther Voet, directeur van CIDI, het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël. Zij ziet dat het VVD/PvdA-kabinet ten aanzien van het Midden-Oosten meer de gereserveerde Europese lijn volgt dan het vorige VVD/CDA-kabinet, dat gedoogsteun kreeg van de PVV. „Maar ”, zegt Voet, „we zitten aan de goede kant van het midden.”

Minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken (PvdA) moet balanceren. De coalitiepartners denken verschillend over de oplossing van het conflict. In zijn eigen PvdA is de kritiek op Israël de laatste jaren fors gegroeid. Het Kamerlid Désirée Bonis stapte op nadat Timmermans een (afgezwakte) kritische motie van haar over het Midden-Oostenbeleid ontraadde.

Diezelfde Timmermans was als Kamerlid voorstander van een status van waarnemend niet-lid voor de Palestijnen bij de Verenigde Naties. Als minister koos hij in de VN voor stemonthouding. Om de eenheid van de EU te bewaren, maar ook die van het Nederlandse parlement. Want in de Kamer is met VVD, CDA, PVV, SGP en ChristenUnie (samen 76 zetels) een Israël-gezinde meerderheid. Hij had gekozen voor de meest haalbare oplossing.

Nog een voorbeeld van de „even handedness” die het kabinet hanteert tegenover zowel de partijen in het Midden-Oosten als voor de partijen in het eigen binnenland. Het vorige kabinet wilde in het voorjaar van 2011 een samenwerkingsraad met Israël opzetten. De kabinetscrisis blokkeerde dit voornemen. Maar eind dit jaar reist premier Rutte met een aantal ministers alsnog naar Israël om de relaties te verstevigen. Er wordt niet langer gesproken van een ‘samenwerkingsraad’ , maar van ‘samenwerkingsfora’. Er is nog een verschil: precies hetzelfde is afgesproken met de Palestijnen.