Kritiek Raad van State op enkelband Teeven

Plan van staatssecretaris is volgens adviesorgaan te veel ingegeven door bezuinigingen

Het plan voor meer elektronische detentie van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) is niet goed onderbouwd. Dat schrijft de Raad van State in zijn advies over Teevens wetsvoorstel over elektronisch toezicht op veroordeelden. Bronnen in Den Haag bevestigen berichtgeving hierover in De Telegraaf, vanmorgen.

De Raad van State, het belangrijkste adviesorgaan van het kabinet, vindt dat Teeven onvoldoende motiveert waarom er een einde moet komen aan de huidige detentiefasering. Dat is het proces waarin gedetineerden aan het einde van hun celstraf, met verlof en begeleiding, stap voor stap wennen aan hun terugkeer in de samenleving.

De Raad van State vindt dat de staatssecretaris niet goed duidelijk maakt waarom het huidige systeem niet effectief zou zijn. Daardoor kan de Raad zich niet aan de indruk onttrekken dat het plan voor meer elektronische detentie in plaats van begeleiding en verlof op „primair budgettaire overwegingen” is gebaseerd. Niet die financiële beweegredenen, maar veiligheid van de samenleving en voorkomen van recidive zouden volgens de Raad leidend moeten zijn.

De staatssecretaris had zijn oorspronkelijke plannen voor meer elektronisch toezicht dit voorjaar al aangepast, na kritiek van de Tweede Kamer en deskundigen. De Raad voor de Rechtspraak en de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming waren beide kritisch over de elektronische detentie. Zij vinden dat het niet aan gevangenisdirecteuren is, maar aan de rechter om het type straf voor een veroordeelde te bepalen.

Aanvankelijk wilde staatssecretaris Teeven elektronische detentie ook inzetten als vervangende straf voor veroordeelden die kortere tijd, tot zes maanden, de gevangenis in moeten. Dat zou nog meer cellen – en dus geld – schelen. Na behandeling van zijn plannen in de Tweede Kamer veranderde de staatssecretaris dat. Elektronische detentie zou alleen nog aan de ‘achterkant’ komen, aan het eind van een straf en als opmaat naar resocialisatie. Daarover is de Raad van State nu dus kritisch.

Het advies van de Raad wordt pas openbaar als de staatssecretaris zijn wetsvoorstel formeel naar de Tweede Kamer stuurt, met daarbij zijn reactie en eventuele aanpassingen.