Het kan dus toch, een bijna volmaakt Requiem van Verdi

Tot nu toe eiste Wagner de meeste aandacht op, maar op 10 oktober vieren we óók de 200ste verjaardag van Verdi. Viva Verdi! Maar hoe meeslepend diens opera’s en (o.a.) Requiem ook zijn, zo’n kwalificatie is ook heel broos. Misschien dat de Amerikaanse vrienden van het Concertgebouworkest juist daarom geld inzamelden voor een droomuitvoering van het Requiem: met goede (dus dure) zangers én chef-dirigent Mariss Jansons.

Jansons herstelde tijdig van een herfstgriepje, maar van de oorspronkelijke vocale wensbezetting restte alleen tenor Dimitri Pittas. En toch was dit Requiem inderdaad een cadeautje waarbij maar weinig niet klopte. Dat begon al bij het Groot Omroepkoor, aangevuld met zangers uit het Vlaams Radiokoor. Messcherp van dictie, met klaroenklare mannen in het Rex tremendae en Tuba mirum en een beiaardronde altgroep in het Libera me. Orkestrale attracties waren er ook volop: de cello-inzet van het Domine Jesu: vaak zorgwekkend, nu sprookjesachtig. De klarinetten met fagot (Quid sum miser): bezwerend.

Mariss Jansons opteerde al met al voor een meer oprechte dan opereske interpretatie, soms met een haast orthodox zoemende koorklank, maar ook met felle contrasten en versnellingen. Balsem voor wie vindt dat orkesten vaak te hard spelen was de fluisterstille inzet. Onder de zangers bleek met name mezzo Olesya Petrova fenomenaal: luid, helder én theatraal.

Goede Verdi is driesterren-gastronomie voor melomanen.