Column

Het huishoudboekje

De meeste mensen zijn dom, zo lijken politici te denken. En als ze niet dom zijn, zijn ze wel egocentrisch. Daarom moet beleid altijd eenvoudig worden uitgelegd, liefst met voorbeelden ‘dicht bij huis’.

Afgelopen week was het weer zo ver: tijdens de Algemene Beschouwingen vergeleek VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra de staatsschuld met particuliere schuld. „Wie schuld op schuld stapelt, komt uiteindelijk in de schuldsanering terecht. Dat wil ik thuis niet en dat wil ik ook niet voor Nederland. We zullen die schuld dus moeten aanpakken.”

De kijker moet dan denken: oeh, schuldsanering, dat wil ik inderdaad niet! En wat voor mij geldt, zal ook wel voor de overheid gelden. Aanpakken die schuld!

Het trucje is niet nieuw. Al jaren hoor ik politici zeggen dat de overheid niet meer mag uitgeven dan ze binnenkrijgt. Dat doen huishoudens immers ook niet, als het goed is! Voormalig minister van Financiën Jan Kees de Jager sprak consequent over ‘het huishoudboekje’ als hij de Rijksbegroting bedoelde.

Zulke uitspraken versimpelen de werkelijkheid zozeer, dat ze alleen maar voor verwarring zorgen. De overheid is namelijk niet hetzelfde als een huishouden.

Om te beginnen is het leven van de mens eindig, en dat van de staat niet. Terwijl wij onze schulden binnen een bepaalde termijn moeten afbetalen, kan de staat eeuwig leningen laten uitstaan. Als de rente laag is, zoals nu, is dat ook nog eens voordelig.

Daarnaast hangen inkomsten en uitgaven van de staat, anders dan die van individuen, met elkaar samen. Als de overheid leent om investeringen te doen, creëert ze niet alleen betere voorzieningen (zoals wegen of onderwijs) maar kan ze ook meer inkomsten genereren. In een groeiende economie stijgen immers de belastinginkomsten. In een huishouden werkt dat niet zo: wat je uitgeeft, ben je echt kwijt.

Daar komt nog bij dat staten langdurig hoge schulden kunnen hebben zonder in de problemen te komen. In de negentiende eeuw lag de staatsschuld lange tijd boven de 200 procent. En in de jaren negentig, die gouden tijd, was de staatsschuld ook hoger dan nu. Kwamen we toen in de schuldsanering? (Voor de duidelijkheid: nee.)

Veel vragen worden met de analogie tussen staat en huishouden niet beantwoord. Zoals: wat zouden de langetermijngevolgen voor de schuld zijn als we minder zouden bezuinigen? En voor welke doeleinden vindt de overheid het wél een goed idee de staatsschuld te laten stijgen? Zulke afwegingen worden met de huishoudboekjeretoriek overbodig verklaard.

De echte reden dat er nu weer zes miljard wordt bezuinigd, is natuurlijk de wens om aan de EMU-normen te voldoen. Maar ondanks dat ze dat – een beetje – toegeeft, zet de politiek de burger met een kinderachtige vergelijking op het verkeerde been. Dat is jammer voor het debat en beledigend voor ons.