Ernstige en duistere bewerking roman Hermans

Twee mannen kijken in een denkbeeldige spiegel. Ze zijn elkaars evenbeeld. De een is grauwig gekleed, de kleur van de Tweede Wereldoorlog. De ander gitzwart als een schaduw. Ook een oorlogskleur, van de NSB. Henri Osewoudt neemt een foto van hemzelf en zijn dubbelganger, Dorbeck, zijn vertrouweling en opdrachtgever tijdens de oorlog.

Deze scène uit de toneelbewerking van W.F. Hermans’ beroemde roman De donkere kamer van Damokles (1958) toont wat de romanlezer zich slechts kan verbeelden: Osewoudt en zijn spiegelbeeld Dorbeck. Bestaat Dorbeck? Of is hij een verzinsel? In de regie van Ger Thijs krijgt de roman een ernstige, donkere uitbeelding. De voorstelling is gecomponeerd als ondervraging. Het is na de oorlog, Osewoudt moet zich verdedigen tegen landverraad. Maar hij is ervan overtuigd held te zijn. Tijdens het verhoor komen Osewoudts verzetsdaden tot leven. Gaandeweg blijkt elke goede daad om te slaan in zijn tegendeel. Ondervrager Victor Löw en Osewoudt-acteur Hein van der Heijden dragen de voorstelling. De eerste genadeloos én begripsvol, de tweede dromend van een heldenstatus. Van der Heijden geeft die innerlijke overtuiging prachtig weer. Hoe sterker zijn twijfel, des te radelozer zijn zoektocht naar Dorbeck. Als hij tot slot de foto wil tonen, blijkt die zwart te zijn. Ook in theatertaal is Dorbeck een geheimzinnige verschijning: hij duikt op uit het niets, en verdwijnt als een zwarte schim.