Elke gemeente wordt een koninkrijkje

Net als alle andere gemeenten moet Alphen aan den Rijn vanaf 2015 veel meer gaan doen, voor veel minder geld. Hoe bereiden bestuurders en ambtenaren zich daarop voor? Eén ding is duidelijk: een burger die om hulp vraagt, krijgt meteen een wedervraag: wat kunt uzelf doen?

Het gemeentehuis van Alphen aan den Rijn. De gemeente wordt steeds strenger, zegt de wethouder. Foto Rien Zilvold

Er is een nieuw taboe, in Alphen aan den Rijn. De wij-vraag. Ambtenaren mogen die sinds 1 januari dit jaar niet meer stellen aan burgers die aankloppen voor hulp.

Nooit meer: ‘Goedemorgen, kunnen wij u van dienst zijn?’ Niet langer: ‘Goedemiddag, wat kunnen wij voor u doen?’ De gemeente leert ambtenaren dat soort vragen in trainingen af. Spreekt de ambtenaar zo’n wij-vraag uit, dan grijpt de trainer in. Ho stop, weet je wel wat een burger zonder geld of baan doet, als een ambtenaar hem zo aanspreekt? Dan gaat hij achterover leunen. Zo van: de gemeente lost het wel op.

De participatiesamenleving.

Koning Willem-Alexander gebruikte de term meermaals in de Troonrede. De klassieke verzorgingsstaat, zei hij, verandert langzaam maar zeker in een participatiesamenleving.

Dat klopt, maar niet helemaal. Preciezer is: Nederland verandert in vierhonderd kleine participatiesamenlevingen. Alle ruim vierhonderd gemeenten bepalen vanaf 2015 namelijk afzonderlijk hoe zij werklozen benaderen, hoe zij probleemkinderen helpen, hoe zij een 70-plusser bejegenen die stampvoetend om een scootmobiel vraagt. Willem-Alexander wordt staatshoofd van vierhonderd koninkrijkjes.

Deze krant gaat één zo’n koninkrijkje in wording volgen, op weg naar de grote decentralisaties van 2015. Eén gemeente, om van dichtbij te kunnen beschrijven hoe het optuigen van een participatiesamenleving eruitziet. Hoe deze gemeente zich klaarstoomt voor de maatschappelijke omwenteling van 2015, als niet langer het Rijk maar gemeenten de zeggenschap hebben over kwetsbare burgers. En hoe ze omgaat met de grote bezuinigingen die met de overheveling van de nieuwe taken gepaard gaan.

Die gemeente is Alphen aan den Rijn. Met haar 73.000 inwoners groot genoeg om bekend te zijn met grootstedelijke problemen, en klein genoeg om in aanmerking te komen voor een fusie – dat andere hete hangijzer van de lokale politiek. De fusie komt er: per 1 januari 2014 gaan Boskoop en Rijnwoude op in Alphen, en telt de gemeente 107.000 inwoners. Een 100.000+-gemeente, precies zoals het regeerakkoord het voorschrijft.

De participatiesamenleving krijgt hier al vorm. Niet ‘langzaam maar zeker’, zoals de koning voorlas, maar snel. Loop het gemeentehuis binnen en je merkt het al. Verlengen van een paspoort gebeurt nog bij een loket, maar andere ambtenaren zitten aan tafels op een binnenplein. De burger mag aanschuiven, voor een ‘dialoog’.

Vraagt die burger om hulp, dan luidt het antwoord nu al vaker nee dan een jaar geleden, zegt de Alphense wethouder werk Hélène Oppatja (PvdA). „Een burger die de ambtenaar vraagt om een uitkering, krijgt te horen: u bedoelt zeker dat u wilt werken? ” Is die burger bereid te werken? Mooi. Maar de gemeente blijft streng. Oppatja: „Leuk, een vrouw die wel wil reïntegreren als nagelstylist”, zegt Oppatja, „maar daar is geen droog brood mee te verdienen. Wij redeneren andersom: we kijken waar werk is. Daar zoeken we mensen bij.”

Werk is er zat, in de boomkwekerijen van buurgemeente en fusiepartner Boskoop. En dus zullen de komende jaren honderden reïntegrerende Alphenaren aan de slag gaan in een soort oefentuin, zegt Oppatja’s collega-wethouder in Boskoop Han de Jager (CDA). „Een voorportaal van de echte boomkwekerij. Om groene vingers te krijgen.”

Ook voor Hockey Club Alphen is ‘participatie’ meer dan een woord uit de Troonrede. De club heeft een vijfde veld nodig. Maar wethouder Michel du Chatinier (ChristenUnie) zei ‘nee’ toen de club aanklopte voor geld. „Ik zei: ga eens kijken of je met de andere verenigingen in jullie sportpark tot een oplossing komt.” Du Chatinier noemt het een ‘faciliterende’ rol: het samenbrengen van de betrokken partijen, het soepel verstrekken van vergunningen. „Maar de tijd dat ik, hup, mijn portemonnee trek, is voorbij.”

Of neem probleemgezinnen die een beroep doen op jeugdzorg. Het kabinet heeft een motto: één regisseur, één gezin, één plan. Maar zeg dat tegen Du Chatinier, en hij schudt hard met zijn hoofd. „Nee, nee. Hier in Alphen wordt het: úw gezin, úw plan. Ú bent vader, ú bent moeder. Dus u bent verantwoordelijk voor de opvoeding.”

De gemeente-nieuwe-stijl leidt tot heimwee onder sommige burgers. Eén vrouw met schulden was zo overrompeld door de ambtelijke strengheid, dat ze hevig begon te hyperventileren, vertelt wethouder Oppatja. Een ambulance haalde haar op.

Niet alleen burgers moeten zich schrap zetten. Ook de wethouders hebben zorgen. Niet alle Alphenaren kúnnen participeren. Neem de beschutte werkplaats, zegt Oppatja. „Sommigen zitten daar al dertig jaar, tegenover dezelfde collega, schroefjes aan te draaien. Ze nemen geen vakantie op, want ze hebben het arbeidsritme nodig. Het is niet reëel om te denken dat die mensen het in een gewoon bedrijf gaan redden.”

Maar beschutte werkplekken zijn duur. En het kabinet bezuinigt 2,5 miljard euro op werkbemiddeling. Alphen kan geen geld toeleggen: het bezuinigt tot 2018 minimaal 5 miljoen euro per jaar op een begroting van 250 miljoen euro.

Nog een zorg van wethouder Oppatja. Mantelzorgers. „We willen graag een beroep op hen doen. Maar ik denk dat we te veel van hen verwachten. We moeten wel reëel blijven.” En dus zal de gemeente financieel moeten bijspringen, verwacht ze. Ook hier is geld het probleem: de overheveling van de Wet maatschappelijke ontwikkeling (Wmo) gaat gepaard met een bezuiniging van een miljard of twee.

De Alphense wethouders vinden het goed dat het Rijk jeugdzorg, werk en langdurige zorg overhevelt naar gemeenten. Sterker, ze zijn ‘intrinsiek overtuigd’ dat de gemeente die taken beter kan uitvoeren dan Rijk, provincie en zorgverzekeraars. Maar de relatie met Den Haag is broos. Er is ‘anticiperende verontwaardiging’ over Haagse bemoeizucht (wethouder Oppatja) en openlijke woede over financiële onduidelijkheid (wethouder Du Chatinier). Wordt er op jeugdzorg nu 4 procent bezuinigd in 2015, of 14 procent? Hij kan zo toch geen plan maken? Oppatja rekent op Kamervragen, straks, als de eerste schrijnende gevallen zich voordoen van kwetsbare bejaarden die in gemeente A wél een traplift krijgen, en in gemeente B niet. „Die Kamervragen komen er. Maar als het kabinet zegt: gemeenten krijgen de verantwoordelijkheid over sociale taken, dan willen wij ook de vólle verantwoordelijkheid. Het geld, maar ook de zeggenschap.” Kortom, zegt deze wethouder: de burger moet méér meedoen, maar het kabinet juist minder.