‘De journalist mag een onaf verhaal publiceren’

De Correspondent wil nieuw soort journalistiek bieden

Foto Roger Cremers

Het oude bankstel kostte 50 euro op Marktplaats. De muur hebben ze zelf tomaatrood geschilderd. De houten platen op de vloer zijn in elk geval beter dan de oude witte tegels.

Het kantoor van De Correspondent voldoet aan alle clichés van een start-up. De locatie, het oude laboratorium van Shell in Amsterdam-Noord, maakt het beeld compleet. Hier werkt een klein groepje arme idealisten aan de toekomst van de pers. Maar dat beeld klopt niet helemaal. De Correspondent is niet klein. En niet arm.

Het nieuwe initiatief van journalist en filosoof Rob Wijnberg (ex-hoofdredacteur van nrc.next) en journalist/blogger Ernst-Jan Pfauth (ook ex-nrc.next) gaat vandaag officieel van start. Wijnberg houdt het op 18.00 uur. Pfauth twijfelt nog een beetje: „Noem maar geen tijd, je weet hoe het gaat met dit soort techniek. Het is spannend. Voor het eerst bestaan we echt. Het wordt gewoon een chaos.”

Vanaf vandaag moet De Correspondent bewijzen dat de site „het dagelijkse medicijn tegen de waan van de dag” is. Dat het initiatief werkelijk een moderne vorm van journalistiek is, financieel én inhoudelijk gesteund door lezers. Dat de site de ruim 20.000 donaties waard is. Want wat gaan ze nou precies doen met die 1,3 miljoen?

Uitgever Pfauth klapt zijn laptop open en toont de site in aanbouw. „Elke ochtend om half zeven plaatsen we vijf artikelen. Kortere en langere. Rob maakt die selectie. Een vaste tijd is belangrijk. Zo willen we in het mediaritme van onze lezers passen.”

Alleen leden van De Correspondent – die 60 euro hebben betaald – zien alle stukken. Die gaan over thema’s die hoofdredacteur Wijnberg c.s. belangrijk vinden, zoals technologie, de Europese Unie, Noord-Zuidverhoudingen. Wijnberg: „Wij laten ons veel minder leiden door het dagelijkse nieuws dan de kranten.” Niet-leden zien een wervingsvideo plus één voorbeeldverhaal. Leden kunnen wel artikelen delen met niet-leden, maar die zien dan slechts het stuk en niet alle interactieve mogelijkheden eromheen. Pfauth: „Je staat dan aan de zijlijn.”

En dat is juist wat De Correspondent niet wil. Lezers moeten meedoen. Zo moet de site zich onderscheiden van andere (digitale) media. Lezers moeten actief bijdragen. Wijnberg: „Duizend artsen weten immers meer dan één medisch redacteur.”

Om de interactie te faciliteren heeft het Amsterdamse internetbureau Momkai een slim systeem ontwikkeld. Momkai is aandeelhouder, samen met de uitgeverij van De Groene Amsterdammer, en Wijnberg en Pfauth zelf. Elke Correspondent heeft een eigen ‘tuintje’. Op een webpagina beschrijft de redacteur waaraan hij op dat moment werkt. Pfauth: „Het is een openbaar notitieboekje. Wij hopen dat lezers zien waarmee iemand bezig is en dat zij hun kennis willen delen.”

Verwachten zij niet te veel van hun lezers? Op internet willen de meeste mensen toch liever passief lezen dan actief meeschrijven? „We gaan het gewoon proberen”, zegt Pfauth. „Als het niet lukt komen we daar wel achter. The hard way. Onze aanpak past in deze tijd. De journalist is niet langer de alwetende verteller. Hij moet delen en durven een verhaal te publiceren dat onaf is, dat alleen al de juiste vragen opwerpt.” Pfauth zegt dat hij het niet erg vindt als andere media met een idee van De Correspondent aan de haal gaan.

„Ons enige probleem”, zegt Wijnberg, „is dat wij meer willen dan wij kunnen betalen. Een app voor Android en iOS, webdocumentaires, uitbreiding naar het buitenland.” Te weinig geld? De Correspondent heeft toch 1,3 miljoen opgehaald? „Dat lijkt heel veel”, zegt Pfauth. „Maar dat is het niet.” Het succes van de donateursactie werkt volgens Wijnberg de beeldvorming tegen. „Mensen bellen op: ‘Ik krijg jullie klantenservice niet te pakken’. Die hebben we ook niet. Alle mails beantwoorden we zelf.” De Correspondent wil geen advertenties – die beïnvloeden de integriteit van de site – maar staat wel open voor subsidie van stichtingen die de innovatie van de journalistiek willen steunen.

De Correspondent heeft twaalf mensen in vaste dienst. Is dat niet veel voor een beginnende website? „Nee”, zegt Wijnberg. „Wij gaan niet over ons budget heen. We leven niet op de pof.” Als het misgaat, zegt Pfauth, en mensen verlengen hun donatie niet, dan hoeven ze pas op 1 januari 2015 op zoek naar ander werk. „Ik wil liever één jaar knallen dan jaren aanmodderen."

Voelen zij druk? Naar de start werd lang uitgekeken. Ze kregen veel aandacht in de media. Sommige deskundigen zien in het initiatief zelfs de toekomst van de journalistiek. Wijnberg: „Ik zie ons nu vooral als waardevolle toevoeging. In de toekomst misschien als een onmisbare toevoeging. Niet als een aanval op of vervanging van iets anders. We zullen niet ieders verwachtingen kunnen inlossen. Zeker niet van degene die denkt dat hij op 30 september al zijn kranten de deur uit kan doen.”