De ‘geheimtip’ die de Librisprijs won

D. Hooijer (1939-2013)

De Hilversumse schrijfster had lak aan conventies.

D. Hooijer Foto ANP

Het was zo’n moment waarop alle camera’s ineens de andere kant op draaiden: de avond die D. Hooijer vijf jaar geleden bij verrassing de Librisprijs opleverde. De schrijfster van Sleur is een roofdier overleed woensdag op 74-jarige leeftijd.

Hooijer, een pseudoniem van de op 10 juni 1939 geboren Kitty Ruys, debuteerde laat met de verhalenbundel Kruik en kling (2001), die haar naam vestigde als auteur die met niemand te vergelijken was. Ze schreef absurdistische verhalen over zonderlingen – zwervers die met Biotex werden gewassen, heimelijke minnaars op leeftijd – en anderen die aan milde vormen van gekte leken te lijden: „Ik vraag je ten huwelijk. Een zakelijk huwelijk mag het zijn. Van mijn kant is het liefde.”

Hooijer reeg de associaties aan elkaar: nooit sentimenteel, soms verwarrend, altijd verrassend. Uiteindelijk draaide alles om de kansen die een mens heeft om af te wijken van de conventies. Ze werd een literaire geheimtip – tot haar eigen verbazing.

Uiteindelijk publiceerde ze in tien jaar vijf boeken: daarvóór zwierf ze over de Hilversumse hei als amateurarcheoloog en publiceerde ze als Milly Wiers gedichten die weinig weerklank vonden – en waar ze later zelf ook niet veel meer aan vond. Rond haar 55ste ‘schoot ze wortel’ in het café, vertelde ze in interviews: „Dat had met hormonen te maken.” Dus werd ze in haar brave Hilversumse wijk met de rug aangekeken. Ze schreef erover in Zuidwester meningen (2004). De conventies waar ze haar personages aan liet ontsnappen, hinderden haar zelf ook. „Het dorp” was haar reden om onder pseudoniem te publiceren – al strandden haar pogingen tot anonimiteit definitief met de bekroning van Sleur is een roofdier. Haar laatste boek, Berichten van een zakenman, moet komend voorjaar verschijnen.