Dat onderzoek naar levensverwachting is flinterdun

Steeds meer honderdjarigen? Welnee, de research ernaar deugt niet. Zo wordt wetenschap misbruikt, vindt Kartika Liotard.

De kans om honderd jaar te worden is groter dan ooit. Op het eerste gezicht een positief bericht, naar aanleiding van een onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Maar dat onze oudedagsvoorziening een prominent thema vormt in het demografische onderzoek, wekte mijn achterdocht. Wanneer je het hele ‘onderzoek’ leest, blijkt die achterdocht terecht. Het rapport is slechts een doorzichtige en vooral slecht onderbouwde poging om de deur open te zetten voor verdere verhogingen van de pensioenleeftijd.

Allereerst geeft het gemak waarmee het NIDI de levensverwachting tot twintig jaar hoger inschat dan het CBS, te denken. Het komt erop neer dat men een liniaal heeft gelegd tussen sterftecijfers uit het verleden en daarlangs een rechte streep heeft doorgetrokken naar de toekomst.

Daarbij is geen enkele rekening gehouden met veranderende omgevingsfactoren, de sterke toename van mensen met overgewicht en met het explosief stijgende aantal gevallen kanker, diabetes, alzheimer en andere aan de moderne samenleving gerelateerde ziektes.

In het tweede deel van het onderzoek komt het ware motief van het NIDI aan het licht. Meermaals adviseert het instituut om de pensioenleeftijd voor jongeren van nu te verhogen tot 75 jaar. Dit advies is vreemd. De vraag hierbij is namelijk niet hoe oud we kunnen worden, maar hoe lang we gezond genoeg zijn om te werken. Deze vraag blijft vrijwel onbeantwoord.

Het onderzoek houdt totaal geen rekening met de heterogeniteit van oudere generaties. Hoe ouder we worden, hoe minder we met elkaar gemeen hebben. Kinderen, jongeren en mensen van middelbare leeftijd vormen vrij homogene groepen; zij scoren qua gezondheid en overlevingskansen vaak evengoed als hun leeftijdgenoten. Voor oudere generaties blijkt dat helemaal niet zo te zijn. Senioren vormen een zeer heterogene groep waarin de gezondheidsverschillen erg uiteenlopend zijn. Denk aan het verschil tussen een 80-jarige die noodgedwongen in een ouderentehuis verblijft en een 80-jarige die nog elke dag gaat fietsen of zelfs nog werkt.

Ook sociaal-economische verschillen blijven buiten beschouwing. Volgens het NIDI haalt 89 procent van alle nieuwgeborenen de leeftijd van 75 jaar. Dat mensen met een lager inkomen gemiddeld vijf jaar korter leven is niet meegewogen. Laat staan de gevolgen voor deze groep als de pensioenleeftijd daadwerkelijk tot 75 jaar wordt verhoogd.

En wat doet tien jaar langer werken eigenlijk met de gezondheid en levensverwachting van mensen? Het NIDI zwijgt erover in alle talen.

Het advies van NIDI om de pensioenleeftijd te verhogen tot 75 jaar is daarmee flinterdun onderbouwd.

Los daarvan is het gevaarlijk dat een objectief geacht demografisch instituut, politieke beleidsadviezen geeft. De wetenschap wordt daarmee misbruikt als politiek instrument, dat in dit geval dient om jongeren van nu te laten werken tot ze erbij neervallen.