Woeste wildernis als mensentheater

De Oostvaardersplassen aan de rand van Flevoland vormen een mooi en bijzonder natuurgebied. Ooit bedoeld als industriegebied, worden de vlaktes en moerassen nu bevolkt door tientallen vogelsoorten, kuddes edelherten en verwilderde runderen en paarden. Uit de hoogte bekeken door een echte zeearend. Onnederlands, ook al omdat grote gedeelten zijn afgesloten voor recreanten. En nu kunnen we extra trots zijn, want er is een natuurfilm over gemaakt met BBC-allure. De Nieuwe Wildernis ging deze week in première in de bioscoop.

Maar is het échte wildernis? 90 procent van de grote dieren sterft er door afschot, meestal om ze uit hun hongerlijden te verlossen. Over die hardhandige diereneuthanasie wordt de laatste jaren een fel politiek debat gevoerd. Deze 56 km2 was toch oernatuur? Of vallen die dieren soms onder de minister?

De discussie over doodhongeren, afschot of bijvoederen is belangrijk. Maar die mensenstrijd kan niet beslist worden door de vraag of de ‘Oostvaarders’ nu ‘wild’ (=hongerdood) of ‘niet wild’ (=afschieten) zijn. Die vraag is zinloos. Ook al wandelen er geen groepen dagjesmensen met kinderwagens tussen de wilde paarden door, het blijft natuur waarvan het lot volkomen in handen van de mens ligt. Dan kan je ook het gekrioel tussen de stoeptegels wel uitroepen tot Wilde Natuur. Of het brandneteltuintje om de hoek.

‘Oernatuur’ is een leuke pretentie maar het blijft doen-alsof. Natuurbehoud is een culturele activiteit. De menselijke verantwoordelijkheid voor het gebied en de dieren kunnen we niet afschuiven op een abstract ideaal. We kunnen de dieren laten verhongeren, omdat we dat gewoon niet zo erg vinden. Dat is een geldig argument. Of omdat we ze gewoon met rust willen laten. We kunnen ook de dieren laten verhongeren omdat we graag doen alsof dit gebied wilde natuur is. Autonome wildernis als toneelstukje. En och, zolang we bewust voor ogen houden dat het theater is, is zo’n spel acceptabel. Of ‘leuk’. Maar serieus is het niet.

Wat is wilde natuur nog in dit land? De Waddenzee misschien? Jarenlang afgeschraapt door kokkelvissers en mede bevolkt door de troetelzeehonden van Lenie ’t Hart?

Was er nog maar een Tempel van Gaia, of van de jachtgodin Artemis. Dan zouden we een waarachtig orakel onze meest dringende vragen kunnen voorleggen. Maar zo’n orakel is ook gevaarlijk. Dat de priesteres dan eerst antwoordt: „Ware wildheid? Breek de geweren in twee, laat mijn dieren zelf sterven!” Maar dan krijgt ze de volgende dag een nieuwe openbaring. „Ware wildheid? Steek de dijken door! Geef die Oostvaardersplassen terug aan de paling.”