Vals, Wolf, Lawrence Weiner

Joyce Roodnat

De vraag is hoeveel je moet weten. De vraag is of je überhaupt iets moet weten. De vraag is in hoeverre iets weten je plezier kan vergallen. De vraag is of je kunt stoppen iets te weten.

Ik bedoel, ik zit te kijken naar het toneelstuk Vals, en ik krijg associaties die schrijver noch regisseur noch acteurs met me lijken te delen.

Het wordt gespeeld door twee grote vrouwen van het Nederlandse theater: Elsie de Brauw en Betty Schuurman. Ze schreeuwen, het hele stuk lang. Tot ze zwijgen, dan is het uit.

Ze spelen twee zussen die allebei actrices zijn. Die zaten samen in een auto. De een was stomdronken, die weet niks meer. De ander, achter het stuur, denkelijk, want er is iemand doodgereden.

Mijn gedachten dwalen af.

What Ever Happened to Baby Jane?, denk ik. Beroemde film, maar misschien niet voor toneelmensen. Uit 1962. Met Joan Crawford en Bette Davis. Over twee zussen. Twee actrices. Drank. Dodelijk ongeluk. Haat en nijd. Maar de film is zo goed omdat er tussen hen ook een smerig geheim speelt.

Ik bepaal me weer tot Vals. Zonde. Deze zussen delen geen geheim, ze hebben gewoon de pest aan elkaar. Regisseur Johan Simons heeft ze op brokken ijs gezet. Letterlijk. Waarom? Ik zou het niet weten. Ik kom niet verder dan ‘op glad ijs’. Of ‘bevroren verhoudingen’. Want de ene zus acteert bij het serieuze toneel en de ander is een tv-vedette. Hoge kunst haat lage kunst en vice versa. Tsja.

De actrices hobbelen over de ijsklonten. Omdat ik op de eerste rij zit, krijg ik het koud. Meer voel ik niet.

Terwijl de zussen elkaar vliegen afvangen, denk ik nu: Der Schein trügt. Dat kennen ze wel, kan niet anders. Legendarisch stuk van het genie Thomas Bernhard. 1983, vaak uitgevoerd, ik zou het wel weer eens willen zien. Twee broers. Twee acteurs. De een is Shakespeare-speler, de ander een varieté-artiest, een jongleur. Ze dulden elkaar nauwelijks, maar dat is schijn en die bedriegt. Je voelt dat ze niet zonder elkaar kunnen.

Vals zinkt in het niet, vergeleken met die film en dat stuk. Is dat eerlijk? Misschien niet. Anderzijds kan ik er ook niets aan doen dat ik de overeenkomsten zie.

Bij Its Hits on Tour, een voorstelling met korte stukken van jonge theatermakers, gebeurt me hetzelfde. Dat jongensduo doet zó denken aan al die andere duo’s die bezig zijn met hun mannetje-zijn. En de solo van dat meisje smaakt sterk naar het autobiosurrealisme volgens Paulien Cornelisse en het existentialistische egotheater van Laura van Dolron.

Nee. Dat hoeft niemand te weten. Niks weten is net zo goed. Maar elk publiek voelt of er research en doordenkwerk zijn verricht. Dan maakt een kunstwerk zich los. Dan stijgt het op en vliegt het weg. En wij vliegen graag mee.

Ik kijk naar Wolf, de film van Jim Taihuttu over een stel Amsterdams-Marokkaanse criminelen. In zwaar zwart-wit. Harde tragedie. Mijn gedachten schieten alle kanten op. Naar het Parijse banlieue-drama La haine. Naar de exemplarische boksfilm Raging Bull. Naar de branieschoppers uit de Italiaanse maffiafilm Gomorra, afschuwelijk en tóch aardig. Ik herken in de kickbokser en in zijn linkmiegel-vriend ook even Shakespeares Othello en Jago. En als altijd verbaas ik me erover hoe weerloos Othello eigenlijk is, dankzij zijn tweederangs eergevoel.

Maar waarom verslind ik Wolf? Omdat hij eigenlijk gaat over vaders die hun zoons rijp voor de sloop maken. Ze mishandelen standaard omdat ze denken dat geweld werkt. Het gevolg van zulke vaders? Als z’n meisje vraagt: „Wat voel je als je iemand in elkaar slaat”, zegt de kickbokser: „Niks”. En tremt weer eens iemand plat.

Deze in principe slimme, sympathieke jongen is een verloren mens en ook zijn broertje zal afzakken tot stupide geweldpleging. Dat ontleedt de filmer. Klinisch en in tranen, want een uitweg ziet hij niet.

In het Stedelijk Museum in Amsterdam richtte Lawrence Weiner een expositie in met zijn tekeningen. ‘Written on the Wind’ is het motto. Dat is een titel van cultfilmer Douglas Sirk, denk ik. En ik vergeet het meteen. Weiner wint. Hij zoekt met ronde lijnen en montere woorden naar de relatie tussen de tijd en de feiten. Opgewekt formuleren zijn beelden en taal filosofische vraagstukken. Ik zie een ellips. Ik lees: „It is a secret. To try and decipher it may not be the point”.

Denk daarover na. Een goed geheim is altijd nodig.