Train je koopkrachtspier, weersta die appeltaart in de supermarkt

Geen ramp dat de koopkracht daalt, zegt Marieke Henselmans, besparingsexpert. Koopkracht is te trainen. Dus iedereen kan pijnloos inleveren.

Besparingsdeskundige Marieke Henselmans ziet zo veel gekke dingen. Hamburgersla: drie snippers sla in een zakje voor dezelfde prijs als twee hele kroppen sla. Of deze: snoepfruit. Een appel in partjes, voor een euro. Daar koop je vijf Elstars voor.

De winkel is een hindernisloop. Om de paar meter wacht de consument een uitdaging. Er is training voor nodig om daar voorbij te komen. De eerste lessen: maak een lijstje; neem zo weinig mogelijk geld mee; pak een mandje, geen kar.

Koopkracht is een spier en een spier kun je trainen, betoogt Marieke Henselmans in haar deze maand verschenen boek, Sta financieel sterk. Leer ’m negeren, die lonkende appeltaart in de aanbieding, bij de ingang. Negeer ook, twee meter verder, die pastasaus, drie voor de prijs van twee. Kant-en-klare saus is vier tot vijf keer duurder dan zelfgemaakte. En bovendien vetter en zouter.

De gemiddelde koopkracht zal opnieuw dalen, maakte het Centraal Planbureau (CPB) vorige week bekend. Dit keer met 0,5 procent, een gevolg van de extra bezuinigingen. Maar die halve procent doet er niet toe, vindt Henselmans. „Luister niet naar economen die de koopkracht uitrekenen. Het gaat erom wat jij wilt en kunt kopen.”

En wie goed getraind is, zal zijn koopkracht alleen maar zien toenemen. De training hoeft niet zo streng te zijn. Wie de spaghetti van 32 cent niet lekker vindt, neemt iets duurdere. Het is net als met lijnen: je houdt gedragsverandering alleen vol als het je niet te zwaar valt. Daarom moet je ook kiezen voor een supermarkt in de buurt, eentje waar je graag komt. Scheelt ook benzine.

Houd de training een maand vol, schrijft Henselmans in haar boek. Het budget is 50 euro per week, het leefgeld van iemand in de schuldhulpverlening. Plus 15 euro voor een eventuele tweede volwassene, en 10 voor elk kind. Daarvan betaal je boodschappen, kleren, kapper, uitgaan. Alles, behalve de vaste lasten.

Zie het als een oefening. Voor als je je baan verliest, de restschuld van je huis moet ophoesten, gaat scheiden of als de kinderopvang duurder wordt. Of zie het als spel dat veel geld kan opleveren.

Henselmans schreef het boek omdat ze merkte dat mensen bang zijn, of boos. Als bekend besparingsdeskundige krijgt ze veel vragen. Contraproductieve emoties, vindt ze dat. En ze vindt het geroep over minder koopkracht en inkomsten ook onzinnig. „Ons besteedbaar inkomen is juist anderhalf keer zo hoog vergeleken met die vorige crisis in de jaren 80. En toen liepen we ook niet met z’n allen te huilen.”

De media zijn medeverantwoordelijk voor die angst, vindt ze. „Goed nieuws is geen nieuws. In de jaren 80 daalden de huizenprijzen ook – harder dan nu. En de werkloosheidscijfers waren ook hoog – hoger dan nu.” Een andere verklaring voor de angst van de consument is volgens haar dat het allemaal zo ingewikkeld is gemaakt. „Banksparen is gewoon sparen op een geblokkeerde rekening. Maar daarvoor moet je nu advies vragen bij de bank die vervolgens een adviesrapport gaat schrijven, voor een flink bedrag. Ze maken het zo complex dat je wel advies moet krijgen.” 

En dan zijn er nog de dreigende aanpassingen van het ontslagrecht, de WW, de huurwet, de basisbeurs. Henselmans: „Maatregelen die voor onrust en onbehagen zorgen.” Maar, zegt ze, daar staat tegenover dat er bijvoorbeeld nog geen kinderopvangtoeslag bestond toen haar kinderen klein waren. En dat ze haar huis verbouwde in een tijd dat het btw-tarief op z’n hoogst was. In haar boek schrijft ze: ‘Regelingen gaan en komen. Sometimes you win, sometimes you lose.’

De pijn van inleveren komt minder hard aan als de koopkrachtspier goed getraind is, zegt Henselmans. Het is net als met brandoefeningen bij de brandweer, of reanimatieoefeningen in de zorg. Niemand is voorbereid op een financieel mindere tijd. Ook daarvoor moet je oefenen. Wie leert leven van een minimuminkomen, meent ze, verliest zijn angst voor de toekomst. Aan het eind van de maand zijn er volgens haar ongetwijfeld blijvende besparingen ontstaan. Een energiecontract dat goedkoper overgesloten kan worden, een onzinnig abonnement dat is opgezegd. En dat boodschappenbudget, dat kan moeiteloos blijvend omlaag met 20, 30 procent. Wat overblijft, gaat in een buffer om de restschuld mee te betalen, de hypotheek af te lossen of juist een nieuwe hypotheek af te sluiten.

Hoe te beginnen? Henselmans: „Stop het weekbedrag in je portemonnee. Maar gebruik het niet meteen.” Begin met het opeten van wat er in de kast ligt. De vage kerstpakketblikjes, de pakken rijst en pasta die zich al jaren opstapelen. Maak de thee op die je minder lekker vindt. Gooi je altijd pasta en aardappelen weg omdat je te veel hebt gekookt, pas dan de hoeveelheden aan. Houd je toch wat over, maak dan een kliekjesgerecht. En stop geen pistoletjes of croissantjes in het lunchpakket van je kinderen, maar gewoon boterhammen, melk en fruit. Henselmans: „Kinderen weten bijna niet meer wat dat is. Doe je dat hun hele schooltijd, dan heb je op hun achttiende 5.000 euro bespaard. Die kun je ze weer meegeven voor de rijles of de studie.”

Zelf leeft Henselmans allang zo. Zonder, zegt ze, zichzelf iets te ontzeggen. Haar financiële leven begon in die tachtiger crisisjaren, met een salaris dat moest worden aangevuld met een bijstandsuitkering. Ze spreekt dus uit ervaring als ze zegt: „Als je eenmaal hebt meegemaakt hoe weinig je nodig hebt, is de volgende stap: kijk hoe je het voortaan wilt doen. Stel prioriteiten en bespaar op de dingen onderaan die prioriteitenlijst.”

De appeltaart en de pastasaus succesvol gepasseerd? Sla dan ook de frisdrank over. Drink thee, melk, soms misschien aanmaaklimonade. Een klein besluitje, vindt de besparingsdeskundige. „Maar van het geld dat je bespaart kun je na 20 jaar een flinke auto kopen.”