‘Rouw? Ik zou niet weten hoe dat voelt’

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat. Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Het was begin november, bijna vijf jaar geleden, een mistige avond. Om een uur of zeven kwam Stefan thuis, na een zware vergadering. Hij was revalidatiearts. Op z’n werk liep een reorganisatie. Hij zei: ‘Ik ga eerst hardlopen op de hei.’ Ik zei: ‘Je kunt ook even de hond uitlaten. Waarom zou je die mistige hei opgaan?’ Maar hij ging.

„Hij bleef lang weg. Eerst dacht ik: hij staat met iemand te kletsen. Toen: hij drinkt wat bij de tennisclub; die is vlakbij de plek waar hij z’n auto neerzette. Z’n telefoon had hij niet bij zich.

„Om half tien dacht ik: nu klopt het echt niet meer. Ik zei: ‘Ik rijd even naar de parkeerplaats bij de hei.’ Inderdaad, daar stond z’n auto. Ik ben een stukje de hei opgelopen, maar dat voelde ongemakkelijk: die pikdonkere hei en dan ‘Stefan!, Stefan!’ roepen.

„Terug bij de auto’s heb ik de politie gebeld. Binnen vijf minuten was er een politieauto. En nog een, met een speurhond. Ik dacht: dat gaat snel. Een agent toonde een sleutelbos. ‘Herkent u die?’ ’Jazeker, die is van mijn man.’

„Toen begon een verschrikkelijke film, waarvan elke seconde in mijn geheugen gegrift staat. In mijn hoofd heb ik ’m duizenden keren opnieuw afgedraaid, wat ik overigens nog steeds doe.

„Stefan was levenloos op een fietspad op de hei gevonden. Reanimatie was mislukt. In het mortuarium van het ziekenhuis heb ik hem geïdentificeerd.

„De plotselinge dood van Stefan heeft me veel gekost: immens verdriet, mentaal heb ik aan de rand van de afgrond gestaan. Tegelijk heeft het me ook veel gebracht: een enorme wil en ook de kracht om verder te gaan met ons leven en niet te verzwelgen in verdriet. Ik weet zeker dat Stefan dat zo gewild zou hebben.

„Als iemand ooit aan het leven heeft gehangen, dan is het Stefan. Hij heeft ervoor geknokt. In februari 1988 heeft hij een vreselijk auto-ongeluk gehad. Maandenlang heeft hij in Utrecht op de intensive care gelegen. Zo heb ik hem ontmoet, ik was er verpleegkundige. Dubbele cliché: hij dokter, ik zuster; ik zuster, hij patiënt.

„Na ruim een jaar revalidatie is hij weer op de been gekomen. Toen hebben we een relatie gekregen. Vanaf dat moment, ergens in 1989, zijn we samen geweest. En dan opeens: beng, voorbij, klaar.

„Ik ben er niet bij geweest, bij z’n laatste momenten op de hei. Maar ik weet bijna zeker dat hij gevloekt heeft. ‘Verdomme, nee, het leven zal me toch niet ontglippen!?’ In die zin waren Stefan en ik geestverwanten.

„In alle drie onze kinderen zie ik die mentaliteit terug. Ik denk wel eens: misschien is Stefan voor hen nu nog meer een voorbeeld dan wanneer we ons leven gewoon met z’n vijven hadden kunnen voortzetten.

„Bij de uitvaart hebben de kinderen alledrie een zelf geschreven tekst uitgesproken. Valentijn zei: ‘Pap, op een dag sta ik voor jou op Wimbledon!’ Stefan komt uit een echte tennisfamilie. Valentijn volgt hem op die weg. Hij traint nu bij oud-prof Michiel Schapers. We zijn op zoek naar een Amerikaanse universiteit, waar hij een studie kan combineren met trainingen op het hoogste niveau.

„Misschien dat Valentijn de dood van zijn vader pas echt geaccepteerd zal hebben wanneer hij inderdaad de tennistop bereikt heeft. Dat legt een enorme druk op zijn schouders. En waarom ook niet? Een mens mag dromen, mag ambitieus zijn. ‘Ga ervoor!’ – die mentaliteit delen wij.

„Onze oudste dochter, Marie Katrien, is al even sportief. Ze was als kind beter in tennis dan Valentijn, maar ze voetbalde liever. Ze heeft geen makkelijke jaren achter de rug, ze heeft echt gezocht naar haar weg in het leven. Ook daarin zie ik Stefan terug. Hij heeft verschillende studies gedaan en ook binnen de geneeskunde is het zoeken geweest om uiteindelijk revalidatiearts te kunnen worden. Marie Katrien volgt nu een opleiding als sportcoach.

„Onze dochter Frederique zegt: ‘Papa is niet dood, voor mij leeft hij nog’. Ze praat over hem in de onvoltooid tegenwoordige tijd: ‘Papa is..., papa wil...’ Ze is enorm actief. Na de middelbare school is ze een jaar op reis geweest. Ze volgt nu een brede studie: university college van de Leidse universiteit. Ze heeft een enorme algemene ontwikkeling en parate kennis, net als Stefan had. Die spelde de krant, kon over ieder onderwerp meepraten: politiek, economie, geschiedenis, het zat allemaal in die knappe kop van hem.

„Over een paar weken is het vijf jaar geleden dat Stefan overleed. Ik mis hem nog elke dag. Bij grote dingen, zoals de diploma-uitreikingen van de kinderen, zit het verdriet me tot hoog in m’n keel: hier had hij bij moeten zijn! Bij kleine dingen, zoals even bij elkaar toetsen of je de alledaagse dingen wel goed ziet en goed doet, mis ik mijn maatje, de man met wie ik zo lang samen ben geweest.

„Gemis, ja. Maar in de rouw, nee. Ik zou niet weten wat dat is, hoe dat voelt. Ik ben fulltime blijven werken. Ik ben altijd bezig. Ik had ook weinig keuze, met drie opgroeiende kinderen. En eerlijk: ik ben er trots op dat we – heus ook met onze problemen – een hecht gezin zijn gebleven en ’t hebben gerooid met elkaar.

„Pas de laatste tijd denk ik wel eens: over een jaar of drie, vier staan de kinderen helemaal op eigen benen. Dan zou ik radicaal andere keuzes kunnen maken. Verhuizen? Andere baan? Val ik in een gat als ik straks alleen woon? Komt de rouw dan alsnog? Dat schiet wel eens door me heen. En dan denk ik: nee, ik denk ’t niet. Ik heb er het karakter en het talent niet voor.”