Risico’s in geitensector zijn te groot

Xxx

Ron Grooten stopte als geitenhouder en heeft nu een zorgboerderij en een scharrelslagerij.

‘Ik nam de boerderij in 2005 over van mijn vader. We hadden een goedlopend bedrijf, met 950 geiten die jaarlijks goed waren voor 950.000 liter melk. Ik runde het bedrijf met mijn vrouw, zij komt uit de zorg. We hebben nu een zorgboerderij opgezet voor mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking – we noemen ze onze hulpboeren.

„In maart 2009 was er een uitbraak van Q-koorts. Mensen in de omgeving werden ziek. Mijn vrouw, onze twee kinderen en ik hebben ook Q-koorts gehad. Veel zweten en hoofdpijn, we hadden gelukkig niet de zware vorm.

„In december van dat jaar was ik bij een emotionele vergadering met alle betrokken organisaties en veel geitenhouders. Daar werd bekend dat er op de geitenboerderijen geruimd ging worden. Ik begreep dat er iets moest gebeuren, maar het was eigenlijk al te laat. Als de geiten begin 2009 meteen waren ingeënt, had dit voorkomen kunnen worden.

„Januari 2010 werden onze geiten geruimd, er was een heel peloton mensen om het in goede banen te leiden. Ik heb de hele ruiming zelf gezien. De dieren werden eerst verdoofd, daarna afgemaakt en vervolgens afgevoerd. Een nare dag. Je kunt er niet aan blijven terugdenken, het is nu eenmaal gebeurd. Er bleven maar zo’n dertig geiten over.

„We zijn financieel gecompenseerd voor de geruimde geiten, een paar honderd euro per geit. Maar de gevolgschade – de inkomsten die je misloopt doordat je geen melk kan leveren – werd niet gedekt. Mijn vrouw en ik besloten niet door te gaan met geiten: we hebben veel zieke mensen gezien, er was veel discussie over de geitensector, de risico’s waren te groot, en anders blijf je in die negatieve spiraal hangen.

„Een paar maanden later zijn we met rosékalveren begonnen, zo’n 500. We openden een slagerij in de buurt, waar we ons kalfsvlees verkochten. Dat liep best goed, maar alles bij elkaar leverde het niet genoeg op. We hebben onze boerderij in Voerendaal verkocht en stopten met de kalveren.

„We zijn verhuisd naar een mooie oude slagerij met veel grond, in Klimmen, een dorp verderop. Daar doen we nu van alles. De basis is onze zorgboerderij, we hebben op dit moment tien mensen. Daarnaast hebben we sinds een maand een scharrelslagerij met alle soorten vlees. Voor de beginperiode loopt het goed.

„De afgelopen drie jaar waren moeilijk, financieel was het zwaar, ik heb er nachten van wakker gelegen. Het hele familiebedrijf viel opeens weg. Maar we zijn flexibel, we konden die switch naar een andere bedrijfsvorm maken. Ik ben geen boer, ik ben ondernemer.”