Rafelroute in Marseille

De beroemde Franse Grande Randonnée gaat de stad in: langs de randen van Marseille.

Museum Mucem in Marseille

Diep beneden trekken veerboten schuimende curves door de Middellandse Zee. Ze komen uit Corsica, uit Afrika zelfs; klaar om aan te meren in Marseille. Tegen de horizon liggen de kale toppen van het Massif de l’Étoile, dat Marseille scheidt van de rest van Frankrijk. Het uitzicht vanaf de Esplanade du Plan d’Aou zou je adembenemend kunnen noemen. Achter me staan de deprimerende blokkendozen die Plan d’Aou berucht en gevreesd maakten. De modernistische cité ligt in de ‘Quartiers Nord’, de morsige wijken waaraan Marseille zijn reputatie als criminele hoofdstad van Frankrijk te danken heeft. In juli had hier nog een afrekening plaats. Met een kalasjnikov. „Maar overdag heb je niets te vrezen”, had een krantenverkoper me half geruststellend toegevoegd toen hij me bij het stationnetje van Saint-Antoine naar een topografische kaart zag staren.

Het is een dampende zomerochtend en Plan d’Aou ligt er rustig bij. Kinderen trappen een balletje op straat als ik me via een parkeerplaats langs de hagelwitte bebouwing naar het wonderlijke uitzichtpunt begeef. Ze kijken niet op of om. Wandelaars zijn ze wel gewend sinds hier enkele maanden geleden met veel kabaal de nieuwe ‘GR 2013’ van start ging.

De Sentiers de Grande Randonnée, zoals de ‘GR’ voluit heet, zijn in Frankrijk een begrip. Het land kent volgens de Fédération Française de la randonnée pédestre (FFRP) 15 miljoen actieve lopers. Overal in het land vind je op bomen, lantarenpalen en rotswanden de wit-rode (en soms geel-rode) balkjes die de geoefende voetreiziger tot in de verste uithoeken brengen.

Maar de meeste van de 60.000 kilometer GR-paden in Frankrijk lopen louter door de natuur, over boerenlandweggetjes, langs meren en bossen. De ‘GR 2013’, 365 kilometer lang, passeert ook industrieterreinen, flatgebouwen en tippelzones. Normaal gesproken mag een GR voor maximaal 30 procent uit verharde wegen bestaan, maar de FFRP heeft „vanwege de originaliteit van het project” deze „bureaucratische overwegingen terzijde geschoven”. Het kon niet anders.

„Marseille is bij uitstek een stad waar natuur, cultuur en urbanisme samenkomen”, zei uitgever en filosoof Baptiste Lanaspèze, daags voor ik mijn wandelschoenen aantrok, in zijn kantoortje in de ‘Panier’, het oude stadshart van Marseille. „Je weet nooit waar de stad ophoudt en waar de natuur begint. Dat maakt een wandeling hier zo interessant.”

Lanaspèze is initiatiefnemer van de nieuwe route die via een soort liggende ‘8’ Marseille met provinciesteden als Aix-en-Provence, Martigues en Salon verbindt. Hij werkte nauw samen met een plaatselijke groep wandelende kunstenaars die de rafelranden van de stad verkend hebben en op de gekste plaatsen in de banlieue van Marseille voor dit project straatkunst hebben achtergelaten. „Urban hiking, stadswandelen, bestaat natuurlijk al jaren, maar is een beetje elitair, met vooral aandacht voor architectuur en minder voor het landschap”, legde Lanaspèze uit. „Daarnaast heb je natuurlijk overal eenvoudige stadswandelingen van het toeristenbureau of klassieke natuurwandelingen. Ik wilde dit alles met elkaar verbinden.”

De wandeling, met een heuse Topo-guide, de officiële bijbel voor de GR-fanaat, kwam in een recordtijd van minder dan drie jaar tot stand. Net op tijd voor 2013, het jaar waarin Marseille en de rest van de Provence Culturele Hoofdstad van Europa zijn en subsidie beschikbaar was. Intussen besloot ‘Parijs’ om de steden die de wandeling aandoet ook bureaucratisch samen te voegen tot de metropool Aix-Marseille-Provence. Lanaspèze: „Het was niet de bedoeling, maar onze wandeling verbindt nu ook het nieuwe bestuurlijk territoir.”

Ondanks de gedetailleerde beschrijvingen is het even zoeken voor ik bij het uitzichtpunt van Plan d’Aou de volgende markering vind. De gele en rode streepjes blijken geheel rechts van een soort speelplaats met picknicktafels voor hangjongeren op een rotsblok gekalkt. Het paadje kronkelt naar beneden langs iets wat vast een kunstwerk is. Een paar honderd meter verder staat midden op het smalle wandelpad een uitgebrand autowrak. Ook kunst?

Na een lastige afdaling, met ter compensatie permanent zicht op de helblauwe Méditerranée, beland ik beneden tussen een paar goedbedoelde flatgebouwen op poten in de traditie van Le Corbusier. Marseille is voor alles een immigratiestad. Hier moesten tienduizenden nieuwe Fransen uit de voormalige koloniën onderdak vinden. De betonnen molochs zijn alle door min of meer bekende architecten ontworpen. Hun namen haalden de Topo-guide.

Révolte, staat op een blinde muur gekalkt. Geen kunst. Reality of the lower ranks, meldt een gemeen bordje als ik me zwetend een helling heb op gesleurd. Kunst.

Een oude baas, naar eigen zeggen veertig jaar geleden uit Algerije naar Frankrijk gekomen, heeft me van ver zien aankomen. „Mijn felicitaties”, zegt hij, „Met toeristen zoals u maken we van Marseille weer één tevreden stad.” Voor ik kan vragen wat hij daarmee bedoelt, beent hij weg.

Stedelijke ecologie

„We zijn Marseille aan het veranderen”, had Lanaspèze eerder een beetje verheven gezegd. Als ‘specialist van stedelijke ecologie’ ziet hij schoonheid in alles. Dat de subsidieverstrekkers erop stonden dat ook nog wat echte woeste natuur in de wandeling geïntegreerd werd (de bergen rond Sainte Baume en Sainte-Victoire), vond hij eigenlijk maar niets. „Marseille is echt een autostad. De wereld van de wandelaars doorkruist nu de wereld van de architecten en de stadsplanners. We laten zien hoe de mens het landschap naar zijn hand gezet heeft, mooi of niet mooi. Dat maakt deze GR interessant.”

Dat vond de Académie d’architecture de France ook: die - heeft het project onlangs onderscheiden met een ‘zilveren medaille voor urbanisme’. Van de Topo-guide, het routeboekje, zijn inmiddels meer dan 12.000 exemplaren verkocht.

De gids leidt me deze zaterdagochtend nog rond een immens (lelijk) winkelcentrum, over een stukje motorcrossbaan op een berghelling, door een donker bos, een park met een vrolijke Arabische bruiloft en een rommelmarkt in zeecontainers nabij de haven waar de boten naar Corsica en Noord-Afrika inmiddels zijn aangemeerd. Van daar is het nog een paar kilometer richting de oude stad. Dwars door het betoverende Mucem, het dit jaar geopende museum voor de mediterrane wereld, arriveer ik bij de oude stadshaven.

„Het was een gok”, had Baptiste gezegd. „Je weet niet of zoiets gaat werken. We hebben dit project altijd als kunstwerk beschouwd, niet als territoriale marketing.”

Van zijn bureau pakte hij twee brieven van wandelaars die delen van het tracé gevolgd hebben. Een Pierre uit het stadje Istres, even verderop, was wildenthousiast. „Sinds Frédéric Mistral is niets beters gedaan om de Provence te promoten”, schreef hij, verwijzend naar de Nobelprijswinnaar voor de literatuur uit 1904, die het voor de Provençaalse taal opnam.

Een andere wandelaar somde alle morsige plaatsen op die hij gepasseerd was. „Ik heb homo-ontmoetingsplekken gezien, de vuilstortplaats van Aix… Dank u burgemeester voor het subsidiëren van dit project dat de waarde van de Provence moet doen stijgen. Veel dank.”