Torentje is verworden tot rommelige studentenkamer

Illustraties Cyprian Koscielniak

Wat een treffende foto van Mark Rutte op de voorpagina van 25 september! Een man in strakke kleding en stropdas zit te lezen. Naast hem een wegwerpbekertje koffie. Op de grond velletjes papier die achteloos op de grond lijken gegooid. Dit kon een foto zijn van een onbekende consultant in de City van Londen. Zo’n snelle jongen die ergens in een hoekje van een groot kantoorgebouw wacht op zijn volgende pitch. Maar dit is de premier van Nederland. Fotograaf David van Dam zal vast toestemming hebben gehad. Het lijkt ook een beetje of de premier minzaam glimlachend poseert. Het idee van de spindokters was vast dat Rutte moest laten zien dat hij zich ontspannen en vol vertrouwen op de Algemene Beschouwingen voorbereidt, met een lekker kopje cappuccino. Maar je ziet ook iets anders. Een premier die dossiers over staatszaken kennelijk achteloos op de grond heeft gegooid. Zijn het brieven van burgers, nota’s van zijn ambtenaren over de staatsschuld of brieven van oppositieleiders? We zien het niet in de foto. Maar je kan ervan uitgaan dat het over gewichtige zaken gaat. Toch blijft het beeld hangen van die snelle jongen met rommelig papieren op de grond. Die koffie in dat wegwerpbekertje is toch echt iets anders dan het kopje thee met een biskwietje van Drees. Het statige Haagse torentje is nu een rommelige studentenkamer. Dat wegwerpbekertje van deze foto kan onbedoeld het historische beeld worden van deze premier.

Frank Petersen

Pin goede doelen niet enkel vast op output

Na alle commotie over het kankerfonds KWF lijkt het of goede doelen vooral hun organisatiekas spekken. Dat een kankerfonds niet al zijn geld uitgeeft aan onderzoek, een medische hulporganisatie niet al zijn geld uitgeeft aan medicijnen en een onderwijsorganisatie niet al zijn geld uitgeeft aan schoolboeken, is echter juist heel verstandig. Als directeur van een onderwijsorganisatie in Kameroen, kom ik vaak op basisscholen waar geen schoolboek te vinden is. Hoewel? Vaak vinden we ergens in een vergeten opberghok een grote stapel verstofte boeken. Die boeken blijken gegeven door een ontwikkelingsorganisatie, kerk, of ander goed doel dat zijn geld zo tastbaar en meetbaar mogelijk wilde besteden. Na een mooie overhandigsceremonie vertrokken de weldoeners en bleef de hoofdonderwijzer achter met een stapel onbruikbare boeken. De donor had duidelijk geen tijd genomen zich te verdiepen in het plaatselijk onderwijssysteem. En als de boeken al geschikt zijn, dan weten de docenten vaak uit gebrek aan ervaring nog niet wat ze ermee aan moeten. Het geven van trainingen aan leraren kost tijd en geld, net als je verdiepen in de onderwijswereld. Dat verhaal doet het misschien minder goed bij donateurs in Nederland, maar het garandeert wel dat de schoolboeken daadwerkelijk nuttig gebruikt worden. Zo zal een medische hulporganisatie ook geld willen uitgeven aan auto’s, benzine en logistieke medewerkers om zijn medicijnen op de juiste plek te krijgen. Het uitgeven van zoveel mogelijk geld aan enkel tastbare en meetbare middelen is dus zelden verstandig.

Rolf Schipper

Deportaties doorgaans wel degelijk op dinsdagen

Ies Cohen schreef op 20 september een behartenswaardige reactie op de dissertatie van Eva Moraal over

Westerbork. Een dissertatie waarin beweerd wordt dat gevangenen in Westerbork niet in doodsangst leven, simpelweg omdat ze niet het besef zouden hebben wat voor verschrikking er in het verschiet lag. Moraal illustreerde dat met uitspraken als: „In veel memoires lees je over dat weekritme, terwijl de transporten maar gedurende een beperkte periode op dinsdag reden.” Cohen: „Mijn klomp brak toen ik dit las. Ongeveer honderdduizend Joden zijn met de dinsdagtrein weggevoerd en vermoord.”

Beide uitspraken vragen om een kanttekening. In 1943 vertrokken er vanuit Westerbork 35 deportatietreinen, waarvan 29 op een dinsdag. Tussen 23 maart 1943 en 15 februari 1944 vertrokken alle 30 deportatietreinen vanuit Westerbork op een dinsdag. Dat transporten „maar gedurende een beperkte periode op dinsdag reden”, zoals Moraal stelt, is onjuist. Doordat er gedurende zo’n lange periode zoveel treinen op een dinsdag zijn vertrokken denken veel mensen dat alle treinen op dinsdag zijn vertrokken.

In In Memoriam heb ik in een ‘Chronologie van de transporten’ de transporten genummerd van 1 tot en met 102 en bij ieder transport niet alleen de datum maar ook de dag van de week vermeld. Van de 97 transporten vertrokken er in totaal 38 op een dinsdag. Met deze 38 werden bijna 52.000 mensen gedeporteerd, naar Auschwitz, Sobibor, Theresienstadt en Bergen-Belsen. De overige 55.000 gedeporteerden werden op maandag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag of op zondag weggevoerd. Hun voorkeur voor de dinsdag betekende dus niet dat de Duitsers de andere dag van de week onbenut lieten.

Guus Luijters

Bevrijding helaas later

Met aandacht heb ik het artikel van Ies Cohen over Westerbork gelezen waarin hij stelt dat de meeste Joden in doodsangst leefden voor de trein die hen op dinsdag naar o.a. Auschwitz brachten.

Hij stelt in het artikel ook dat Auschwitz al in september 1944 door de Russen was bevrijd. Helaas is dat niet waar: het kamp werd pas op 27 januari 1945 door het Rode Leger bevrijd. De vergassingen hebben tot november 1944 plaatsgevonden.

Marc Scheidius

Roemruchte stoottroepen zijn onze grootste helden

In het artikel over de dreigende sluiting van de kazerne in Assen (NRC, 21 september) staat een passage over de Stoottroepen die ik als oud-regimentscommandant graag wil preciseren.

De verslaggever: „Het hier gelegerde bataljon komt voort uit de beruchte stoottroepen die in 1944 zijn opgericht door prins Bernhard.”

In de samenhang acht ik de kwalificatie ‘berucht’ op zijn minst een ongelukkige verschrijving. ‘Roemrucht’ lijkt mij passender, gelet op de historie. De Stoottroepen zijn voortgekomen uit de zogenoemde Knokploegen. Op 21 september 1944, de oprichtingsdatum, gaf prins Bernhard opdracht om militaire eenheden te formeren uit verzetsgroepen in bevrijd gebied. Op 10 oktober vertrok de 1e Compagnie Stoottroepen van het Commando Brabant naar een sector aan de Waal bij Beneden-Leeuwen. Tot 5 mei 1945 sneuvelden er langs de gehele frontlijn 102 Stoottroepers.

Na de opheffing van 41 Pantserinfanteriebataljon te Ermelo in 1994 bevindt het regimentsvaandel zich nu in Assen alwaar 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel Regiment Stoottroepen Prins Bernhard de tradities van het regiment voortzet.

Sinds 1945 hebben Stoottroepers op vele plaatsen in de wereld hun leven gegeven, laatstelijk nog in Uruzgan. Jaarlijks worden op de tweede zondag van oktober de 375 gesneuvelden van het regiment herdacht, de zondag in 1944 dat in Beneden-Leeuwen de eerste Stoters arriveerden. Dit gebeurt tijdens een sobere maar indrukwekkende plechtigheid, zonder franje, in de geest van de Stoters van het eerste uur.

Wilbert de Kruiff