Politiek is echt een vak, een moeilijk vak

Gerdi Verbeet (62) stopte als voorzitter van de Tweede Kamer en werd voorzitter van het Rathenau Instituut, dat zich bezighoudt met vraagstukken op het gebied van wetenschap en technologie. „Ik ben een relatietherapeut van wetenschap en politiek.”

Tekst Ellen de Bruin, foto Andreas Terlaak

Therapie

„Op de zomerborrel van het Rathenau Instituut, vorige maand, noemde ik mijzelf een relatietherapeut die de relatie tussen wetenschap en politiek wil verbeteren. De politiek moet weten wat de grote onderwerpen in de wetenschap zijn, hoe onderzoek plaatsvindt, waarom de doorlooptijd soms lang is, waarom er soms geen helder ja of nee komt. Zoals er in de politiek verschillende invalshoeken zijn, zijn die er in de wetenschap ook. Dat is voor de politiek weleens ingewikkeld. Zij willen het liefst één standpunt: de waarheid. En die is in elk geval altijd in beweging. Omgekeerd zou de wetenschap moeten kijken naar de politiek: wat komt eraan, zou wat ik doe relevantie kunnen hebben? Daar houdt het Rathenau Instituut zich mee bezig.

„Wie de man is en wie de vrouw? Politiek en wetenschap zijn beide vrouwen. Taalkundig ja, ik ben neerlandica, hè. Het is een lesbische relatie. En ik denk dat ze alle twee af en toe zeuren. Maar wat hen bindt is dat ze allebei soms ontzettend veel energie kwijt zijn zonder resultaat. Ze zouden elkaar dus bemoedigend kunnen toespreken: heb jij dat nou ook?”

Nieuwe jurk

„Dat het in mij opkomt om die kwinkslag te maken, komt doordat ik in de jaren zestig, zeventig ben opgegroeid. Ik heb ook dat boekje gelezen, Ik ben OK, jij bent OK. Dat was ontzettend in, iedereen ging in relatietherapie. Mijn ouders? Néé, geen spráke van. Die waren totaal anders. Over de kwaliteit van je relatie praten, daar hadden ze het veel te druk voor; ze werkten alle twee fulltime in het onderwijs. Mijn moeder zei altijd: kind, je kunt beter een nieuwe jurk kopen dan naar de psychiater gaan.”

Moeder

„Ik heb een heel bijzondere moeder gehad. Ze had mijn vader op een reis naar Parijs ontmoet en ze wilde pas trouwen toen ze zwanger was, want als je trouwde werd je ontslagen. Dat vond ze echt zonde van haar opleiding en ze zag zichzelf al thuis zitten, haar ambitie lag totaal niet in het huishouden. Zodra ze getrouwd was, begon ze meteen een schooltje thuis. Tafeltjes, stoeltjes, en op tijd komen hè.

„Zelf heeft ze vanaf haar elfde op een internaat gezeten, in Dongen, bij de zusters Franciscanessen. En op haar achttiende stapte ze dus het geloof uit! O, daar ben ik zo trots op. Toen ze helemaal dement was, vroeg ik een keer: als je nou terugkijkt, mam, ben je dan tevreden over je leven? Ze keek ze me een beetje schalks aan en zei: ík wel, ik heb altijd precies gedaan wat ik zelf wou. Zo’n moeder hebben, dat is… het was niet altijd makkelijk, ze was ook heel veeleisend. Maar het is natuurlijk wel een vóórbeeld.”

Geen academische opleiding

„Nee, en dat vind ik echt vervelend. Al die schoolklassen waar ze mijn cv bestuderen: ‘oh, u heeft eigenlijk niks afgemaakt en het is toch nog goed gekomen’. Ja, maar dat is geen reden voor jullie om het zo te doen, zeg ik dan. Mijn moeder stond voor de klas met een kweekschoolakte, ze gaf Nederlands en geschiedenis, en na een scholenfusie kwam ze op een scholengemeenschap met allemaal academisch gevormde collega’s. Daar heeft ze een enorm minderwaardigheidscomplex van gekregen. Die hoogopgeleide collega’s van haar hadden geen respect voor haar vakkennis of haar leerlingen. Ik kan er nog kwaad om worden: politicus Han Lammers kwam eens op school en toen mochten mijn moeders mavo-leerlingen daar niet naartoe, die zouden het toch niet begrijpen. Ze was diep beledigd, ze zei: ‘dus ze mogen straks wel stemmen, maar ze mogen niet met een politicus praten’.”

Participatiesamenleving

„Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: wij hebben een bevolking die acht keer hoger opgeleid is dan vijftig jaar geleden en daar doen wij in de besluitvorming weinig mee. We zouden mensen meer moeten betrekken bij de politieke agenda, bij hoe ze hun omgeving willen inrichten, en patiënten bij hun behandeling… Dat is mijn missie. Ik ben sinds 1 september ook nog Ambassadeur Medezeggenschap en Participatie, dat is hetzelfde: betrek de mensen in je bedrijf bij de toekomst ervan, want ze hebben daar een visie op, dat kan niet anders.

„Ik heb net gesprekken geleid in Groningen, met de bevolking, over de gevolgen van de bodemdaling als gevolg van de gaswinning. Meesterlijk om te doen. Ik zou willen dat de Kamer tussen de verkiezingen door voortdurend het oor te luisteren legde bij de samenleving. En dan écht je oor te luisteren leggen, niet je mond te praten zetten.

„Ik ben geen psychiater en ik ben daar ook niet erg getalenteerd voor, vrees ik, maar ik denk dat mensen het ingewikkeld vinden om met mensen van andere achtergronden, andere opleidingsniveaus, in gesprek te gaan. Want dat vraagt van iedereen dat je op het puntje van je stoel zit: duidelijk zijn, willen dat de ander jou begrijpt. Maar dan kom je soms op prachtige ideeën die tot een win-winsituatie leiden. Dat soort dingen moet je zoeken.”

Zorgen

„Als ik dat drukke leven zie dat jonge gezinnen hebben, denk ik: genieten ze wel genoeg? Als dat goed loopt, is dat voor de kinderen én de ouders voor de rest van hun leven belangrijk. Ik ben voorzitter van het Waarborgfonds Kinderopvang en de samenwerking tussen scholen en kinderopvang, daar moeten we echt iets op verzinnen. Dat je ouders in hun dagindeling helpt.

„De schooltijden zijn nog geïnspireerd op een agrarische samenleving, met schoolvakanties in de oogsttijden. Het is toch vreemd dat wij als samenleving er niet toe in staat zijn dat te veranderen. Iedere keer wordt er weer wat geprobeerd, dan is de kinderopvang weer bijna gratis, dan weer niet. Ik merk aan de jonge mensen in mijn omgeving dat ze het gevoel hebben: je krijgt wat en de volgende keer wordt het weer afgepakt. Dat voedt hun wantrouwen richting de overheid.”

Salonpopulisme

„Ik hoorde een keer iemand van een grote publieke organisatie, die al zijn opdrachten van de overheid kreeg, zeggen dat hij niet zo in politiek geïnteresseerd was en het niet volgde. Dan vallen mij echt de schoenen uit. Je bestaan hangt ervan af, maar je haalt er je neus voor op. Ik heb het boek van Pieter van Os nog niet gelezen, maar ik vond zijn artikel in NRC laatst heel mooi. Het woord salonpopulist is geweldig, zo’n goeie typering. Het sluit aan bij wat ik wel gevoeld heb in de wetenschap: toch een soort dedain naar de politiek. Onterecht. Er zitten heel slimme mensen in de politiek. Veel intellectuelen, wat mij betreft zelfs een beetje te veel. Ik zou willen dat het gemengder was, met mensen die van een roc komen en een mavo-opleiding hebben. Omdat ik denk dat je dan tot betere besluitvorming komt.

„Politiek is echt een vak, een moeilijk vak. Je hebt altijd met verdelingsvraagstukken te maken. Je moet compromissen sluiten en met verve kunnen uitdragen. Je moet tegen kritiek kunnen, tegen publieke vernedering, met allerlei mensen kunnen praten. Je moet een beetje opgeruimde natuur hebben en iedere keer opnieuw de energie hebben om aan de slag te gaan. Het is een heel ingewikkeld métier, maar je hoeft niet intellectueel te zijn om een goed politicus te zijn. Ik denk zelfs dat intellectuele twijfel niet altijd behulpzaam is in de politiek.”