Politici scheppen geen banen

Elke Algemene Politieke Beschouwingen kent zijn eigen knuffelonderwerp, iets waar bijna elke partij in de Tweede Kamer plots zegt heel erg vóór te zijn, – meer in elk geval dan het kabinet. Waarop het kabinet van de weeromstuit zegt daar juist ook heel erg vóór te zijn.

Ik herinner me Beschouwingen waar plots eenieder het opnam voor de hardwerkende Nederlander; die werd altijd maar over het hoofd gezien in het beleid! Nog weken braken weekbladen en kranten zich het hoofd over de vraag wie dat was, de hardwerkende Nederlander. Bestond die wel?

Dit jaar was het onderwerp: Werk. Banen. CDA-voorman Sybrand Buma was de aanjager. Begreep het kabinet wel dat Banen voor hem op nummer 1 stonden?

Nee, ja, dat vond het kabinet natuurlijk ook heel belangrijk, – Banen. Rutte bleef het net als Buma maar herhalen. D66-voorman Pechtold schamperde dat het kabinet veel te weinig bezig is met die Banen. Het sociaal akkoord zorgt juist voor minder banen, het Centraal Planbureau had het zelf uitgerekend. Kijk naar de plannen van minister Asscher, verdedigde Rutte zich: 600 miljoen euro had het kabinet gereserveerd voor het creëren van banen!

Nou zou het kunnen dat de 683.000 werklozen die Nederland nu telt, een warm gevoel van binnen krijgen van zoveel belangstelling uit Den Haag. Maar uiteindelijk scheppen politici geen banen, althans niet zo duurzaam en effectief als bedrijven dat doen.

De vraag is of dit kabinet die bedrijven helpt of hindert. Ik vrees: hindert. De plannen van het kabinet zijn nog niet volledig duidelijk (bijvoorbeeld over het ontslagrecht), maar de richting die het opgaat doet geen banen vermoeden. Een brute samenvatting: werken wordt in 2014 minder lonend. Voor bedrijven wordt het inhuren van tijdelijk personeel duurder, bijvoorbeeld door de nieuwe ziektewet. Het kabinet doet een aantal goede dingen (werkloosheidsuitkering WW verkorten naar 2 jaar), maar zet daar evenzoveel potentieel slechte dingen tegenover (WW in het derde jaar in handen van werkgevers en vakbonden leggen). En Asscher maakt het zelfs weer mogelijk om de vut selectief in te voeren. Bedrijven die subsidie aanvragen uit Asschers Banenpot van 600 miljoen euro komen ervoor in aanmerking hun oudere werknemers vroeger te laten stoppen met werken. In de jaren tachtig is dat al eens uitgeprobeerd als oplossing voor een crisis. Laat ouderen eerder stoppen, dan kunnen jonge mensen hun plekken vullen. Het werkte niet. Waarom? Het aanbod van personeel daalde erdoor, daardoor stegen de lonen, maakten bedrijven minder winst en investeerden minder, en ontstonden er minder nieuwe banen.

Dit tekent hoe verschillend politici en economen doorgaans redeneren. Veel politici denken dat met hun hulp banen ontstaan. Economen denken dat overheidshulp werkgelegenheid vaak in de weg zit. Beleid dat het aanbod van werknemers verlaagt (langere uitkeringen bijvoorbeeld), zorgt voor minder werkgelegenheid. Ik weet dat dit soort economenpraat niet erg in is, maar u hoeft mij niet te geloven.

Asscher schrijft het zelf in maart van dit jaar aan de Kamer: „Het vroeger uittreden door ouderen maakt geen ruimte voor jongeren. De ervaringen uit het verleden zijn weinig bemoedigend.” Verderop: „Op lange termijn geldt zelfs dat het stimuleren van vervroegde uittreding leidt tot een lagere werkgelegenheid. Dit komt doordat de hoeveelheid werkgelegenheid in een economie geen vast gegeven is: de arbeidsmarkt is een dynamische markt waar de werkgelegenheid op lange termijn wordt bepaald door het arbeidsaanbod. VUT-regelingen zorgen voor een verlaging van het aanbod en leiden op langere termijn tot een lagere werkgelegenheid.” Aan deze heldere redenering heb ik niets toe te voegen. Ik zou zeggen; kabinet, doe er je voordeel mee.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie.